In de buurt van de Grevensmolen in Sint-Truiden hing vaak een heks rond. Die heks had een kat bij zich, die bij elke stap tussen haar benen door sprong. Op een dag zei de molenaar "Dat is niet erg als je een heks kan voorbijsteken en je zet dan je voeten kruiselings over elkaar, dan neemt de heks haar ware gedaante aan." Toen X dat eens uitprobeerde, veranderde de heks onmiddellijk in Y. Y zorgde er vaak voor dat mensen verdwaalden. Op een avond kwamen Z en Z2 de heks tegen, en ze zei "Goedenavond mannen! Jullie zijn nog laat op weg, maar jullie zijn bijna thuis. Nog een goede reis!" De mannen stapten de hele nacht verder zonder te weten waar ze waren. Toen het 's ochtends licht werd, waren ze in Nieuwerkerken.
Rond Grevensmolen te St.-Truiden liep altijd een heks en daar was een kat bij en als ze ging, sprong die kat altijd tussen haar benen door bij elke stap dat ze zette. Maar de mensen konden niet weten wie dat was. 'Dat is niets, zei op een keer de 'molder', ik heb gehoord dat als ge vóór een heks kunt geraken en ge zet uw voeten kruisgewijze als ge gaat, dan verandert ze ogenblikkelijk in de persoon die ze werkelijk is.' En Guske A. deed dat, ge moest hem zien springen, en de heks was Pauline K., die hebben ze toen heks geheten. Die kon u doen verloren lopen. Op een avond kwamen Tinus B. en Kobe K. haar tegen en ze zei ''n Avond mannen, ge zijt nog laat op gang, maar ge zijt bijkans thuis, goei reis.' En die twee gingen en gingen, de hele nacht en ze wisten niet meer waar ze zaten. 's Morgens toen het begon klaar te worden, waren ze te Nieuwerkerken.
Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Wilderen
In de oudheid werden in oorlog of jacht veroverde trofeeën aan een stok opgehangen. Dit motief ging een eigen leven leiden als allegorische decoratie. Kalksnijders modelleerden in het nog vochtige stucwerk voorwerpen tussen bloemenslingers aan linten opgehangen.
In het stadhuis op de Grote Markt op het 'schoon verdiep' zijn in de hoge vestibule de vier kunsten en twee speciale thema's uitgewerkt, de zeevaart en het landleven. Die laatste werken dateren waarschijnlijk uit de Hollandse periode (1815-1830) onder burgemeester J.A.N. Van den Berck. Scheepvaart en de Nederlandse vertaling van Vergilius wijzen daarop.
