Stal behekst

Stal behekst

Een boer had een koe gekocht, maar hij slaagde er niet in om de kalveren van het dier in leven te houden het ene kalf na het andere stierf. De zoon van de boer ging naar een tovenaar en vertelde daar wat er gebeurd was. Hij vertelde de tovenaar ook dat hij van plan was om op de markt een nieuwe koe te kopen. De tovenaar zei "Als je de koe van de markt naar huis brengt, let er dan op dat je geen vrouw tegenkomt, die zegt "O, wat een mooie koe!", en die het dier met haar hand aanraakt." Toen de zoon op de markt een nieuwe koe was gaan kopen, kwam hij inderdaad een vrouw tegen, die zei "O, wat een mooie koe!", maar hij zorgde ervoor dat ze het dier niet kon aanraken. De tovenaar had de zoon ook iets gegeven dat hij in de stal moest leggen om de heks tegen te houden.

Een man uit de geburen kocht thuis eens een kalf. Toen het groot was, konden die mensen maar geen kalf van die koe groot krijgen. Het een na het ander ging kapot. De zoon ging naar het heksenmenneke en deed hem de zaak uiteen en hij zei ook dat hij dacht op de markt een nieuwe koe te kopen. Toen zei 't Menneke 'Wel, let dan eens op als ge terugkomt of er u geen vrouw tegenkomt, die zegt O wat een schone koe, pas dan op dat ze haar vingers er niet aan steekt.' En schoon, 't kwam uit, een vrouw die nu nog niet lang dood is, kwam op hem af en zei 'O wat een schone koe', maar hij zorgde dat ze er met haar poten van bleef.'t Menneke had ook iets meegegeven om in de deur van de koestal te steken. 's Nachts moesten ze ook gaan zien, had hij gezegd. De heks had nu geen macht meer om binnen te geraken. Ze moest buiten blijven staan, het was dezelfde die ze tegen gekomen waren met de koe.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Zepperen

ONTDEKKING VAN DE DAG

Honderdduizenden zelfbouwkapelletjes aan onze gevels

Honderdduizenden zelfbouwkapelletjes

Priester Fernand Mariën, eerst onderpastoor in Jette en later kloosterdirecteur en godsdienstleraar bij de Ursulinen in Tildonk, startte in 1956 een nationale actie ‘Regnum Mariae’. Op zowat alle huisgevels verschenen houten kapelletjes met daarin een Italiaans plaasteren beeldje van de Madonna. De distributie kaderde in een Mariaal offensief van twaalf weken in de parochie met een propagandadag en een “koninginnedag” waarbij iedereen zijn zelfbouwkapelletje kon afhalen. Voor het vensterglas moest je zelf zorgen, want in principe was het kleinood gratis. Giften werden in dank aanvaard. Bij het overlijden van de initiatiefnemer in 1978 zouden er een kwart miljoen gevelkapelletjes verspreid zijn.

Actie-affiche

In de loop van de actiejaren veranderde het kapelmodel. Kenmerkend bleven de Maria-M getopt met kruisje en het gekroonde M-monogram dat verwees naar het Rijk van Maria. In de laatste fase waren de gevelkapelletjes actueel gestroomlijnd en in kunststof uitgevoerd. De honderden houten exemplaren in Sint-Truiden hebben de tand des tijds meestal niet overleefd. Ze worden zeldzaam.


Gevel school zusters Sint-Vincentius-a-Paulo te Zepperen. Afgebroken. 


Lees: Roger DE BROECK, Gevelkapelletjes in Vlaanderen, in Ons Heem, 55, 2001, nr. 2, p. 196-219: Henri VANNOPPEN, in Kapellen in Vlaanderen, Brussel: FARO, 2002.