De boter behekst

De boter behekst

Er werd verteld dat X een heks was. Enkele mannen reden met paard en kar in het Zuurbos in Duras, toen X daar voorbijkwam en vroeg "Zijn jullie onderweg, mannen?" Even later zat het wiel van de kar vast, zodat ze X moesten roepen. Ze stak iets onder het wiel en onder de poten van de paarden, en toen reed de kar weer verder. In Grazen was men bezig met boter karnen, toen X binnenkwam en vroeg "Zijn jullie boter aan het karnen?" Toen ze weg was, zei men "Wat zal er nu weer fout lopen; de heks is weer hier geweest." Toen men dacht dat de boter klaar was, vond men niets anders dan vuiligheid en kaf. Ze moesten X halen, die zei "Ik zal jullie verlossen van de kwade hand", en ze stak iets onder het botervat en sprak "Karn nog maar een beetje. Zometeen zal de boter wel klaar zijn." En zo gebeurde het inderdaad.

Pauline K. was een heks. Mijn 'nonken' waren met de 'ötsen' bomen aan 't 'varen' in 't Zuurbos te Duras en toen kwam Pauline daar door. 'Zijt ge aan 't 'varen', mannen?' zei ze, en een beetje daarna staken ze vast, ze konden niet meer verder, en ze moesten haar weer bijhalen en toen stak zij iets onder 't rad en onder de poten van de paarden en toen ging het.En in Grazen waren ze aan 't boteren toen ze daar binnenkwam en ze zei 'Zijt ge aan 't boteren?' en zo 't een en 't ander en toen ze weg was, zeiden ze nog 'God weet wat we nu weer aan de hand hebben, de heks is weer hier geweest.' En toen ze meenden dat ze boter hadden, deden ze de 'rol' open en daar stak niets als vuiligheid in en kaf. Ze moesten de heks ook gaan halen en ze zei 'Ik zal u daarvan verlossen, ik zal de kwadehand van u aftrekken' en ze stak iets onder de 'rol' en toen zei ze 'Rolt nog maar een beetje, seffens zal de boter er wel zijn' en dat kwam uit.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Wilderen

ONTDEKKING VAN DE DAG

Blavier, (Marie Hubert) Emile, politicus

Sint-Truiden 11.05.1884   Sint-Jans-Molenbeek 10 of 16.08.1946 Virginie Crokaert  

Zoon van herenboer Eugène uit Attenhoven en Marie Virginie Devue . Ouderlijk huis hoeve Stayenhof. 

Studeerde Germaanse filologie in Leuven. Voorzitter Limburgse studentengilde . Leraar Paturages 1910, Ath, Gent, Brussel, Chimay, Elsene en koninklijk atheneum Hasselt 1919-1922. Krijgsgevangen burgerwacht WO I, tentenkamp Munster tot begin 1915. Gehuwd met Zellikse. Gemeenteraadslid  1921 en schepen  van openbare werken en onderwijs 1926-1938. Katholiek volksvertegenwoordiger  1921-1945, senator 1946. Bijkomende rechtenstudie afgebroken. Eerst liberaal, dan activist en later katholiek minimalist. Lid Katholieke Vlaamse Kamergroep en verdediger minimumprogramma Van Cauwelaert o.a. in debat met Herman Vos in 1924. 6de jaarlijks congres Katholieke Vlaamse Landsbond  in Sint-Truiden 1927. Wetsvoorstellen bestuurlijke amnestie 1924 en taalgebruik middelbaar onderwijs 1932. Artikels in De Standaard. 

Dagelijks bestuur Katholieke Vlaamsche Landsbond 1930-1935 en betrokken bij de christelijke middenstand. Scheurlijst Verenigde Katholieken1932 na open conflict met conservatief katholieke burgemeester Cartuyvels  over commissarisbenoeming broer Joseph Blavier 1928. Christen-democratisch verruimer. Legendarisch dienstbetoon. IJverde voor sociale huisvesting, oudstrijders, katholiek onderwijs en landbouwersbelangen. Ondervoorzitter literaire Van Veldeke-Leëncomité 1938. Lijkrede door burgemeester Thenaers in De Tram  25.08.1946. Geschilderd portret door Jos Tysmans 1932. 

Grafmonument met IJzertoren Schurhoven.  

 Info: ODIS-databank, AMVC en HIP.
 Lit.: Ernest DE LAMINNE, Notes et impressions de captivité. Contribution à l’histoire de la Kultur, Luik, 1919, p. 23-25; Le cas de M. Blavier, in La Libre Belgique, 42, nr. 340, ca. 1920; Paul VRYDAGHS, Blavier in de amnestie-commissie, in De Schelde, 08.01.1925; HBVL, 22.11.1932; Adriaan LINTERS, Biografie van Emile Blavier, Hasselt: eigen beheer, 1969-1970; Bernard VAN CAUSENBROECK, in NEVLAB, p. 510-511; Frank DECAT, Partijpolitiek in Sint-Truiden tijdens het interbellum. De strijd Cartuyvels-Blavier, in LOLL, 79, 2000, p. 41-96; Urbain VANDERCASTEELEN, De noam Blavjei (BLAVIER) is bekénd in Sintrùin, in 't Bukske, nr. 3, Sint-Truiden: Neigemenneke, 2015, p. 64-66.