Zout weert de macht van de kwade hand af

Zout weert de macht van de kwade hand af

Op de Ooie, een wijk in Zepperen, woonde een moeder wiens zoontje behekst was. Iemand had gezegd "Als dat kind behekst is, dan komt het door de vrouw die hier altijd melk brengt zij gaat immers altijd aan het wiegje kijken." Omdat de ouders van het kind gehoord hadden dat zout goed hielp tegen heksen, deden ze wat zout in de melk. Hoewel de heks dat niet had gezien, zei ze bij haar volgende bezoek "Waarom doe je zout in de melk van een kind? Die melk kan toch niet zoet genoeg zijn!" De moeder van het kind haalde gewijde palmtakjes bij de paters en stak die onder de trap. Op die manier kon de heks niet meer binnenkomen.

Mijn mam woonde hier wat hoger op d'Ooie en haar broerke was behekst, ge zaagt dat dat kind veel afzag. Toen zei daar iemand 'Als dat kind behekst is, dan is het die geweest, die hier altijd melk brengt, die gaat altijd aan 't wiegske kijken.' Ze hadden al gehoord dat zout goed was tegen de kwade hand en dat deden ze in de melk. Maar die heks zei 'Wat doet ge dan zout in de melk van een kind? Die kan nooit zoet genoeg zijn.' Dat wist ze en ze had het niet zien doen. Maar mam wou daar helemaal van af zijn en ze haalde heiligdom bij de paters en dat moest ze onder de trap steken, daar kon de heks niet over. Dat had ze ook niet gezien maar ze voelde het en toen was ze kwaad, omdat ze niet meer in kon komen.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Zepperen

ONTDEKKING VAN DE DAG

Folcardus, abt ST

 Sint-Truiden 11.05.1145 

Jong ingetreden als monnik. Cellarius en cantor 1108, proost 1112. Ondanks protest van graaf van Duras  tot abt gewijd in Fosse 1138. Restaureerde verder de abdij na Rodulfus o.a. slaapzaal, kapittelzaal en infirmerie. Was in conflict met Arnold van Diest en maakte bezetting mee door Godfried van Brabant in 1140 en 1142. Ontving talrijke schenkingen van lokale burgerij, maar onderging brouwersopstand in 1143-1144. Liet goed in Hakendover  na. Begraven in midden abdijkerk 1145.

Lit.: RECUEIL, p. 14; MONBEL, p. 43-44; KRONIEK2, p. 10-24.