O.L. Vrouw van Kortenbosch

O.L. Vrouw van Kortenbosch

Omdat in het bos van Kortenbos zoveel misdadigers rondliepen, besloot men aan een boom een Mariabeeld te hangen, dat een pater van Sint-Truiden aan Kortenbos had geschonken. Op een dag wilde een juffrouw uit Schurhoven het beeldje meenemen. Ze kon het beeld echter niet dragen, zo zwaar was het plots geworden. Noodgedwongen hing de juffrouw het beeldje terug aan de boom en ging dan naar huis. Een soldaat die een offerblok wilde meenemen, moest die ook noodgedwongen terugzetten, omdat hij niet meer kon bewegen met de offerblok in zijn handen.

Lang geleden was het hier bos zo wijd als ge zien kondt en daar zaten bandieten in en die hadden al veel mensen bestolen en kapot gemaakt. Om daarvan verlost te zijn, hebben ze hier toen aan een boom een Lievevrouwke gehangen, een pater van Sint-Truiden had het gegeven. Toen kwam daar eens een Juffrouw van Schurhoven voorbij en die dacht 'Dat beeldje hangt hier toch zo alleen, ik zou het beter mee naar huis nemen' en ze lei het in haar korf. Maar toen was die korf zo zwaar dat ze hem niet meer kon oplichten, ze kon evengoed een boom uittrekken. Toen nam ze voor het beeld terug te zetten als ze daar weg mocht. En toen zette ze het terug en ze kon voort. Er is ook eens een soldaat geweest, die wou de offerblok meenemen en die kon ook niet meer van de plaats voor hij hem teruggezet had.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Kortenbos

ONTDEKKING VAN DE DAG

Alomme rust

Alomme rust

De Zondag-middag is héél ingetogen.
De
luchten, klaar van winterkilte, beven
met teeder rood van lage zon doorweven;
de luchten, waar geen vogel komt gevlogen...

De middagrust mag gééne stoornis doogen.
Al
wil somwijlen vluchtig óverzweven
een verre galm van joelend kinderleven :
dra weegt de klare rust weer onbewogen.

Is het in sneeuw – die dezen nacht zoo zacht
de stille stede zwachtelde in heur vacht –
dat doezel-vaag verdooven nu geluiden?

O vrome middagvrede van Sint-Truiden,
dat om te ontwaken uit zijn sluimer, wacht
tot plotse kloosterklokken vespers luiden !




Onderschrift bij deze fotoLit.: P. DE PAUW, recensie in Boekengids, 1, 1923-1924, nr. 361; L. BRANS, Hilarion Thans o.f.m., in Monografieën van de Koninklijke Vereniging van Limburgse Schrijvers, 3, nr. 4, december 1992.
Gedicht in Hilarion THANS, Omheinde hoven, 4de uitgave, Mechelen, Sint-Franciscusdrukkerij, 1927, p. 35.
Hilarion Thans (Maastricht 1884 – Lanaken 1963), minderbroeder en auteur. Gedicht geschreven tussen november 1909 en maart 1910 op onoogige papiertjes toen de jongeman bedlegerig was van een bloedspuwing in het Sint-Truidense klooster. Uit de bundel Ziekebloemen. II. Open ramen. Voor het eerst verschenen onder pseudoniem F.M. Minderbroeder in ’t Daghet in den Oosten, 16, 1910, p. 58 als gedicht nr. XXI met bijhorend citaat Facta est tranquillitas Magna. En er kwam een groote rust (Evang.).