Omdat in het bos van Kortenbos zoveel misdadigers rondliepen, besloot men aan een boom een Mariabeeld te hangen, dat een pater van Sint-Truiden aan Kortenbos had geschonken. Op een dag wilde een juffrouw uit Schurhoven het beeldje meenemen. Ze kon het beeld echter niet dragen, zo zwaar was het plots geworden. Noodgedwongen hing de juffrouw het beeldje terug aan de boom en ging dan naar huis. Een soldaat die een offerblok wilde meenemen, moest die ook noodgedwongen terugzetten, omdat hij niet meer kon bewegen met de offerblok in zijn handen.
Lang geleden was het hier bos zo wijd als ge zien kondt en daar zaten bandieten in en die hadden al veel mensen bestolen en kapot gemaakt. Om daarvan verlost te zijn, hebben ze hier toen aan een boom een Lievevrouwke gehangen, een pater van Sint-Truiden had het gegeven. Toen kwam daar eens een Juffrouw van Schurhoven voorbij en die dacht 'Dat beeldje hangt hier toch zo alleen, ik zou het beter mee naar huis nemen' en ze lei het in haar korf. Maar toen was die korf zo zwaar dat ze hem niet meer kon oplichten, ze kon evengoed een boom uittrekken. Toen nam ze voor het beeld terug te zetten als ze daar weg mocht. En toen zette ze het terug en ze kon voort. Er is ook eens een soldaat geweest, die wou de offerblok meenemen en die kon ook niet meer van de plaats voor hij hem teruggezet had.
Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Kortenbos
De Luikse architect Etienne Fayn slaagde erin om een mooi stadhuis in Luikse classicisme te ontwerpen rond de oude halle en de belforttoren. De stadsmagistraat betrok zijn nieuwe symmetrische bouw in juli 1759 onder begeleiding van drie kanonsalvo's. De interieurafwerking, vooral door de modieuze Luikse vakmensen, moest toen nog beginnen.
Maar... die saaie horizontale kroonlijst wou de stad als bouwheer toch verbeteren. Kijkend naar Brabant en Antwerpen liet ze in 1766 zwierige frontons met klokgevel, curven en tegencurven plaatsen aan de hoofdgevel. Pater minderbroeder Johannes Bolgrez bracht een plan mee uit Antwerpen. Ook kwam er een dubbele puitrap naar de verdieping, om de begane grond te kunnen verhuren. Enkele jaren later verdween deze blijkbaar té bombastische ingreep terug.
Eigentijds kroniekschrijver Debruyn is genadeloos voor zoveel pretentie en tekent - met veel lekenfantasie - dit on-Luikse gedrocht. Hij schrijft ook hoe men half juni 1766 bouwt aan "eene nieuwe blauw steene balcon, ende het frontispicium wierd verciert met nieuwe crollen, oock met eenen nieuwen noijt in dese landen geinventeerde blauw steenen trap dienende tot spot der borgers ende vreemdelingen hier passerende om het onnodigh ende verquist geldt".
Van deze verbeteringsoperatie getuigt nog een jaartalsteen met stadswapen boven het balkon.
