Heksenmeester rijdt ook naar Keulen

Heksenmeester rijdt ook naar Keulen

Een man ging naar een plaats waarvan hij wist dat er regelmatig een wit paardje kwam. Hij ging dan op het paardje zitten en zei "Hoepel, kapoepel, over heggen en hagen tot in de wijnkelder in Keulen". Op een dag vertelde hij zijn verhaal over het witte paardje aan een vriend. Die vriend zei "Ik zou ook wel een keer willen meegaan om daar eens lekker te drinken!", waarop de man hem voorstelde "Het paardje komt op de Osseweg in het Zwartaardebos. Als je wil, kom je er ook maar eens naartoe." Reeds de volgende avond ging de man naar de plaats die hem was gezegd, en hij zag daar het witte paardje al aankomen. Hoewel zijn vriend er nog niet was, sprong hij op de rug van het dier en zei "Hoepel, kapoepel, door heggen en hagen tot in de wijnkelder in Keulen". Toen de man aankwam, was hij helemaal bebloed omdat hij onderweg verschrikkelijk was toegetakeld. Het witte paardje was ongedeerd. De man had zijn lesje wel geleerd toen hij wilde terugkomen, zorgde hij ervoor dat hij de juiste woorden uitsprak!

De oude Kwinten zaliger vertelde eens dat hij ene gekend had die wist waar een wit paardje kwam en daar ging hij op zitten en dan zei hij 'Hoepel, kapoepel, over heggen en hagen tot Keulen in de wijnkelder' en dat vertelde hij tegen een kameraad en die zei 'Ik zou ook wel eens willen meegaan me daar goed zat zuipen.' - 'Ik zal u zeggen waar het komt, daar komt ge dan ook maar eens, het is op de Osseweg in het Zwartaardebos.' De eerste avond ging die daar al heen maar de andere was er niet en toen hij het wit paardje zag, kon hij niet meer wachten. Hij sprong erop en zei 'Hoepel, kapoepel, door heggen en hagen tot Keulen in de wijnkelder'. Hij had zo niet op de woorden gelet en hij kwam heel verhakkeld daar aan, maar 't wit paardje had niets. Of hij toen nog 'goesting' had in de wijn, weet ik niet, maar toen hij terugkwam was hij geleerd en hij paste beter op zijn woorden.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Gorsem

ONTDEKKING VAN DE DAG

Cartuyvels, (Marie Berthe) Marguerite, ijveraarster

Sint-Truiden 26.07.1871 Louis Woot de Trixhe 

Dochter van burgemeester-vrederechter Clément en Marie Marguérite Florence Macors . Rentenierster, echtgenote sinds 1892 van Louis Charles Adolphe Woot de Trixhe (Les Walleffes 1860 - Dinant 1900), rechter  rechtbank eerste aanleg Dinant. Minderbroedersstraat. Raadslid van het werk van de Dames de la Miséricorde, in de volksmond ‘Dames van de Floere Vod ’, een liefdadige vrouwenclub. Voorzitster van de Kantschool der Ursulinen. Verantwoordelijke voor de afdeling Maatschappelijke Werken van Sint-Truiden op de provinciale expo in 1907. 




Lit.: Djef MIEVIS, De kantnijverheid te Sint-Truiden, Antwerpen: Secretariaat der vrouwenorganisatie, 1908, p. 5; Dieu et le pauvre. Compte-rendu de l’oeuvre des Dames de la miséricorde à Saint-Trond de janvier 1913 à janvier 1914, Sint-Truiden: Moreau, z.j., p. 2; HBSTEV, 2006, p. 123.