Van de duivel bezeten

Van de duivel bezeten

Een meisje van twintig jaar had zich door het lezen van een boek aan de duivel overgegeven. Wanneer het meisje in haar bed lag, begon ze vaak te roepen "Daar zijn ze weer!" De anderen konden dan niets zien, maar ze hoorden wel vreemde geluiden. Het meisje leed zo verschrikkelijk onder deze kwellingen, dat er zelfs mensen helemaal uit Sint-Truiden kwamen om haar te zien. Noch de pastoor, noch de heilige paters konden het meisje helpen. Uiteindelijk heeft men het meisje naar de Witzusters van Sint-Truiden moeten brengen, waar ze tussen twee matrassen werd verstikt. Er was geen andere oplossing. Enkele jaren later is het huis waarin het meisje had gewoond, afgebrand.

Ik geloof niet gauw iets, maar van mijn vader weet ik wat hier echt gebeurd is. In het huis hier verder was een meisje en dat was van de duivel bezeten, ze had een boek gekregen en gelezen en toen had ze 'haar' aan hem overgegeven. Ze moest een twintig jaar oud zijn en als de duivel naar haar kwam, dan kon ze zo lelijk doen. Dan riep ze 'Daar zijn ze weer' en dan kondt ge zien hoe ze afzag, dat waren tormenten. En de mensen hielden de wacht bij haar maar die zagen niets, en eens waren ze misschien wel met twintig man rond haar bed gaan staan, en toen riep ze 'Ze zijn daar weer'. Toen hoorden ze een 'gekrets' tegen de planken van het bed, gelijk van een rat, maar ze konden nergens niets zien, en in de muur was het djoek, djoek, djoek, djoek, gelijk een trein die vertrekt.Tot van St.-Truiden kwam er volk af om dat te zien, dat wou hier toen iets zeggen. En de pastoor kon er niets aan doen en toen had hij heilige paters doen afkomen. Er zijn paters die meer macht hebben dan geestelijken. Nog was er gene die het meisje kon helpen. Ze was helemaal onder de voeten gekomen daarvan, want het was verschrikkelijk wat ze afzag. Toen hebben ze haar naar de Witzusters gedaan te St.-Truiden en daar hebben ze haar tussen twee matrassen versmacht, er was niets mee aan te vangen. Dat heeft mijn pa verteld en dat weten hier nog veel mensen te vertellen. Toen ze weg was, was dat daar ook gedaan in dat huis. Enige jaren daarna is het afgebrand.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Gorsem

ONTDEKKING VAN DE DAG

Expo 1907

De ‘Expositie’

De ‘Expositie’ in 1907 was hét supermoment voor Sint-Truiden. Sinds 1860 had het de eerste plaats in Limburg moeten afgeven aan Hasselt. Maar de provinciegouverneur kwam uit Sint-Truiden en een ambitieus team wilde hier de Luikse tentoonstelling van 1905 overdoen. 




In 1907 volgde Sint-Truiden het Luikse voorbeeld van 1905 en hield een provinciale tentoonstelling op een lange strook van de braakterreinen bij het spoorwegstation tot en met het stadspark. Een brug leidde de bezoekers over de Diestersteenweg. De volkswijk De Hel had plaats gemaakt voor het ‘klein stadspark’. Bij de paviljoenen vielen vooral het Paleis de Mijnen en het bouwsel van de steenkoolmijnen van Dahlbush op. De steengroeven van de Ourthe lieten een gedenkzuil oprichten en de oude Parkschool herbergde veilig de tentoonstelling van Oude Kunst.

Een stadsgenoot, baron Henri de Pitteurs-Hiegaerts was sinds 1894 provinciegouverneur en in augustus 1901 werd in Limburg steenkool ontdekt, waar dezelfde familie belangen had. Dokterszoon en bankier Leon Debruyn nam het voortouw. Zijn zwager was notaris Nagels. Ook de ondernemers Baltus, koloniale waren, en Claes-Lekens, bouwpromotor, waren ambitieus. Het organisatiecomité bood een model arbeiderswoning aan het Bureel van Weldadigheid (OCMW), die nog steeds bestaat in de Spoorwegstraat.




Op 28 juli 1907 kon de breedgebaarde, al oudere koning Leopold II met zijn dochter prinses Clémentine vanop de tribune de trekpaarden van Clément Peten uit Velm bewonderen. Ook prins Albert bezocht de tentoonstelling. Op 22 december was het hoogfeest van de belle époque en van de durvende ondernemers in Sint-Truiden voorbij. Meer dan een half miljoen bezoekers en ‘speelreizigers’ – de toenmalige benaming voor toeristen - bezochten expo en stad. De bebouwing in de al geplande nieuwe stationswijk kon starten. Van de expo restte later enkel nog de prestigieuze Prins-Albertlaan en de Expositiestraat, in 1930 vervangen door ‘Astrid’straat. Een gedenksteen staat ingemetseld in een hekpaviljoen van het stadspark. 

Van deze ‘wereldtentoonstelling’ voor de Truienaar bleven talrijke prentbriefkaarten en een pas in 1910 rijkelijk uitgegeven ‘Guldenboek’ bewaard. Uitzonderlijk ook persoonlijke toegangskaarten met portretfoto.


Gedenksteen als herinnering aan de Expo, gemetseld in één van de ingangspaviljoentjes van het stadspark



Kathleen DIGNEF, De provinciale tentoonstelling van 1907 te Sint-Truiden: de ‘Wereldtentoonstelling’ voor de Truienaar, in: Historische bijdragen over Sint-Truiden en omgeving, Sint-Truiden: GOKSint-Truiden. 2006, p. 115-126.