De oude advocaat van Gelinden kwam terug

De oude advocaat van Gelinden kwam terug

Een oude man die op een hoeve in Halingen had gewoond, kwam na zijn dood spoken. Hij kon geen rust vinden omdat hij zich tijdens zijn leven vele bezittingen onrechtmatig had toegeëigend. Om middernacht zat het spook in de paardenstal en maakte daar de dieren los. Op zulke momenten scheen er een fel licht alsof het klaarlichte dag was. Hoewel ze hem nooit zagen, moest het in die hoeve toch wel echt spoken, want geen enkele knecht wilde er blijven werken. Toen de pastoor de stal kwam overlezen, heeft hij het spook voor negenennegentig jaar naar het Hondsveld verbannen.

Een Ouwer die op een 'winning' te Halingen, een gehucht van Velm, gewoond had, kwam terug. Die had onrechtvaardig goed en toen hij dood was moest hij komen spoken. 's Nachts te twaalf uur zat hij in de paardenstal en dan liet hij de paarden los en dan was het zo klaar als bij dag, zo een licht scheen daar. Maar ze hebben hem nooit gezien, maar 't moest toch wel echt zijn dat het daar spookte, want ze konden geen knecht houden, er was gene die het daar uithield. De pastoor van 't dorp ging de boel overlezen en in de stal 'leesde' hij tot als het spook kwam en toen heeft hij hem op een bunder goed van hem in 't Hondsveld gebannen voor negen en negentig jaar en nog, anders kwam hij weer terug.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Velm

ONTDEKKING VAN DE DAG

Koningin Astrid, lieveling van het publiek

Verongelukte vorsten herdacht

De Zweedse prinses Astrid (°1909) werd in 1929 gemalin van onze Belgische vorst Leopold III. Ze verloor het leven bij een auto-ongeval in Zwitserland op 29 augustus 1935. De gemeenteraad hernoemde de Tentoonstellingsstraat al eind september in ‘Koningin Astridstraat’. In november 1937 organiseerde een comité van de Nationale Strijdersbond in het stadhuis een tentoonstelling van zandtapijt met de overleden Astrid op haar praalbed, om fondsen te werven voor een gedenkteken. Dat werd in de vorm van een postuum staatsieportret aangeboden aan het stadsbestuur tijdens de augustuskermis van 1939. Door de mobilisatie en de opeisingen ging deze plechtigheid met tentoonstelling verloren in het oorlogsnieuws.

De vermaarde Hasseltse portretschilder Jos Damien en zijn leerlinge-assistente Anne Rutten signeerden het schilderij.

Koningin Astrid wordt levensgroot en ten voeten uit afgebeeld in een paleisdecor en houdt een waaier van struisvogelveren vast. Ze draagt een witte galajurk met korte sleep en nonchalant gedragen losse mouwen. Oorhangers, armband en hanger met kruis tonen een groene smaragdkleur. De stralende vorstin draagt het zogenaamde ‘Diadeem der negen provinciën’. Dit kleinood, een verlovingscadeau van de Belgische bevolking uit februari 1925, bestaat uit een band met Griekse meandermotieven en werd door juwelier Van Bever vervaardigd. In de later herwerkte versie met ruiten zijn de elf briljanten ingewerkt als symbool van de toen negen provincies, plus België met vorstenhuis, plus Belgisch Congo.




In 1934 was in de inkomhal van het stadhuis al een gedenkteken opgericht voor vorst Albert I, na zijn tragisch klimongeval.