Van de duivel bezeten

Van de duivel bezeten

Een meisje van twintig jaar had zich door het lezen van een boek aan de duivel overgegeven. Wanneer het meisje in haar bed lag, begon ze vaak te roepen "Daar zijn ze weer!" De anderen konden dan niets zien, maar ze hoorden wel vreemde geluiden. Het meisje leed zo verschrikkelijk onder deze kwellingen, dat er zelfs mensen helemaal uit Sint-Truiden kwamen om haar te zien. Noch de pastoor, noch de heilige paters konden het meisje helpen. Uiteindelijk heeft men het meisje naar de Witzusters van Sint-Truiden moeten brengen, waar ze tussen twee matrassen werd verstikt. Er was geen andere oplossing. Enkele jaren later is het huis waarin het meisje had gewoond, afgebrand.

Ik geloof niet gauw iets, maar van mijn vader weet ik wat hier echt gebeurd is. In het huis hier verder was een meisje en dat was van de duivel bezeten, ze had een boek gekregen en gelezen en toen had ze 'haar' aan hem overgegeven. Ze moest een twintig jaar oud zijn en als de duivel naar haar kwam, dan kon ze zo lelijk doen. Dan riep ze 'Daar zijn ze weer' en dan kondt ge zien hoe ze afzag, dat waren tormenten. En de mensen hielden de wacht bij haar maar die zagen niets, en eens waren ze misschien wel met twintig man rond haar bed gaan staan, en toen riep ze 'Ze zijn daar weer'. Toen hoorden ze een 'gekrets' tegen de planken van het bed, gelijk van een rat, maar ze konden nergens niets zien, en in de muur was het djoek, djoek, djoek, djoek, gelijk een trein die vertrekt.Tot van St.-Truiden kwam er volk af om dat te zien, dat wou hier toen iets zeggen. En de pastoor kon er niets aan doen en toen had hij heilige paters doen afkomen. Er zijn paters die meer macht hebben dan geestelijken. Nog was er gene die het meisje kon helpen. Ze was helemaal onder de voeten gekomen daarvan, want het was verschrikkelijk wat ze afzag. Toen hebben ze haar naar de Witzusters gedaan te St.-Truiden en daar hebben ze haar tussen twee matrassen versmacht, er was niets mee aan te vangen. Dat heeft mijn pa verteld en dat weten hier nog veel mensen te vertellen. Toen ze weg was, was dat daar ook gedaan in dat huis. Enige jaren daarna is het afgebrand.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Gorsem

ONTDEKKING VAN DE DAG

De Alvermannekes

De Alvermannekes

Te Engelmanshoven  heeft mijn mam de pijp gezien waar de alvermannekens uitkwamen. Die hadden in de grond kasten en tafels van aarde. En als ge moest wassen of bakken, dan moest ge maar een goeie koek gereed leggen en zeggen:

'Ik wou dat de alvermannekens kwamen bakken',

dan kwamen ze uw werk doen. '

Ik heb eens horen vertellen van een vrouw die zonder 'maagd' zat en die wenste dat de alvermannekens kwamen.

'Ik zal een teil rijstpap voor hen maken' zei ze.


Maar toen kwamen ze daar altijd en ze waren daar zo thuis dat ze in de keuken kwamen. En toen daar een nieuwe 'maagd' was, vielen ze die altijd lastig en die was kwaad. Toen zei de vrouw dat tegen een overste van de alvermannekens.

'Weet ge wat ge doet, zei die, het is een 'mottig' middel, als ze nog eens komen, dan geeft ge haar een snee brood en dan moet ze gaan zitten en kuimen of ze moet pissen en kakken.'

Met acht man kwamen ze binnen en toen deed die dat en toen ze dat zagen, riepen ze allemaal gelijk:

'Haaaa, foei, eten, bijten, schijten, zijken gelijk, haaaa, foei!' 

en toen liepen ze weg, terwijl ze hun neus toehielden en ze zijn niet meer teruggekomen.

Opgetekend door F. Beckers in 1948

 Bron: volksverhalenbank.be