Heksenmeester rijdt ook naar Keulen

Heksenmeester rijdt ook naar Keulen

Een man ging naar een plaats waarvan hij wist dat er regelmatig een wit paardje kwam. Hij ging dan op het paardje zitten en zei "Hoepel, kapoepel, over heggen en hagen tot in de wijnkelder in Keulen". Op een dag vertelde hij zijn verhaal over het witte paardje aan een vriend. Die vriend zei "Ik zou ook wel een keer willen meegaan om daar eens lekker te drinken!", waarop de man hem voorstelde "Het paardje komt op de Osseweg in het Zwartaardebos. Als je wil, kom je er ook maar eens naartoe." Reeds de volgende avond ging de man naar de plaats die hem was gezegd, en hij zag daar het witte paardje al aankomen. Hoewel zijn vriend er nog niet was, sprong hij op de rug van het dier en zei "Hoepel, kapoepel, door heggen en hagen tot in de wijnkelder in Keulen". Toen de man aankwam, was hij helemaal bebloed omdat hij onderweg verschrikkelijk was toegetakeld. Het witte paardje was ongedeerd. De man had zijn lesje wel geleerd toen hij wilde terugkomen, zorgde hij ervoor dat hij de juiste woorden uitsprak!

De oude Kwinten zaliger vertelde eens dat hij ene gekend had die wist waar een wit paardje kwam en daar ging hij op zitten en dan zei hij 'Hoepel, kapoepel, over heggen en hagen tot Keulen in de wijnkelder' en dat vertelde hij tegen een kameraad en die zei 'Ik zou ook wel eens willen meegaan me daar goed zat zuipen.' - 'Ik zal u zeggen waar het komt, daar komt ge dan ook maar eens, het is op de Osseweg in het Zwartaardebos.' De eerste avond ging die daar al heen maar de andere was er niet en toen hij het wit paardje zag, kon hij niet meer wachten. Hij sprong erop en zei 'Hoepel, kapoepel, door heggen en hagen tot Keulen in de wijnkelder'. Hij had zo niet op de woorden gelet en hij kwam heel verhakkeld daar aan, maar 't wit paardje had niets. Of hij toen nog 'goesting' had in de wijn, weet ik niet, maar toen hij terugkwam was hij geleerd en hij paste beter op zijn woorden.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Gorsem

ONTDEKKING VAN DE DAG

Adalbero, abt

Sint-Truiden 964 

Ardeens gravenzoon. Bisschop van Metz 929. Invloedrijk als verwant van de keizer. Diverse stichtingen en heroprichting abdij Gorze. Zette abt Renier Sint-Truiden af en nam zijn plaats in. Abt Sint-Truiden 944-964. Strengere naleving orderegel. Uitbreiding abdijdomein o.a. met eigen goederen in Pommeren (Moezel). Bouwde en wijdde Ottoonse abdijkerk in 945, na de invallen van de Noormannen, en voegde crypte toe. Begraven in Sint-Truiden. Herbegraven in Gorze en Metz.
Eretitel: pater monachorum, vader van de monniken. Neefje en naamgenoot Adalberon werd aartsbisschop van Reims.

Foto: Kathedraal Metz

Abdijcrypte, grafnis 2004 in dodengang, opschrift Adalbero abbas episcopus mettensis ibi translatus 964  door Jos Geusens 2005.

Adalbero was de zoon van paltsgraaf Wigerik van Lotharingen en van Kunigunde van de Ardennen en was de broer van Siegfried I van Luxemburg. In 929 werd hij omwille van zijn adellijke afkomst unaniem verkozen tot bisschop van Metz. Hij deed de abdijen, die afhingen van het bisdom en die in verval waren, terug heropleven. Hiervoor kreeg hij de bijnaam vader van de monniken. Adalbero liet de vervallen gebouwen herstellen en breidde de bezittingen van de abdijen verder uit. In 933 was hij de drijvende kracht achter de heropleving van de abdij van Gorze en in 944 zette hij zich in voor de heropleving van de abdij van Sint-Truiden die eveneens afhing van het bisdom Metz.

Lees: P.F.X. DE RAM, in BIONAT, 1, 1866, kol. 30-32; RECUEIL, p. 5-6; MONBEL, p. 29-30, KRONIEK, passim; CRYPTE, p. 45 en 47.

lees ook op

lees ook opGa hier verder.. 

Onderschrift bij deze foto