Schapen in molshopen veranderen

Schapen in molshopen veranderen

Een schaapherder kende een herder die kon toveren. Wanneer die herder op het Kerkveld zijn schapen hoedde op de klaver van een boer, dan kon hij zijn schapen in molshopen en zichzelf in een distel veranderen. De boer was dan woedend; hij had immers van ver de schapen op zijn grond zien grazen, maar wanneer hij dichterbij kwam, waren ze plots verdwenen.

Ik ben scheper en in mijn jonge tijd heb ik een oude scheper horen vertellen dat hij ene gekend had die kon toveren. Als die in 't Kerkveld met zijn schapen op een boer zijn klaver zat en als de boer dan aankwam veranderde hij zijn schapen in molshopen en hij zelf was een distel. Dan moest ge die boer horen doen, want van op de gracht had hij de schapen gezien en nu waren ze weg.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Velm

ONTDEKKING VAN DE DAG

De Alvermannekes

De Alvermannekes

Te Engelmanshoven  heeft mijn mam de pijp gezien waar de alvermannekens uitkwamen. Die hadden in de grond kasten en tafels van aarde. En als ge moest wassen of bakken, dan moest ge maar een goeie koek gereed leggen en zeggen:

'Ik wou dat de alvermannekens kwamen bakken',

dan kwamen ze uw werk doen. '

Ik heb eens horen vertellen van een vrouw die zonder 'maagd' zat en die wenste dat de alvermannekens kwamen.

'Ik zal een teil rijstpap voor hen maken' zei ze.


Maar toen kwamen ze daar altijd en ze waren daar zo thuis dat ze in de keuken kwamen. En toen daar een nieuwe 'maagd' was, vielen ze die altijd lastig en die was kwaad. Toen zei de vrouw dat tegen een overste van de alvermannekens.

'Weet ge wat ge doet, zei die, het is een 'mottig' middel, als ze nog eens komen, dan geeft ge haar een snee brood en dan moet ze gaan zitten en kuimen of ze moet pissen en kakken.'

Met acht man kwamen ze binnen en toen deed die dat en toen ze dat zagen, riepen ze allemaal gelijk:

'Haaaa, foei, eten, bijten, schijten, zijken gelijk, haaaa, foei!' 

en toen liepen ze weg, terwijl ze hun neus toehielden en ze zijn niet meer teruggekomen.

Opgetekend door F. Beckers in 1948

 Bron: volksverhalenbank.be