De graaf van Mechelen-Bovelingen

De graaf van Mechelen-Bovelingen

Op het kasteeldomein van Bovelingen reed 's nachts vaak een geestenkoets rond, die door paarden werd getrokken. Op een dag vroeg een voorbijganger aan de koets "Waarom kom je hier altijd? Wat wil je hebben?", waarop een stem antwoordde "De dag voor jou en de nacht voor mij." Een Witheer die pastoor was van Batsheers, heeft de geest verbannen aan een eik. Vóór hij daarin slaagde, had de pastoor heel wat moeten verduren, want de geest had hem onderweg meerdere malen in een beek geduwd. Achteraf zei de pastoor "Gelukkig kende ik mijn paternoster goed, want anders zou het duiveltje mij lelijk toegetakeld hebben!" Hoewel de geest was verbannen, hebben de kinderen die op het kasteel waren geboren, heel hun leven ongeluk gehad.

Op het kasteel van Bovelingen reed vroeger 's nachts een vurige koets rond en ze was door vuurpaarden getrokken. De mensen van het kasteel vroegen eens wat ze moesten hebben. 'De dag voor u en de nacht voor mij' antwoordde een stem uit de koets. W., de pastoor van Batsheers, een Witheer, heeft die geest gebannen aan een eik. Maar eerst had de geest hem door een beek gejaagd. De pastoor van Batsheers zei daarna altijd ''t Is goed dat ik mijn paternosterke goed heb gekennen, anders zou 't duivelke mij gerendjeerd hemmen' (toegetakeld hebben). Op dat kasteel is er toen nog geen geluk geweest, daar waren veel kinderen en ze zijn allemaal weggetrokken, en er is niets van hen gekomen.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Groot-Gelmen

ONTDEKKING VAN DE DAG

Christiaens, Marie, volksfiguur

Gelinden 14.08.1669 , Jacob Schoenaerts 

Vrouw van schout  Schoenaerts. 

Bewoonster hoeve Groenschild Klein-Gelmen 

Beschuldigd van hekserij 1667 en waarschijnlijk terechtgesteld 1669.


Lit.: J. BROUWERS, De vrouw met de zwarte sluier. Een heksenproces te Gelinden in 1667-1669, in Limburg, 36, 1957, p. 263-266, 273-284 en 301-308.