Heks verlaat haar lichaam

Heks verlaat haar lichaam

Naast X de heks woonde een vrouwtje dat de eieren van haar kip nergens kon vinden. Iedereen vermoedde wel dat de kip haar eieren op de zolder van de heks legde, maar iedereen was bang van X. Op een dag kwam de zoon van het vrouwtje thuis met de boodschap dat hij X boven op de berg had gezien. "Ga dan eens gauw kijken op de zolder van de heks", vroeg het vrouwtje aan haar zoon. De zoon deed het en vond inderdaad de eieren op X s zolder. Op het ogenblik dat de zoon de eieren wilde aanraken, weerklonk er een stem "Laat dat eens liggen, snotneus!" Het was enkel X' geest die had gesproken, want haar lichaam stond nog steeds boven op de berg. Pas enkele uren later heeft men X zien terugkeren van de berg.

Polieneke was een heks en daarnevens woonde een braaf vrouwke en die haar hen lei haar eieren verloren. Maar ze dachten wel dat ze op de zolder van Polieneke lei, maar ze hadden schrik van haar. En op een keer kwam het jongske thuis en hij zei dat hij Polieneke daar boven op de berg gezien had. 'Ga dan eens gauw zien naar die eieren op haar zolder' zei 't vrouwke. Maar toen hij zijn hand juist op de eieren wou leggen, zei Polieneke ineens 'Laat ze liggen snotneus.' Dat was haar geest en haar lichaam stond daarginder boven ontgeest, want een beetje daarna kwam ze eerst terug aan. Dat kunnen de heksen.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Wilderen

ONTDEKKING VAN DE DAG

Een weerwolf in Melveren

Een weerwolf in Melveren

In Melveren , een gehucht van Sint-Truiden, woonde een zekere X. Op zekere dag ging X met zijn vriendin naar de kermis in Kortenbos. Deze man had echter een pact gesloten met de duivel, wat betekende dat hij regelmatig enkele uren als weerwolf moest rondlopen. Omdat X op de kermis plots voelde dat dat moment was aangebroken, zei hij tegen zijn vriendin: "Als je een hond zou tegenkomen, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil. Op die manier zal het beest je geen kwaad doen." 

Omdat een weerwolf geen kruis kan oversteken, moet hij de draadjes van de zakdoek één voor één uitrafelen vooraleer hij verder kan. 

Het meisje antwoordde: "Neen, blijf maar bij mij!", waarop haar vriend: "Neen, ik moet dringend even een boodschap doen." 

Toen X weg was, kwam er een lelijke zwarte hond naar het meisje toe. Ze deed onmiddellijk wat haar vriend had gezegd, waarop de hond de zakdoek in stukken scheurde. Een kwartier later kwam X terug. Zijn vriendin vertelde hem dat ze doodsangsten had uitgestaan terwijl hij weg was. Wat verderop ging het tweetal iets drinken in een café. Het meisje bekeek haar vriend eens goed, en riep geschokt: "Jij smeerlap, je bent het zelf geweest, want de vezels van de zakdoek hangen nog tussen je tanden!" 

X zei dat ze het zich maar inbeeldde, maar het meisje wilde hem toch nooit meer zien.


Opgetekend door F. Beckers in 1947.
Bron: volksverhalenbank.be