Twee broers die vijftien jaar bij het leger waren geweest, vloekten de hele tijd en weigerden naar de kerk te gaan. Ze werkten in een brouwerij op de Beek. Op een avond liep één van de broers naar huis, terwijl hij riep "Als er een duivel is, dan moet hij maar komen!" Toen de man op de Spaanse Brug kwam, botste hij plots ergens tegenop. Hij viel op de grond en voelde overal haar. Sindsdien heeft de man geen enkele keer meer gevloekt.
Dat heeft mijn moeder me differente keren verteld. Haar mam had twee broers en die waren vijftien jaar bij de troep geweest, bij de kurassiers, dat was het strafste volk van 't land. Toen die terugkwamen deden ze niets meer 'als' vloeken en naar de kerk wilden ze ook niet meer gaan. Ze werkten in een brouweerij hier op 'de Beek'. Op een avond kwam eens ene alleen naar huis en hij riep de hele tijd ' Als daar een duivel is, dat hij dan maar komt' en dan vloekte hij nog lelijk. En op de Spaanse Brug kon hij niet meer voort, hij liep tegen iets en toen viel hij en al wat hij tastte met zijn handen was haar en nog eens haar. Toen had hij de duivel die hij geroepen had. Maar van toen af was het gedaan met vloeken.
Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Sint-Truiden
Sint-Truiden 11.05.1145
Jong ingetreden als monnik. Cellarius en cantor 1108, proost 1112. Ondanks protest van graaf van Duras tot abt gewijd in Fosse 1138. Restaureerde verder de abdij na Rodulfus o.a. slaapzaal, kapittelzaal en infirmerie. Was in conflict met Arnold van Diest en maakte bezetting mee door Godfried van Brabant in 1140 en 1142. Ontving talrijke schenkingen van lokale burgerij, maar onderging brouwersopstand in 1143-1144. Liet goed in Hakendover na. Begraven in midden abdijkerk 1145.