Heksen met biekorf op het hoofd

Heksen met biekorf op het hoofd

X van Metsteren had een behekst kind. X ging naar de pastoor, die hem vroeg wie hij verdacht van de hekserij. X wilde niets zeggen, maar de pastoor raadde "Ik weet het wel, het is Y", waarop X bevestigend knikte. De pastoor heeft het kind overlezen terwijl het zweet hem van het gezicht drupte. Sinds de pastoors het Sint-Jansevangelie lazen, zaten de heksen in de kerk met een bijenkorf op hun hoofd. Maar alleen de pastoors konden die bijenkorf zien.

Harie X. van Metsteren had een kind en dat was behekst. Hij ging naar de pastoor en die vroeg op wie hij presumeerde. 'Dat zeg ik niet' zei Harie. - 'Zeg het toch maar' - 'Neen, neen', en toen zei de pastoor zelf 'Ik weet het wel, op Bet P. - 'Ge weet het toch ook' zei Harie. Toen heeft de pastoor dat kind overlezen, maar op drie minuten liep het zweet zo langs hem af. Nu zijn er geen heksen meer omdat de pastoors nu altijd het Evangelie van Sint-Jan lezen, dan zitten de heksen daar in de kerk met hun kop naar achter en dan hebben ze een biekorf op hun kop staan, maar alleen de pastoor ziet dat. Dat heb ik horen vertellen van ene die dat nog meegemaakt had.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Runkelen

ONTDEKKING VAN DE DAG

De Melsterbeek vloeit richting Schelde

In het bekken van de Melsterbeek volgen de beken eerst zuid-noord het dalend reliëf van ca. 100 naar 35 meter boven zeespiegel. Net noordelijk van het stadscentrum van Sint-Truiden buigt de Melsterbeek zelf naar het noordwesten en ontvangt de Cicindria in Melveren en de Molenbeek in Runkelen. Ze loopt dan een tijdje zij-aan-zij met de Gete en vloeit samen bij Donk. Via Demer, Dijle en Rupel gaat het richting Schelde. 

De (herlegde) Melsterbeek bij Ordingen


De naam ‘Melster’ komt waarschijnlijk van het woord malter of mout, maar in de lokale volksmond is het gewoon ‘molenbeek’ als grootste waterloop. Ze ontspringt in Heiselt bij Jeuk, vlakbij de taalgrens. Ze is 33 kilometer lang. Waterlopen schuren beekvalleien uit en de kleilagen onder de ijstijdleem in Vochtig Haspengouw doen talrijke bronnetjes dagzomen. Langs de oevers van de Melsterbeek groeide een ketting van dorpen met omgrachte kastelen en zelfs abdijen in Nonnemielen en Terbeek. Haar stroomkracht deed graanwatermolens draaien. In Sint-Truiden zijn dat de dorpen Aalst, Brustem, Ordingen, Zepperen, Melveren, Metsteren en Runkelen.

Modern bekenbeheer bij Ordingen door Land&Water

De beken kennen in deze streek een vrij hoog verval met piekdebieten. Voor de waterbeheersing waren wachtbekkens nodig, o.m. voor de Melsterbeek in Aalst, Ordingen en Bernissem. De natte gronden in de beekvalleien waren in de 19de-20ste eeuw met waterzuchtige Canadapopulieren beplant, nuttig voor klompen, minder duurzaam timmerwerk en kisthout. 

Wachtbekken 'De Wiel' in Aalst-bij-Sint-Truiden


Tussen Sint-Truiden en Zepperen werd in 1879 een stevige bakstenen brug geslagen. Enkel de sluitsteen bleef bewaard 'COART B(ourgemestre) ZEPPEREN 1876'


Een vistelling in 2012 bij Metsteren leverde volgende soorten op: driedoorn stekelbaars, tiendoorn, riviergrondel, bermpje en blauwband. De molenwatervallen zijn wel een drempel voor hun migratie voor paai, rust en voedselgaring, onderzoek Stef Cools.


Lees: Pierre DIRIKEN, ‘Water in Haspengouw’, (Geogidsen), Sint-Truiden: De Blauwe Vogel, 1985; ID., ‘Het Haspengouws landschap in evolutie’, (Haspengouwse monografieën, 2), Kortessem: Georeto, 2013. \nKijk: http://www.land-en-water.be. Wateringen van Sint-Truiden.\n

De intussen verdwenen watermolen bij het kasteel van Ordingen. De wapensteen met commandeurswapen uit 1740 in de gevel werd ingemetseld in het kasteel