Zout weert de macht van de kwade hand af

Zout weert de macht van de kwade hand af

Op de Ooie, een wijk in Zepperen, woonde een moeder wiens zoontje behekst was. Iemand had gezegd "Als dat kind behekst is, dan komt het door de vrouw die hier altijd melk brengt zij gaat immers altijd aan het wiegje kijken." Omdat de ouders van het kind gehoord hadden dat zout goed hielp tegen heksen, deden ze wat zout in de melk. Hoewel de heks dat niet had gezien, zei ze bij haar volgende bezoek "Waarom doe je zout in de melk van een kind? Die melk kan toch niet zoet genoeg zijn!" De moeder van het kind haalde gewijde palmtakjes bij de paters en stak die onder de trap. Op die manier kon de heks niet meer binnenkomen.

Mijn mam woonde hier wat hoger op d'Ooie en haar broerke was behekst, ge zaagt dat dat kind veel afzag. Toen zei daar iemand 'Als dat kind behekst is, dan is het die geweest, die hier altijd melk brengt, die gaat altijd aan 't wiegske kijken.' Ze hadden al gehoord dat zout goed was tegen de kwade hand en dat deden ze in de melk. Maar die heks zei 'Wat doet ge dan zout in de melk van een kind? Die kan nooit zoet genoeg zijn.' Dat wist ze en ze had het niet zien doen. Maar mam wou daar helemaal van af zijn en ze haalde heiligdom bij de paters en dat moest ze onder de trap steken, daar kon de heks niet over. Dat had ze ook niet gezien maar ze voelde het en toen was ze kwaad, omdat ze niet meer in kon komen.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Zepperen

ONTDEKKING VAN DE DAG

De Alvermannekes

De Alvermannekes

Te Engelmanshoven  heeft mijn mam de pijp gezien waar de alvermannekens uitkwamen. Die hadden in de grond kasten en tafels van aarde. En als ge moest wassen of bakken, dan moest ge maar een goeie koek gereed leggen en zeggen:

'Ik wou dat de alvermannekens kwamen bakken',

dan kwamen ze uw werk doen. '

Ik heb eens horen vertellen van een vrouw die zonder 'maagd' zat en die wenste dat de alvermannekens kwamen.

'Ik zal een teil rijstpap voor hen maken' zei ze.


Maar toen kwamen ze daar altijd en ze waren daar zo thuis dat ze in de keuken kwamen. En toen daar een nieuwe 'maagd' was, vielen ze die altijd lastig en die was kwaad. Toen zei de vrouw dat tegen een overste van de alvermannekens.

'Weet ge wat ge doet, zei die, het is een 'mottig' middel, als ze nog eens komen, dan geeft ge haar een snee brood en dan moet ze gaan zitten en kuimen of ze moet pissen en kakken.'

Met acht man kwamen ze binnen en toen deed die dat en toen ze dat zagen, riepen ze allemaal gelijk:

'Haaaa, foei, eten, bijten, schijten, zijken gelijk, haaaa, foei!' 

en toen liepen ze weg, terwijl ze hun neus toehielden en ze zijn niet meer teruggekomen.

Opgetekend door F. Beckers in 1948

 Bron: volksverhalenbank.be