Dwaallichtjes waren kinderen die na de geboorte waren gestorven en die men in het water had gegooid. Iemand die een dwaallichtje kon dopen, werd in het water getrokken en verdronk.
dwôllichskes heb ik gezien; da wôre ongedoepte keinger di gestorve wôre nô de gebourte en di men in ’t wôter smeit; as ge er ien in het wôter kon doepe, dan trokke ‘z oech in het wôter en dan verging dje.
Opgetekend door A. Abeels, Leuven, 1965 in Groot-Gelmen
Sint-Truiden 03-11-1927 – Sint-Truiden 05-12.2007 , x Lucienne Cuypers
Zoon van treinstoker- en machinist Gustaaf van Hasselt en Hubertine Marie Louise Paquay , Tentoonstellingsstraat . Ll. bij onderwijzer Hendrik Prijs. Hoofdtreinwachter . Schoonbroer van missionaris Cuypers, Nieuwerkerken. Metgezel Rik Sterken en advocaat Guy Gysens. Acteur en later decorbouwer Groep Pol Stas. Lid dialectstudiekring Neigemenneke met diverse bijdragen in ‘t Bukske. Lid Vereniging Limburgse Auteurs. Amateur-kalligraaf en lid Kunstkring.
Postzegelverzamelaar. Figuur in stripverhaal Dré Mathijs. Hoofdrol als Suske de Poep in Renovat-verfilming van Het zwakke verzet in 1985, première op 13.09.1986 met regisseur Miel Ruymen.