X van Metsteren had een behekst kind. X ging naar de pastoor, die hem vroeg wie hij verdacht van de hekserij. X wilde niets zeggen, maar de pastoor raadde "Ik weet het wel, het is Y", waarop X bevestigend knikte. De pastoor heeft het kind overlezen terwijl het zweet hem van het gezicht drupte. Sinds de pastoors het Sint-Jansevangelie lazen, zaten de heksen in de kerk met een bijenkorf op hun hoofd. Maar alleen de pastoors konden die bijenkorf zien.
Harie X. van Metsteren had een kind en dat was behekst. Hij ging naar de pastoor en die vroeg op wie hij presumeerde. 'Dat zeg ik niet' zei Harie. - 'Zeg het toch maar' - 'Neen, neen', en toen zei de pastoor zelf 'Ik weet het wel, op Bet P. - 'Ge weet het toch ook' zei Harie. Toen heeft de pastoor dat kind overlezen, maar op drie minuten liep het zweet zo langs hem af. Nu zijn er geen heksen meer omdat de pastoors nu altijd het Evangelie van Sint-Jan lezen, dan zitten de heksen daar in de kerk met hun kop naar achter en dan hebben ze een biekorf op hun kop staan, maar alleen de pastoor ziet dat. Dat heb ik horen vertellen van ene die dat nog meegemaakt had.
Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Runkelen
Sint-Truiden 26.07.1871 Louis Woot de Trixhe
Dochter van burgemeester-vrederechter Clément en Marie Marguérite Florence Macors . Rentenierster, echtgenote sinds 1892 van Louis Charles Adolphe Woot de Trixhe (Les Walleffes 1860 - Dinant 1900), rechter rechtbank eerste aanleg Dinant. Minderbroedersstraat. Raadslid van het werk van de Dames de la Miséricorde, in de volksmond ‘Dames van de Floere Vod ’, een liefdadige vrouwenclub. Voorzitster van de Kantschool der Ursulinen. Verantwoordelijke voor de afdeling Maatschappelijke Werken van Sint-Truiden op de provinciale expo in 1907.
