Een jongen die een vlek op zijn oog had, ging naar een oude man die zei "Ga maar naar huis; ik zal voor je bidden". Omdat de kwaal de volgende dag veel erger was geworden, ging de jongen opnieuw naar de man. "Ik heb aan je getwijfeld omdat je me in mijn gebed hebt gestoord", zei de man, "ga maar weer naar huis en stoor me niet meer". Toen de jongen thuiskwam, was hij genezen.
ne joenge stond es op mêd een vlek in z’n oeg; nen âve man dee pas in 59 of 60 ouverleiden is, zei dat hem hem zou kunne geneze. "Gô mor nor hös; ich zal ver oech bidde", zeit er; de joenge ging nor hös, mo ’s anderendôgs was het nog erger; hem kam trug. "Ich heb on oech getwêfeld omda ge mê in me gebed gestourd hêt; gô nor hös en stour me nemie", zeit er; en as de joenge thöskam was hem geneze.
Opgetekend door A. Abeels, Leuven, 1965 in Halmaal
Sittard 28.10.1912 – Maastricht 25.02.2000
Broer van de priesters Jan en Emile. Klein Seminarie, ondervoorzitter Utile Dulci 1932. Kortverhalen onder pseud. ‘Henk van Dijk’. Priester 1937. Kapelaan Membach 1937, administrator Kelmis (La Calamine) 1943 en kapelaan Welkenraedt 1944. Pastoor Bois 1949, Gelinden 1953 en Smeermaas 1966-1977. Overleden aan brandwonden bejaardenhuis Jekerdal Maastricht. Streekgeschiedenis in Limburgse tijdschriften en dagblad.
Biografische notities in NBIOW. Lid Société d’art et d’histoire du diocèse de Liège en Koninklijke Zuid-Nederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis. Voorzitter Geschied- en Oudheidkundige Kring GOSSU Lanaken 1972-1977. Prijs Gemeentekrediet van België.
Als pastoor van Gelinden bezorgde hij dit dorp een hele reeks historische bijdragen en trok de aandacht op de lokale mergelontsluiting met zijn unieke fossielen.