X werd 's nachts vaak wakker van het geluid van de heksentrommels. Even later hoorde hij dan muziek in de Roosweide. De volgende dag vond men in de weide kringen op de plaats waar de heksen gedanst hadden. Op een dag kwam er een man uit Velm, die op weg was naar Brustem, voorbij de Roosweide toen er net een heksendans aan de gang was. Gelukkig kende één van de heksen de man, en ze zei "Wilveren, wilveren, neeveren, neeveren, 't is X de timmerman", en toen lieten de heksen hem door.
Geenke G. zaliger kon vertellen van de heksen en dat heeft mijn mam ook verteld en die geloofde aan niet veel, maar dat is waar. Als Geenke G. met zijn duimen begon te draaien, dan was hij weg. Dikwijls werden ze 's nachts wakker en dan hoorden ze de heksentrommelkens top, top, toppetoppetop, en dat trok de beek na naar de Roosweide. Daar hoorden ze muziek en 'lawijt' als de heksen daar dansten, en 's anderendaags stonden daar heksenringen. Daar kwam eens ene van Velm op uit toen hij naar Brustem ging. Een van de heksen zei 'Wilveren, wilveren' en een ander zei 'Neeveren, neeveren, 't is Pie-Ber de timmerman' en toen lieten ze hem door. Dat was een heks die hem kende.
Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Halmaal
De Zondag-middag is héél ingetogen.
De luchten, klaar van winterkilte, beven
met teeder rood van lage zon doorweven;
de luchten, waar geen vogel komt gevlogen...
De middagrust mag gééne stoornis doogen.
Al wil somwijlen vluchtig óverzweven
een verre galm van joelend kinderleven :
dra weegt de klare rust weer onbewogen.
Is het in sneeuw – die dezen nacht zoo zacht
de stille stede zwachtelde in heur vacht –
dat doezel-vaag verdooven nu geluiden?
O vrome middagvrede van Sint-Truiden,
dat om te ontwaken uit zijn sluimer, wacht
tot plotse kloosterklokken vespers luiden !

