O.L. Vrouw van Kortenbosch

O.L. Vrouw van Kortenbosch

Omdat in het bos van Kortenbos zoveel misdadigers rondliepen, besloot men aan een boom een Mariabeeld te hangen, dat een pater van Sint-Truiden aan Kortenbos had geschonken. Op een dag wilde een juffrouw uit Schurhoven het beeldje meenemen. Ze kon het beeld echter niet dragen, zo zwaar was het plots geworden. Noodgedwongen hing de juffrouw het beeldje terug aan de boom en ging dan naar huis. Een soldaat die een offerblok wilde meenemen, moest die ook noodgedwongen terugzetten, omdat hij niet meer kon bewegen met de offerblok in zijn handen.

Lang geleden was het hier bos zo wijd als ge zien kondt en daar zaten bandieten in en die hadden al veel mensen bestolen en kapot gemaakt. Om daarvan verlost te zijn, hebben ze hier toen aan een boom een Lievevrouwke gehangen, een pater van Sint-Truiden had het gegeven. Toen kwam daar eens een Juffrouw van Schurhoven voorbij en die dacht 'Dat beeldje hangt hier toch zo alleen, ik zou het beter mee naar huis nemen' en ze lei het in haar korf. Maar toen was die korf zo zwaar dat ze hem niet meer kon oplichten, ze kon evengoed een boom uittrekken. Toen nam ze voor het beeld terug te zetten als ze daar weg mocht. En toen zette ze het terug en ze kon voort. Er is ook eens een soldaat geweest, die wou de offerblok meenemen en die kon ook niet meer van de plaats voor hij hem teruggezet had.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Kortenbos

ONTDEKKING VAN DE DAG

De Melsterbeek vloeit richting Schelde

In het bekken van de Melsterbeek volgen de beken eerst zuid-noord het dalend reliëf van ca. 100 naar 35 meter boven zeespiegel. Net noordelijk van het stadscentrum van Sint-Truiden buigt de Melsterbeek zelf naar het noordwesten en ontvangt de Cicindria in Melveren en de Molenbeek in Runkelen. Ze loopt dan een tijdje zij-aan-zij met de Gete en vloeit samen bij Donk. Via Demer, Dijle en Rupel gaat het richting Schelde. 

De (herlegde) Melsterbeek bij Ordingen


De naam ‘Melster’ komt waarschijnlijk van het woord malter of mout, maar in de lokale volksmond is het gewoon ‘molenbeek’ als grootste waterloop. Ze ontspringt in Heiselt bij Jeuk, vlakbij de taalgrens. Ze is 33 kilometer lang. Waterlopen schuren beekvalleien uit en de kleilagen onder de ijstijdleem in Vochtig Haspengouw doen talrijke bronnetjes dagzomen. Langs de oevers van de Melsterbeek groeide een ketting van dorpen met omgrachte kastelen en zelfs abdijen in Nonnemielen en Terbeek. Haar stroomkracht deed graanwatermolens draaien. In Sint-Truiden zijn dat de dorpen Aalst, Brustem, Ordingen, Zepperen, Melveren, Metsteren en Runkelen.

Modern bekenbeheer bij Ordingen door Land&Water

De beken kennen in deze streek een vrij hoog verval met piekdebieten. Voor de waterbeheersing waren wachtbekkens nodig, o.m. voor de Melsterbeek in Aalst, Ordingen en Bernissem. De natte gronden in de beekvalleien waren in de 19de-20ste eeuw met waterzuchtige Canadapopulieren beplant, nuttig voor klompen, minder duurzaam timmerwerk en kisthout. 

Wachtbekken 'De Wiel' in Aalst-bij-Sint-Truiden


Tussen Sint-Truiden en Zepperen werd in 1879 een stevige bakstenen brug geslagen. Enkel de sluitsteen bleef bewaard 'COART B(ourgemestre) ZEPPEREN 1876'


Een vistelling in 2012 bij Metsteren leverde volgende soorten op: driedoorn stekelbaars, tiendoorn, riviergrondel, bermpje en blauwband. De molenwatervallen zijn wel een drempel voor hun migratie voor paai, rust en voedselgaring, onderzoek Stef Cools.


Lees: Pierre DIRIKEN, ‘Water in Haspengouw’, (Geogidsen), Sint-Truiden: De Blauwe Vogel, 1985; ID., ‘Het Haspengouws landschap in evolutie’, (Haspengouwse monografieën, 2), Kortessem: Georeto, 2013. \nKijk: http://www.land-en-water.be. Wateringen van Sint-Truiden.\n

De intussen verdwenen watermolen bij het kasteel van Ordingen. De wapensteen met commandeurswapen uit 1740 in de gevel werd ingemetseld in het kasteel