Heksenmeesters kennen middelen om hekserij te verwijderen

Heksenmeesters kennen middelen om hekserij te verwijderen

Een zieke man ging 's nachts zo wild tekeer dat men hem niet in het bed kon houden. De familieleden van de man kregen de raad om X die in het ziekenhuis werkte, te laten komen. X kwam naar de zieke met een koord waaraan een sleutel hing. Wanneer hij de koord boven de zieke man hield, begon de sleutel te draaien. X leidde daaruit af dat de man in de macht was van een duistere kracht. X raadde de familieleden aan om de volgende nacht een mes op het hart van de man te houden. Zo gezegd, zo gedaan. Toen de klok twaalf uur sloeg, weerklonk er een luide slag, waarbij alle deuren in één ruk openvlogen en waarbij de zieke man tot tegen het plafond werd getild. Daarna is er niets meer gebeurd.

Een van mijn broers was ziek en 's nachts konden we hem niet in 't bed houden, zo ging die te werk. Ze zegden ons 'Ge moet eens naar Suske van 't hospitaal gaan, dat is ene die van alles weet'. En Suske kwam en toen had hij een koord en daar hing een sleutel aan die draaide. 'Ze hebben het jongske vast, ik zal ze doen inkomen die 't manneke vastheeft', zei Suske. Ik pakte 't broodmes op van 'colère' maar toen zei Suske 'Nu doe ik ze niet komen, maar weet ge wat, de volgende nacht moet ge een mes met de steel op 't hart van 't jongske houden.' En ik en een kameraad zaten toen aan weerskanten van 't bed en zo hadden we het mes vast. Gelijk 12 uur sloeg, kwam me daar een slag gelijk de donder, en alle deuren die gesloten waren, vlogen open en 't jongske vloog tot tegen het plafond. Daarna is daar niets meer gebeurd. Er leven nog veel mensen die dat gehoord hebben en die kunnen getuigen dat ik u niets wijsmaak.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Sint-Truiden

ONTDEKKING VAN DE DAG

De bieten- en fruitspoorlijn (1879) tussen Tienen, Sint-Truiden en Tongeren

In 1879 werd een spoorlijn geopend tussen Neerlinter en Tongeren. Vooral bedoeld om in onze omgeving bietsuikerfabrieken (Ordingen en Bernissem) en de opkomende fruitexport naar het Duitse Ruhrgebied te bedienen. Door het heuvelige terrein waren dijken en doorsnijdingen noodzakelijk. Zo ook op de Honsberg op het drielandenpunt tussen Ordingen-Rijkel-Zepperen, met overbrugging.



Het private project voor Aken-Brussel mocht niet concurreren met de bestaande staatslijn Tienen-Luik en werd dus beperkt tot een kronkelend tracé Neerlinter-Tongeren. Aanvankelijk waren er ook weinig haltes (Zoutleeuw, Ordingen, Borgloon en Pringen), maar dat werd in 1897 aangevuld met haltes in Wilderen, Melveren, Bernissem, Hoepertingen, Kerniel en Jesseren) Daarom kreeg het bareelwachtershuisje uit 1878 in Wilderen in 1896 een heus station tegenover zich. 

Station Wilderen


In de Eerste Wereldoorlog werkten de Duitsers aan de missing link Tongeren-Aken met viaduct in Sint-Martensvoeren.

Verdwenen station van Ordingen 1897 met links stationsherberg 1895

In 1957 werd het personenvervoer op deze lijn 23 gestopt en vervangen door autobuslijnen. In 1968-1988 verdween ook het goederenvervoer voor lokale nijverheden. De sporen werden geleidelijk opgebroken tussen 1968 en 1989. In 1992 kwam er een toeristisch fietspad op het (deels) bewaard gebleven tracé.

Ordingen werd, weliswaar meer naar Zepperen toe, een draaischijf van goederen- en personenverkeer. En uiteraard kwam er de onvermijdelijke stationsherberg (1895). Het station maakte plaats voor de N718, bedoeld als oostelijke omleiding rond Sint-Truiden en aansluiting op de beruchte A24-autosnelweg., maar slechts uitgevoerd tussen Melveren en Ordingen.


Jammer genoeg waren spoorlijn en brug ook plaatsen van wanhoopsdaden en dramatische ongevallen. Zo ontdekten stationschef Miel Mommen en arbeider Lowieke Mertens in april 1943 'het lijk van een onbekende vrouwspersoon van ongeveer vijf- en twintig jaar'. De vrouw was ongelukkig op een betonnen seindraadpaaltje terechtgekomen bij haar ontsnappingssprong uit het Jodentransport XX vanuit de Dossinkazerne in Mechelen, gesaboteerd in Boortmeerbeek.

Stationschef Miel Mommen met zijn kleindochter, ca. 1940 in Ordingen

Nu is de spoorweg'zate' een verwilderde oase voor wild en vogels, hazelwormen, wijngaardslakken en dassen. Maar ook een magneet voor sluikstorters. Sommige delen van de spoorberm worden beheerd door natuurpunt omwille van de uitzonderlijke flora zoals knolsteenbreek, bosanemoon, slanke sleutelbloem, wilde marjolein, muskuskruid en brede wespenorchis. 


De brug over de spoorweg bij het 'driegemeentenpunt' Rijkel-Ordingen-Zepperen



Lees: 'Zepperen in Twee Grote Oorlogen', Remacluskring, 1994, p. 182-190; ‘Sint-Truiden ingekaderd 1830-1914’, tentoonstellingscatalogus, Sint-Truiden: vzw Sint-Truiden 1300, p. 120; Robert NOUWEN, ‘Het Fruitspoor: spoorweglijn 23 Drieslinter-Tongeren’ in ‘Tongerse Annalen’, december 2019, p. 8-25.
Kijk: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobje.../304755; Item over het bieten- en suikerspoor lijn 23 op www.haspengouw.tv