Abdij - gedicht

Abdij

Ik ben Abdij, ik sta
ik blijf, de tijd een
passant aan mij.

Huis van gebed
en geschrift, van
naarstig en van stil
geschuifel

Offergangers komen voorbij,
pelgrims polijsten mijn
dijen, scholieren schallen
in mij hun lust, hun leed.

Ik ben Abdij.

Lenteregens geselen mijn gevels,
avondzon zalft mijn muren
een beek wast mijn voeten oud,
steeds weer, steeds beter.

Ik ben Abdij, in verzamel
stof en verleden, alles gaat
voorbij, niet zo mijn heden.

Herman ROHAERT, in Abdij Sint-Truiden. Een wandeling, Sint-Truiden: Abdij, Stad en Regio vzw, 2008, p. 22. Herman Rohaert (Ninove 1958). Germanist en leraar KCSint-Truiden. Dichter, criticus en redacteur. Fruitgedichten o.m. Rooddood permanent tentoongesteld op domein Speelhof. Europese kring van meertalige en dialectversies van gedicht. Initiatiefnemer dichtbundels open monumentendagen Sint-Truiden. Poëzie op brandweerauto’s.
De Sint-Trudoabdij bouwde een uitgestrekt domein uit, van …. Tot …... Ze deelde de heerschappij over Sint-Truiden met de Luikse prinsbisschop. In de Franse tijd werd de abdij opgedoekt maar via het Klein-Seminarie bleef Sint-Truiden tussen 1850 en 1950 een centrum van geestelijk en cultureel leven.

Foto: Herman Rohaert

ONTDEKKING VAN DE DAG

Folcardus, abt ST

 Sint-Truiden 11.05.1145 

Jong ingetreden als monnik. Cellarius en cantor 1108, proost 1112. Ondanks protest van graaf van Duras  tot abt gewijd in Fosse 1138. Restaureerde verder de abdij na Rodulfus o.a. slaapzaal, kapittelzaal en infirmerie. Was in conflict met Arnold van Diest en maakte bezetting mee door Godfried van Brabant in 1140 en 1142. Ontving talrijke schenkingen van lokale burgerij, maar onderging brouwersopstand in 1143-1144. Liet goed in Hakendover  na. Begraven in midden abdijkerk 1145.

Lit.: RECUEIL, p. 14; MONBEL, p. 43-44; KRONIEK2, p. 10-24.