Zout weert de macht van de kwade hand af

Zout weert de macht van de kwade hand af

Op de Ooie, een wijk in Zepperen, woonde een moeder wiens zoontje behekst was. Iemand had gezegd "Als dat kind behekst is, dan komt het door de vrouw die hier altijd melk brengt zij gaat immers altijd aan het wiegje kijken." Omdat de ouders van het kind gehoord hadden dat zout goed hielp tegen heksen, deden ze wat zout in de melk. Hoewel de heks dat niet had gezien, zei ze bij haar volgende bezoek "Waarom doe je zout in de melk van een kind? Die melk kan toch niet zoet genoeg zijn!" De moeder van het kind haalde gewijde palmtakjes bij de paters en stak die onder de trap. Op die manier kon de heks niet meer binnenkomen.

Mijn mam woonde hier wat hoger op d'Ooie en haar broerke was behekst, ge zaagt dat dat kind veel afzag. Toen zei daar iemand 'Als dat kind behekst is, dan is het die geweest, die hier altijd melk brengt, die gaat altijd aan 't wiegske kijken.' Ze hadden al gehoord dat zout goed was tegen de kwade hand en dat deden ze in de melk. Maar die heks zei 'Wat doet ge dan zout in de melk van een kind? Die kan nooit zoet genoeg zijn.' Dat wist ze en ze had het niet zien doen. Maar mam wou daar helemaal van af zijn en ze haalde heiligdom bij de paters en dat moest ze onder de trap steken, daar kon de heks niet over. Dat had ze ook niet gezien maar ze voelde het en toen was ze kwaad, omdat ze niet meer in kon komen.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Zepperen

ONTDEKKING VAN DE DAG

Beiaardklanken en biggengeschreeuw

Aldous Huxley.

Hij durfde ooit te schrijven over ons, Truienaren: Sommigen maken laken, sommigen suiker. Enkelen hebben cultuur, de rest helemaal niet!
Als bewijs van het tegendeel hangt aan een gevel op de Grote Markt sinds 1968 zijn naam in bronzen letters: Aldous Huxley.

Een aardige Belgische.

Huxley was een telg uit een Brits geslacht van beroemde en bijzonder knappe koppen. Hij studeerde letterkunde in Eton en Oxford. Op een feestje met Kerst 1915 in Engeland viel hem de frèle Maria Nijs op, een Belgische oorlogsvluchtelinge met grote, groenblauwe ogen. Ik heb tenslotte ook een aardige Belgische ontdekt, de wonderen zijn de wereld nog niet uit, meende de slungelachtige, bijziende romanschrijver. Maria’s vader was een Kortrijkse textielbaron, maar moeder Marguerite Baltus stamde uit Sint-Truiden. De rijke koopmansfamilie Baltus woonde in het huis In de Roos op de Grote Markt. Van het een kwam het ander en na de Grote Oorlog trouwde Aldous met Maria. Rond die tijd verbleef de Brit bij oom Baltus in Sint-Truiden.

De inspiratie voor zijn novelle Uncle Spencer uit 1924 deed hij toen op. Het verzonnen Longres uit de novelle is Sint-Truiden, afgebeeld als zedig provinciestadje met een aardige burgerij. Ons interesseren natuurlijk de herkenningspunten : de onontkoombare beiaarddeuntjes, het stille begijnhof, het stadhuis in zachtgele pleister, de kermisattracties met de Dikke Madam die haar gezicht kon wassen met haar tiekes… De diervriendelijke Duitse bezetter beboette iedereen die nog varkens aan oren en staart over de zaterdagmarkt sleurde. Geen enkele verordening zat de boeren meer dwars dan deze.

Een citaat in de originele taal, waarin Huxley beschrijft hoe de Truienaren weerwraak namen op de arme biggen na het vertrek van de Duitsers eind november 1918: The first Saturday after the departure of the German troops was a bad morning fort he pigs. To carry a pig by the tail was an outward and visible symbol of revovered liberty; and the squeals of the porkers mingled with the cheers of the population and the trills and clashing harmonies of the bells awakened by the carilloneur from their four years’ silence. By ten o’clock the market was over. 

Het Minderbroedersplein heette 'varkensmarkt' in de volksmond


Globetrotter Huxley werd in 1932 wereldberoemd door zijn bittere toekomstroman Brave New World en in 1954 met The Doors of Perception, een verslag van zijn experimenten met de druk mescaline. Maria stierf in 1955 en Aldous in 1963 te Los Angeles, net op de dag waarop president Kennedy werd vermoord.



Huxley-vorser
Leraar Roger Collart (+1996) was wel de hardnekkigste Huxley-vorser in onze stad. Zijn vaak gevraagde vertaling van Uncle Spencer wacht nog altijd op een uitgever! Ook Louis Sterken, Guido Wulms, Frank Decat, Danny Gennez en Jean-Pierre Rondas schreven over Aldous in Sint-Truiden. Huxley houdt de aandacht levend: in Munster (D.) is een heus studiecentrum gehuisvest. De Antwerpse sensatiejournalist en latere crimi-auteur Stan Lauryssens bracht een boek uit over Maria Nijs en haar stormachtige liefdesleven.