De weerwolf laat zich dragen

De weerwolf laat zich dragen

In een holle weg in Melveren zat vroeger een weerwolf. Op een dag wandelde X, een jongeman van vijfentwintig, door de holle weg, toen er plots een weerwolf op zijn rug sprong. De poten van het dier leken op die van een kalf. X wist van zijn moeder dat hij het Sint-Jansevangelie moest bidden om de weerwolf kwijt te raken. En inderdaad, het dier verdween. Toen de jongeman bevend van schrik thuiskwam, liet hij zich onmiddellijk door zijn moeder met wijwater besprenkelen. Zijn moeder, die afkomstig was van Zepperen, had ooit ook eens een weerwolf gezien. Nadat ze hulp was gaan halen, hadden enkele mannen het dier met een sikkel verwond. Toen de weerwolf bloed verloor, nam hij weer zijn menselijke gedaante aan. Het bleek een man van Zepperen te zijn.

Die holle weg daar hebt ge al gezien? Die is aan weerskanten bewassen met bomen en doornen en struiken en het was vroeger de spraak dat daar een weerwolf zat. Ene van mijn werkvolk Bona, een jongen van vijf en twintig jaar, hield bij hoog en bij laag vol dat hij daar de weerwolf eens had moeten dragen. Bona kwam door die holle weg en daar sprong de weerwolf in zijn rug, hij was gelijk een kalf en zijn poten had hij hier zo. Dat was me iets en hij was zo zwaar en dat moest Bona dragen. Maar hij wist van zijn mam wat hij moest doen en hij begon het evangelie van Sint-Jan te bidden en toen hij halfweg was, liet de weerwolf 'hem' vallen. Zo, ziet, zo beefde hij toen hij het vertelde en toen hij thuiskwam, riep hij 'Maar wijwater mam, maar wijwater op me.' Zijn moeder was van Zepperen en die had daar ook eens een weerwolf zien lopen. Toen hadden ze daar een sikkel aan een staak gebonden en toen waren ze daar gaan zoeken en toen ze hem zagen, kapten ze hem in zijn hals met die sikkel, en lijk een weerwolf bloed laat, is hij terug mens. Dat was ook ene van Zepperen.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Melveren

ONTDEKKING VAN DE DAG

Sint-Gangulfuskerk

Sint-Gangulfuskerk

Het oudste en mooiste kerkje van Sint-Truiden staat in de Diesterstraat  en is een schoolvoorbeeld van romaanse bouwkunst uit de 11e eeuw. Het is de oudste kerk van de stad, gebouwd door abt Adelardus II  (1055-1082). De driebeukige romaanse basilica verving vermoedelijk een nog oudere Karolingische kerk. Van Adelardus’ bedehuis bleef de middenbeuk bewaard. Koor en apsis zijn jonger, terwijl het gotisch transept uit de 16e eeuw dateert. De zijbeuken werden in de 17e en 18e eeuw herbouwd op de oude funderingen. 

Tussen 1961 en 1964 werd de kerk gerestaureerd door architect P. Vanmechelen en onder toezicht van prof. R. Lemair waarbij ze haar vroeger uitzicht terugkreeg. In zijn huidige vorm beschrijft de plattegrond een basilicale kruiskerk met kleine, ingebouwde westtoren en een halfronde apsis. Boven de westingang staat in het timpaan een merkwaardige 13e-eeuwse Christus aan het kruis. De mooie apsis wordt langs buiten geaccentueerd door drie rondbogen en drie verdiepte vensters. Het interieur is eenvoudig en mooi. De middenbeuk heeft rondboogarcaden op vierkante pijlers uit mergel, met daarboven rondboogvormige bovenlichten. Met uitzondering van de halve koepel boven het koor wordt de rest van het gebouw afgedekt met een vlakke houten zoldering. Tot de kerkschat behoren: een reliekhouder van Sint-Gangulfus van omstreeks 1700, een (verminkte) 16e-eeuwse Annaten-Drieën en een even oud gepolychromeerd triomfkruis. Gratis toegang.