De boter behekst

De boter behekst

Er werd verteld dat X een heks was. Enkele mannen reden met paard en kar in het Zuurbos in Duras, toen X daar voorbijkwam en vroeg "Zijn jullie onderweg, mannen?" Even later zat het wiel van de kar vast, zodat ze X moesten roepen. Ze stak iets onder het wiel en onder de poten van de paarden, en toen reed de kar weer verder. In Grazen was men bezig met boter karnen, toen X binnenkwam en vroeg "Zijn jullie boter aan het karnen?" Toen ze weg was, zei men "Wat zal er nu weer fout lopen; de heks is weer hier geweest." Toen men dacht dat de boter klaar was, vond men niets anders dan vuiligheid en kaf. Ze moesten X halen, die zei "Ik zal jullie verlossen van de kwade hand", en ze stak iets onder het botervat en sprak "Karn nog maar een beetje. Zometeen zal de boter wel klaar zijn." En zo gebeurde het inderdaad.

Pauline K. was een heks. Mijn 'nonken' waren met de 'ötsen' bomen aan 't 'varen' in 't Zuurbos te Duras en toen kwam Pauline daar door. 'Zijt ge aan 't 'varen', mannen?' zei ze, en een beetje daarna staken ze vast, ze konden niet meer verder, en ze moesten haar weer bijhalen en toen stak zij iets onder 't rad en onder de poten van de paarden en toen ging het.En in Grazen waren ze aan 't boteren toen ze daar binnenkwam en ze zei 'Zijt ge aan 't boteren?' en zo 't een en 't ander en toen ze weg was, zeiden ze nog 'God weet wat we nu weer aan de hand hebben, de heks is weer hier geweest.' En toen ze meenden dat ze boter hadden, deden ze de 'rol' open en daar stak niets als vuiligheid in en kaf. Ze moesten de heks ook gaan halen en ze zei 'Ik zal u daarvan verlossen, ik zal de kwadehand van u aftrekken' en ze stak iets onder de 'rol' en toen zei ze 'Rolt nog maar een beetje, seffens zal de boter er wel zijn' en dat kwam uit.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Wilderen

ONTDEKKING VAN DE DAG

Duchateau, (Jan) Alfons, bankdirecteur

Aalst 04.02.1867  Leuven hosp. 22.01.1933   Sylvie Abels 

Zoon van landbouwer Pieter Arnold en Maria Theresia Wauters.  

Ll. Normaalschool Sint-Truiden 1885, aldaar onderwijzer 1888. Leraar gymnastiek en plantkunde. Leraar wiskunde en natuurwetenschappen College 1899 tot aan opheffing in 1910, bijnaam ‘den Duk’. Leraar wiskunde Limburgse ambachtsschool Hasselt en normaalleergangen nijverheidsonderwijs provincie Limburg. Drukkerij, boekbinderij, papierhandel en ‘keurboekerij’ ‘In ’t Gulden Boek’ Groenmarkt, opvolger van A. Schoofs. Ook verkoop geldbeugels, optiek en meetinstrumenten. 

Vader van priester Gabriël en van nijveraar Alfons. Grootvader van docent-stadsarchivaris Ferdinand. Echtgenote uit Berchem. Medestichter met dokter Quintens en voorzitter studiekring De Coninckxvrienden  ca. 1897. Voorzitter Commissie Openbare Onderstand 1925 en ijveraar bouw nieuw weeshuis Nieuw Sint-Truiden 1931. Bestuurder Nijverheidsschool 1910 en Landbouwbank van België te Sint-Truiden. Lid kerkfabriek hoofdkerk. Secretaris comité Fancy-fair 1911 voor Ziekenkas Christen Werkmanshuis. Lid Toezichtcommissie tekenacademie 1932.

Herinneringssteen Weeshuis.

Publicaties: Begrippen van meetkunde. Eerste deel: voorafgaande begrippen. Nijverheids- en ambachtsscholen. Vierde graad van het lager onderwijs. Normaalscholen, Sint-Truiden: Groenmarkt 64 en 65, s.d.; Begrippen van stelkunde ten gebruike van nijverheids- en ambachtsscholen, Sint-Truiden Groenmarkt: A. Duchateau, z.j., druk Hasselt.

Lees: Lijkrede door Paul CARTUYVELS, in De Tram, 28.01.1933; MINTEN, p. 97, nr. 662.