In het water bij de brug zat een geest die men X noemde. Een knecht uit een naburige hoeve wilde de watergeest eens zien. Op een avond trokken enkele mannen met de knecht naar de brug. De knecht wilde laten zien dat hij niet bang was, en hij ging op de brug staan, waar hij rammelde met een ketting. Plots was de knecht echter zo verschrikt, dat hij als een hazewind wegrende. Hij nam zelfs niet de tijd om zijn klomp, die in de modder was blijven steken, los te maken.
Palts, die kwam daar in de beemd en die zat in 't water. Dat kan een goede honderd jaar geleden zijn. In de 'smis' kwamen de mannen altijd bijeen en daar klapten ze daar ook over. En de knecht van 't pachthof daartegenover wou Palts ook eens zien. Aan de brug zat die watergeest, zeiden ze. En op een nacht trokken ze daarheen, maar die knecht wou laten zien dat hij het 'kloekst' was en hij liep voorop. En toen hij over de brug kwam, begon Palts met zijn 'ketel' te rammelen, toen was de knecht lopen en ze vertelden dat hij de tijd niet meer maakte om zijn klomp uit te halen die in de 'moos' was blijven steken, en zo kwam hij afgelopen.
Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Velm
Sint-Truiden 30.03.1922 Sint-Truiden, 30.06.2001

Zoon van mijnwerker Frederik en Augustine Vanbrabant , Gasthuisstraat. Adjudant in leger en caféhouder . Voetballer centervoor en topschutter. Rode Duivel in de nationale ploeg 21 november 1947 en 15 jaar speler nationale militaire ploeg. 21 jaar in eerste elftal STVV. Vernuftig spelverdeler. Hielp als 37-jarige STVV naar eerste 1957, maar verkoos geen semi-prof te worden. Koosnaam ‘Kogelke ’ van La Dernière Heure omwille van zijn hard, gericht schot. Tweevoetig topscoorder en snelle spurter. Later speler-trainer SC Hoegaarden in provinciale afdeling.