Heksen ontmaskeren

Heksen ontmaskeren

In de buurt van de Grevensmolen in Sint-Truiden hing vaak een heks rond. Die heks had een kat bij zich, die bij elke stap tussen haar benen door sprong. Op een dag zei de molenaar "Dat is niet erg als je een heks kan voorbijsteken en je zet dan je voeten kruiselings over elkaar, dan neemt de heks haar ware gedaante aan." Toen X dat eens uitprobeerde, veranderde de heks onmiddellijk in Y. Y zorgde er vaak voor dat mensen verdwaalden. Op een avond kwamen Z en Z2 de heks tegen, en ze zei "Goedenavond mannen! Jullie zijn nog laat op weg, maar jullie zijn bijna thuis. Nog een goede reis!" De mannen stapten de hele nacht verder zonder te weten waar ze waren. Toen het 's ochtends licht werd, waren ze in Nieuwerkerken.

Rond Grevensmolen te St.-Truiden liep altijd een heks en daar was een kat bij en als ze ging, sprong die kat altijd tussen haar benen door bij elke stap dat ze zette. Maar de mensen konden niet weten wie dat was. 'Dat is niets, zei op een keer de 'molder', ik heb gehoord dat als ge vóór een heks kunt geraken en ge zet uw voeten kruisgewijze als ge gaat, dan verandert ze ogenblikkelijk in de persoon die ze werkelijk is.' En Guske A. deed dat, ge moest hem zien springen, en de heks was Pauline K., die hebben ze toen heks geheten. Die kon u doen verloren lopen. Op een avond kwamen Tinus B. en Kobe K. haar tegen en ze zei ''n Avond mannen, ge zijt nog laat op gang, maar ge zijt bijkans thuis, goei reis.' En die twee gingen en gingen, de hele nacht en ze wisten niet meer waar ze zaten. 's Morgens toen het begon klaar te worden, waren ze te Nieuwerkerken.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Wilderen

ONTDEKKING VAN DE DAG

Alomme rust

Alomme rust

De Zondag-middag is héél ingetogen.
De
luchten, klaar van winterkilte, beven
met teeder rood van lage zon doorweven;
de luchten, waar geen vogel komt gevlogen...

De middagrust mag gééne stoornis doogen.
Al
wil somwijlen vluchtig óverzweven
een verre galm van joelend kinderleven :
dra weegt de klare rust weer onbewogen.

Is het in sneeuw – die dezen nacht zoo zacht
de stille stede zwachtelde in heur vacht –
dat doezel-vaag verdooven nu geluiden?

O vrome middagvrede van Sint-Truiden,
dat om te ontwaken uit zijn sluimer, wacht
tot plotse kloosterklokken vespers luiden !




Onderschrift bij deze fotoLit.: P. DE PAUW, recensie in Boekengids, 1, 1923-1924, nr. 361; L. BRANS, Hilarion Thans o.f.m., in Monografieën van de Koninklijke Vereniging van Limburgse Schrijvers, 3, nr. 4, december 1992.
Gedicht in Hilarion THANS, Omheinde hoven, 4de uitgave, Mechelen, Sint-Franciscusdrukkerij, 1927, p. 35.
Hilarion Thans (Maastricht 1884 – Lanaken 1963), minderbroeder en auteur. Gedicht geschreven tussen november 1909 en maart 1910 op onoogige papiertjes toen de jongeman bedlegerig was van een bloedspuwing in het Sint-Truidense klooster. Uit de bundel Ziekebloemen. II. Open ramen. Voor het eerst verschenen onder pseudoniem F.M. Minderbroeder in ’t Daghet in den Oosten, 16, 1910, p. 58 als gedicht nr. XXI met bijhorend citaat Facta est tranquillitas Magna. En er kwam een groote rust (Evang.).