De oude advocaat van Gelinden kwam terug

De oude advocaat van Gelinden kwam terug

Een oude man die op een hoeve in Halingen had gewoond, kwam na zijn dood spoken. Hij kon geen rust vinden omdat hij zich tijdens zijn leven vele bezittingen onrechtmatig had toegeëigend. Om middernacht zat het spook in de paardenstal en maakte daar de dieren los. Op zulke momenten scheen er een fel licht alsof het klaarlichte dag was. Hoewel ze hem nooit zagen, moest het in die hoeve toch wel echt spoken, want geen enkele knecht wilde er blijven werken. Toen de pastoor de stal kwam overlezen, heeft hij het spook voor negenennegentig jaar naar het Hondsveld verbannen.

Een Ouwer die op een 'winning' te Halingen, een gehucht van Velm, gewoond had, kwam terug. Die had onrechtvaardig goed en toen hij dood was moest hij komen spoken. 's Nachts te twaalf uur zat hij in de paardenstal en dan liet hij de paarden los en dan was het zo klaar als bij dag, zo een licht scheen daar. Maar ze hebben hem nooit gezien, maar 't moest toch wel echt zijn dat het daar spookte, want ze konden geen knecht houden, er was gene die het daar uithield. De pastoor van 't dorp ging de boel overlezen en in de stal 'leesde' hij tot als het spook kwam en toen heeft hij hem op een bunder goed van hem in 't Hondsveld gebannen voor negen en negentig jaar en nog, anders kwam hij weer terug.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Velm

ONTDEKKING VAN DE DAG

Een marmeren buste voor de oud-burgemeester

Clement Cartuyvels  was de zoon van een zeepfabrikant op de Grote Markt en neefje van burgemeester Guillaume Vanvinckenroy . Hij droeg zelf de sjerp tussen 1899 en 1921. Op zijn CV lezen we: advocaat, bankier, provincieraadslid, gedeputeerde, vrederechter, gemeenteraadslid, volksvertegenwoordiger, senator, voorzitter Sint-Vincentiusgenootschap, derdeordeling en katholiek. Hij maakte de Belle Epoque in zijn stad mee: vernederlandsing van het bestuur, aanleg tramlijnen, riolering, waterleiding, bouw slachthuis, provinciale 'expositie' in 1907. Maar Clément moest ook de schok van de Duitse inval meemaken. Zijn zoon Paul, majoor van de Burgerwacht, verdween een jaar in Duitse kampen en hijzelf werd het laatste jaar van de oorlog uit zijn ambt ontheven. Clément woonde in de Capucijnenstraat in een herenhuis, later omgebouwd tot Sint-Annakliniek. 



De bank Cartuyvels:



Clément stierf op zijn kasteeltje in Verlaine en kreeg, behalve een straatnaam (de vroegere Capucijnen- en Coemansstraat) in 1921, ook een marmeren borstbeeld. Toen zijn zoon notaris Paul Cartuyvels  in 1927 zelf burgemeester werd, kreeg hij van zijn makkers oud-burgerwachten een ontwerptekening voor een borstbeeld van zijn papa cadeau. De ontwerper was niemand minder van Victor de Haen uit het Brusselse, die ook de wedstrijd had gewonnen voor het monument voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog op Sint-Marten. Op kosten van het stadsbestuur werd de buste in marmer uitgevoerd en prijkte voortaan in het stadhuis. Momenteel in erfgoeddepot bij de Zusters Ursulinen. Vermits het beeld postuum werd getekend, herken je duidelijk de pose op het bidprentje van Clément Cartuyvels. Op zijn linkerschouder liet de beeldhouwer van het witte marmer zijn naam in sierlijke letters na. 







Lees: 
Wie was wie in Sint-Truiden?, Sint-Truiden: Stedelijke openbare bibliotheek, 2011, p. 39 en 43-45.