De blauwe schuur

De blauwe schuur

In Tienen stond een Blauwe Schuur die door de duivel was gebouwd voor een man die zijn ziel had verkocht. De duivel had zijn werk echter niet kunnen voltooien, waardoor één wand van de schuur ontbrak. De boer had al vaak geprobeerd om die wand zelf te bouwen, maar dat wilde maar niet lukken. Uiteindelijk besloot hij om de balken in de vorm van een kruis vóór de opening te plaatsen. Toen kon de wand eindelijk dichtgemaakt worden.

De Blauwe schuur van Tienen had de duivel gebouwd voor ene die hem zijn ziel verkocht had. Maar hij had 'hem' laten bedriegen en de schuur was niet af, daar moest nog één pand gemaakt worden en dat hadden ze al dikwijls toegemaakt, maar dat wou niet houden. Toen hebben ze dat gestopt gehad met de balken kruisgewijze te zetten, dat hield.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Runkelen

ONTDEKKING VAN DE DAG

Alomme rust

Alomme rust

De Zondag-middag is héél ingetogen.
De
luchten, klaar van winterkilte, beven
met teeder rood van lage zon doorweven;
de luchten, waar geen vogel komt gevlogen...

De middagrust mag gééne stoornis doogen.
Al
wil somwijlen vluchtig óverzweven
een verre galm van joelend kinderleven :
dra weegt de klare rust weer onbewogen.

Is het in sneeuw – die dezen nacht zoo zacht
de stille stede zwachtelde in heur vacht –
dat doezel-vaag verdooven nu geluiden?

O vrome middagvrede van Sint-Truiden,
dat om te ontwaken uit zijn sluimer, wacht
tot plotse kloosterklokken vespers luiden !




Onderschrift bij deze fotoLit.: P. DE PAUW, recensie in Boekengids, 1, 1923-1924, nr. 361; L. BRANS, Hilarion Thans o.f.m., in Monografieën van de Koninklijke Vereniging van Limburgse Schrijvers, 3, nr. 4, december 1992.
Gedicht in Hilarion THANS, Omheinde hoven, 4de uitgave, Mechelen, Sint-Franciscusdrukkerij, 1927, p. 35.
Hilarion Thans (Maastricht 1884 – Lanaken 1963), minderbroeder en auteur. Gedicht geschreven tussen november 1909 en maart 1910 op onoogige papiertjes toen de jongeman bedlegerig was van een bloedspuwing in het Sint-Truidense klooster. Uit de bundel Ziekebloemen. II. Open ramen. Voor het eerst verschenen onder pseudoniem F.M. Minderbroeder in ’t Daghet in den Oosten, 16, 1910, p. 58 als gedicht nr. XXI met bijhorend citaat Facta est tranquillitas Magna. En er kwam een groote rust (Evang.).