Als de duivel aanroepen wordt, komt hij

Als de duivel aanroepen wordt, komt hij

Twee broers die vijftien jaar bij het leger waren geweest, vloekten de hele tijd en weigerden naar de kerk te gaan. Ze werkten in een brouwerij op de Beek. Op een avond liep één van de broers naar huis, terwijl hij riep "Als er een duivel is, dan moet hij maar komen!" Toen de man op de Spaanse Brug kwam, botste hij plots ergens tegenop. Hij viel op de grond en voelde overal haar. Sindsdien heeft de man geen enkele keer meer gevloekt.

Dat heeft mijn moeder me differente keren verteld. Haar mam had twee broers en die waren vijftien jaar bij de troep geweest, bij de kurassiers, dat was het strafste volk van 't land. Toen die terugkwamen deden ze niets meer 'als' vloeken en naar de kerk wilden ze ook niet meer gaan. Ze werkten in een brouweerij hier op 'de Beek'. Op een avond kwam eens ene alleen naar huis en hij riep de hele tijd ' Als daar een duivel is, dat hij dan maar komt' en dan vloekte hij nog lelijk. En op de Spaanse Brug kon hij niet meer voort, hij liep tegen iets en toen viel hij en al wat hij tastte met zijn handen was haar en nog eens haar. Toen had hij de duivel die hij geroepen had. Maar van toen af was het gedaan met vloeken.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Sint-Truiden

ONTDEKKING VAN DE DAG

De trap des aanstoots

De Luikse architect Etienne Fayn slaagde erin om een mooi stadhuis in Luikse classicisme te ontwerpen rond de oude halle en de belforttoren. De stadsmagistraat betrok zijn nieuwe symmetrische bouw in juli 1759 onder begeleiding van drie kanonsalvo's. De interieurafwerking, vooral door de modieuze Luikse vakmensen, moest toen nog beginnen.
Maar... die saaie horizontale kroonlijst wou de stad als bouwheer toch verbeteren. Kijkend naar Brabant en Antwerpen liet ze in 1766 zwierige frontons met klokgevel, curven en tegencurven plaatsen aan de hoofdgevel. Pater minderbroeder Johannes Bolgrez bracht een plan mee uit Antwerpen. Ook kwam er een dubbele puitrap naar de verdieping, om de begane grond te kunnen verhuren. Enkele jaren later verdween deze blijkbaar té bombastische ingreep terug. 

Eigentijds kroniekschrijver Debruyn is genadeloos voor zoveel pretentie en tekent - met veel lekenfantasie - dit on-Luikse gedrocht. Hij schrijft ook hoe men half juni 1766 bouwt aan "eene nieuwe blauw steene balcon, ende het frontispicium wierd verciert met nieuwe crollen, oock met eenen nieuwen noijt in dese landen geinventeerde blauw steenen trap dienende tot spot der borgers ende vreemdelingen hier passerende om het onnodigh ende verquist geldt". 

Van deze verbeteringsoperatie getuigt nog een jaartalsteen met stadswapen boven het balkon. 






Lees: Christine VANTHILLO, Het stadhuis van Sint-Truiden, van binnen uit bekeken, in Sint-Truiden in de 18de eeuw, tentoonstellingscataloog, Sint-Truiden: Sint-Truiden 1300 vzw., 1993, p. 109-117; Fernand DUCHATEAU, Het boek van Debruyn. Een kroniek van de achttiende eeuw in Sint-Truiden, in idem, p. 168 en 209-267 en Sint-Truiden 1693-1793, in idem, p. 7-26; Het stadhuis van Sint-Truiden. Hart van de democratie, Sint-Truiden: stadsbestuur, 2018, p. 131-133.