De witte juffrouw en de zwarte madam

De witte juffrouw en de zwarte madam

Een man die in de kasteelhoeve woonde, was in Hoepertingen naar de kermis geweest. Toen hij thuiskwam, ging hij naar de keuken om nog wat te eten. Toen hij in de keuken kwam, zag hij echter een witte juffrouw die tegen de schoorsteen leunde. De man ging verschrikt naar boven in de hoop dat de juffrouw hem niet zou volgen. Toen hij zijn slaapkamer binnenkwam, hoorde hij een luide slag alsof het hele huis instortte. De volgende dag was er niets vreemds te bespeuren. De baron van het kasteel beweerde ook dat er vaak witte juffrouwen verschenen. Dat gebeurde omdat iemand zich het kasteel ooit onrechtmatig had toegeëigend.

Pa zaliger woonde op de 'winning' van het kasteel en als die mannen van een kermis kwamen, dan was het laat en dan hadden ze honger. Zo kwam hij eens van Hoepertingen-kermis en toen hij in de keuken kwam, stond daar tegen de schouw geleund een witte juffrouw. Hij was zo verschrikt dat hij geen woord kon zeggen en dat hij geen brokske dorst eten en hij ging recht boven op met zijn gezicht omlaag, dat ze hem niet kon nakomen.Boven op de trap trok hij rap zijn botten uit en toen hij juist in zijn kamer wou springen, toen ging daar een slag af of het daar inviel. En 's anderendaags was daar niets te zien. Hij heeft me dat dikwijls verteld. Mijnheer de baron, de oude, wou ook hebben dat daar witte juffrouwen kwamen en dat was, omdat het kasteel zwart goed geweest was.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Ordingen

ONTDEKKING VAN DE DAG

De Alvermannekes

De Alvermannekes

Te Engelmanshoven  heeft mijn mam de pijp gezien waar de alvermannekens uitkwamen. Die hadden in de grond kasten en tafels van aarde. En als ge moest wassen of bakken, dan moest ge maar een goeie koek gereed leggen en zeggen:

'Ik wou dat de alvermannekens kwamen bakken',

dan kwamen ze uw werk doen. '

Ik heb eens horen vertellen van een vrouw die zonder 'maagd' zat en die wenste dat de alvermannekens kwamen.

'Ik zal een teil rijstpap voor hen maken' zei ze.


Maar toen kwamen ze daar altijd en ze waren daar zo thuis dat ze in de keuken kwamen. En toen daar een nieuwe 'maagd' was, vielen ze die altijd lastig en die was kwaad. Toen zei de vrouw dat tegen een overste van de alvermannekens.

'Weet ge wat ge doet, zei die, het is een 'mottig' middel, als ze nog eens komen, dan geeft ge haar een snee brood en dan moet ze gaan zitten en kuimen of ze moet pissen en kakken.'

Met acht man kwamen ze binnen en toen deed die dat en toen ze dat zagen, riepen ze allemaal gelijk:

'Haaaa, foei, eten, bijten, schijten, zijken gelijk, haaaa, foei!' 

en toen liepen ze weg, terwijl ze hun neus toehielden en ze zijn niet meer teruggekomen.

Opgetekend door F. Beckers in 1948

 Bron: volksverhalenbank.be