X uit Duras was een weerwolf. Toen de weerwolf op een dag een man aanviel, had die hem op zijn snuit geslagen, waardoor hij bloed verloor. Daarop veranderde de weerwolf in een mens. De man herkende de weerwolf onmiddellijk en vertelde zijn naam aan iedereen. De pastoor verplichtte de man echter om in de kerk zijn woorden terug te nemen "Mensen, ik heb gezegd dat X een weerwolf is. Dat is niet waar, maar kijk toch maar uit voor hem!" Er wordt ook verteld dat het zoontje van X zei "Mijn vader verandert zich in een hond, en ik sla hem met een zweep op zijn achterste."
Jan T. van Duras was een weerwolf en hij had een man aangevallen en die had hem op zijn snuit 'gehood' en toen hij gebloed had, was hij mens en toen was hij gekend en die man had dat overal verteld. Maar toen verplichtte de pastoor hem zijn woorden terug te nemen en in de kerk heeft hij toen gezegd 'Mensen, ik moet mijn woorden herroepen dat Jan T. een weerwolf is, maar hoedt u voor hem.' Toen wisten de mensen toch dat Jan T. ene was. Ze vertelden ook dat Jan T. zijn zoontje eens gezegd had'Onze pa, die maakt 'hem' hondEn ik kap hem met een 'smetje' in zijn kont.'
Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Runkelen
Brussel 29.03.1872 Verviers 27.06.1952 Armande Baiwir
De Truiense architect Achille Foucart werd geboren in 1872 als zoon van Joseph Foucart en Mélanie Moers. Hij volgde zijn opleiding architectuur aan de Academie van Brussel en bouwde een veelzijdige loopbaan uit als architect, landmeter en tekenleraar aan de athenea van Hasselt en Tongeren. Hij was gehuwd met Armande Baiwir.
Zijn eerste belangrijke realisaties ontstonden in zijn geboortestad Sint-Truiden. Tot zijn bekendste ontwerpen behoren het markante hoekhuis aan de Rijschoolstraat en Stapelstraat (1902), het statige Huis Degeneffe op de Grote Markt (1904) en verschillende burgerwoningen in de Koningin Astridstraat. Deze gebouwen tonen zijn voorkeur voor een verzorgde architectuur waarin historische stijlelementen worden gecombineerd met eigentijdse accenten.




Vanaf 1907 vestigde Foucart zich in Tongeren, van waaruit hij opdrachten uitvoerde in heel Limburg. Hij ontwierp onder meer de Villa Dumont in Borgloon (1906), een villa voor meester Vanschoenbeek in Hoepertingen (1908) en werkte mee aan verbouwingen en restauraties van de kerken van Gingelom en Berg.

Tijdens het interbellum legde hij zich vooral toe op het ontwerpen van oorlogsgedenktekens, waaronder die in de Moerenstraat en op de begraafplaats van Tongeren.
Ook op de begraafplaats van Schurhoven liet Achille Foucart een persoonlijk spoor na. Hij ontwierp er het grafmonument voor zijn ouders, gelegen in blok 12, rij 2, graf nr. 34.

Anders dan zijn openbare gebouwen is dit een intiem en persoonlijk ontwerp, waarin hij dezelfde zorg voor compositie, proportie en ornamentiek aan de dag legt. Het beschermd monument illustreert hoe architecten aan het begin van de twintigste eeuw ook grafmonumenten beschouwden als volwaardige architecturale creaties.
Zo vormt het graf niet alleen een blijvende herinnering aan zijn ouders, maar ook een tastbare getuige van zijn vakmanschap en zijn bijdrage aan het funerair erfgoed van Sint-Truiden.
Zoon van herbergier Joseph van Sint-Gilis en Mélanie Moers (Sint-Truiden 1832-Tongeren 1908). Ouders gehuwd Sint-Truiden 1868.
Beursstudent academie Brussel 1893. Huis advocaat Vandersmissen hoek Rijschoolstraat-Tiensestraat met hoektorentje 1902. Huis Degeneffe Grote Markt 1904. Huizen Koningin Astridstraat, o.a. gesigneerd Ach. FOUCART 1906. Grafmonument eigen ontwerp in art nouveau kerkhof Sint-Truiden. Naar Tongeren 1907. Villa meester Vanschoenbeek Hoepertingen 1908. Architect en landmeter . Tekenleraar Athenea Hasselt en Tongeren. Werken aan kerken o.a. te Gingelom 1906 en Berg 1909.