Het meest bekende weerwolf verhaal

Het meest bekende weerwolf verhaal

In Melveren, een gehucht van Sint-Truiden, woonde een zekere X. Op zekere dag ging X met zijn vriendin naar de kermis in Kortenbos. Deze man had echter een pact gesloten met de duivel, wat betekende dat hij regelmatig enkele uren als weerwolf moest rondlopen. Omdat X op de kermis plots voelde dat dat moment was aangebroken, zei hij tegen zijn vriendin "Als je een hond zou tegenkomen, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil. Op die manier zal het beest je geen kwaad doen." Omdat een weerwolf geen kruis kan oversteken, moet hij de draadjes van de zakdoek één voor één uitrafelen vooraleer hij verder kan. Het meisje antwoordde "Neen, blijf maar bij mij!", waarop haar vriend "Neen, ik moet dringend even een boodschap doen." Toen X weg was, kwam er een lelijke zwarte hond naar het meisje toe. Ze deed onmiddellijk wat haar vriend had gezegd, waarop de hond de zakdoek in stukken scheurde. Een kwartier later kwam X terug. Zijn vriendin vertelde hem dat ze doodsangsten had uitgestaan terwijl hij weg was. Wat verderop ging het tweetal iets drinken in een café. Het meisje bekeek haar vriend eens goed, en riep geschokt "Jij smeerlap, je bent het zelf geweest, want de vezels van de zakdoek hangen nog tussen je tanden!" X zei dat ze het zich maar inbeeldde, maar het meisje wilde hem toch nooit meer zien.

K., dat was ene van Melveren en die ging eens met zijn meisje naar Kortenbosch-kermis. Maar dat was ene die weerwolf werd en die voelde dat aankomen en toen zei hij 'Moest er u een hond tegenkomen, daar is een 'tesneusdoek', gooit hem die tussen zijn tanden, dan kan hij u niets doen, eer hij hem verscheurd heeft zijt ge weg.' De weerwolf kan over geen kruis daarom moet hij al de draadjes één voor één uittrekken van die 'tesneusdoek' eer hij door kan. Toen zei het meisje 'Blijf gij maar bij me' - 'Neen, ik moet mijn broek eens afdoen, 't is tijd of 't ligt in mijn broek.' En toen hij weg was kwam daar een lelijke zwarte hond af met zijn muil wijd open en 't meisje deed wat de jongen gezegd had en ze gooide de 'tesneusdoek' in zijn muil en hij verscheurde hem 'zo na vaneen' als kaas. Een kwartier daarna kwam de jongen terug bij haar en toen zei ze 'Dat heeft nogal geduurd en ik heb bijkans mijn dood gehaald' 'Ja, ik ben hard in mijn lichaam en ik had u toch gezegd wat ge moest doen. Heeft hij u iets gedaan?' - 'Neen, maar ik was bij kans dood van de schrik' zei het meisje. En toen gingen ze door en toen ze aan een café kwamen zei hij 'Gaan we hier iets drinken?' en toen ze daar binnen waren bezag ze hem eens goed 'Och gij, lelijke, vuile, driedubbele smeerlap dat ge zijt, gij zijt dat geweest, de 'kettels' hangen nog tussen uw tanden' riep ze. 'Dat is maar een gedacht van u' zei hij, maar ze liet hem staan.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Sint-Truiden

ONTDEKKING VAN DE DAG

Portmans, ridder (Frans Maria) Ferdinand, burgemeester Hasselt

Sint-Truiden 23.12.1854  Hasselt 19.03.1938  Marie Roelants 

Zoon van vrederechter Jean Ignace Charles, tevens kantonnaal inspecteur lager onderwijs, en Elisabeth Charlotte Florentine Vanham. College Sint-Truiden. Jurist Leuven. 

Medestichter eerste mutualiteit Sint-Truiden en voorzitter schoolcomité tijdens schoolstrijd. Notaris en plaatsvervangend vrederechter Hasselt 1885. Gemeenteraadslid 1881-1887 Sint-Truiden en lid weldadigheidsbureel 1883-1886 Sint-Truiden. Provincieraadslid 1892-1912. Vader van priester-leraar en pastoor Etienne Stephanus (1895-1962). 


Burgemeester Hasselt 1895-1937. Katholiek volksvertegenwoordiger 1912-1923 en senator ter vervanging van Edmond Whettnall 1913-1932. Ridder 1929. Voorzitter Comité Hulp en Voeding WO I. Begraven oud kerkhof Hasselt, monument met alliantiewapens. Borstbeeld in stadsmuseum Hasselt door Emile Cantillon ca. 1905. Straatnaam Ridder Portmansstraat Hasselt.

Info: ODIS-databank en website Hasel.
Lit.: HBVL, 21.03.1938; VAN MOLLE, p. 275; J. GRAUWELS, De straatnamen van Nieuw-Hasselt, Hasselt: Heideland, 1980, p. 80.