Heksen berijden 's nachts de paarden

Heksen berijden 's nachts de paarden

In de Lang Wei achter de kerk in Wilderen kwamen soms heksen op de paarden rijden. 's Ochtends waren de dieren helemaal bezweet. De mensen uit de buurt hoorden het goed wanneer de paarden 's nachts galoppeerden, maar niemand durfde het aan om te gaan kijken. Wanneer ze bij het eerste ochtendlicht gingen kijken, zagen ze rond de dikke boom een kring waar de heksen te paard hadden gereden. Het gras was er ook helemaal weg, en men kon er geen nieuw gras zaaien.

In de Lang Wei achter de kerk daar kwamen de heksen op de paarden rijden. De beesten stonden daar 's morgens nat te dampen, zo hadden de heksen 's nachts gereden. Dat konden de mensen goed horen, als die paarden daar galoppeerden, dat was een 'lawijt', maar niemand dorst gaan zien. En als 't klaar was, dan gingen ze zien. Daar was een dikke boom en daarrond stond een grote ring waar de heksen in volle galop rondgereden hadden, daar was het gras helemaal kapot. En het hielp niet dat ze daar nieuw gras zaaiden.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Wilderen

ONTDEKKING VAN DE DAG

De Alvermannekes

De Alvermannekes

Te Engelmanshoven  heeft mijn mam de pijp gezien waar de alvermannekens uitkwamen. Die hadden in de grond kasten en tafels van aarde. En als ge moest wassen of bakken, dan moest ge maar een goeie koek gereed leggen en zeggen:

'Ik wou dat de alvermannekens kwamen bakken',

dan kwamen ze uw werk doen. '

Ik heb eens horen vertellen van een vrouw die zonder 'maagd' zat en die wenste dat de alvermannekens kwamen.

'Ik zal een teil rijstpap voor hen maken' zei ze.


Maar toen kwamen ze daar altijd en ze waren daar zo thuis dat ze in de keuken kwamen. En toen daar een nieuwe 'maagd' was, vielen ze die altijd lastig en die was kwaad. Toen zei de vrouw dat tegen een overste van de alvermannekens.

'Weet ge wat ge doet, zei die, het is een 'mottig' middel, als ze nog eens komen, dan geeft ge haar een snee brood en dan moet ze gaan zitten en kuimen of ze moet pissen en kakken.'

Met acht man kwamen ze binnen en toen deed die dat en toen ze dat zagen, riepen ze allemaal gelijk:

'Haaaa, foei, eten, bijten, schijten, zijken gelijk, haaaa, foei!' 

en toen liepen ze weg, terwijl ze hun neus toehielden en ze zijn niet meer teruggekomen.

Opgetekend door F. Beckers in 1948

 Bron: volksverhalenbank.be