Begraven schat

Begraven schat

In de buurt van Wellen ontdekte een schaapherder toevallig een rooster in een veld. De schaapherder, die een roosje in zijn mond had, wilde een steentje in een gat van het rooster gooien. Toen hij het steentje liet vallen, viel echter ook het roosje uit zijn mond. Enkele ogenblikken later weerklonk een stem "Schaapherder, als je je roosje had bewaard, dan was je zelf ook gespaard gebleven." De schaapherder liep verschrikt weg. Toen hij de volgende dag samen met enkele anderen het rooster probeerde terug te vinden, was het verdwenen. Een schat kan maar éénmaal om de honderd jaar gevonden worden. Indien ze dan niet ontdekt wordt, moet men weer honderd jaar wachten.

Aan de kanten van Wellen lag eens een scheper op een braakland de varkens te hoeden. Het was een luierik en lag altijd op zijn rug en zo was hij eens met een stokske in de grond aan 't boren en toen kwam hij op een rooster uit. Toen trok hij het gras allemaaal weg en maakte het zuiver en toen lag daar een ronde rooster voor hem, maar die was heel vast toe. En hij had een rooske in zijn mond en toen hij een 'kuutje' in de rooster vond, wou hij daar een 'steenke' laten invallen, maar het rooske viel uit zijn mond recht aan 't ' kuutje' in en het 'steenke' viel zo diep dat hij het niet hoorde vallen. Toen kwam daar een stem uit en die zei 'Scheper, scheper had ge uw rooske bewaard, dan waart gij zelf ook bewaard.' Toen dorst hij daar niet meer blijven en toen hij iemand meenam, konden zij de plaats niet meer vinden. Zo een schat kon maar alle honderd jaar verdiend worden en als het dan mislukt, dan moet ge weer honderd jaar wachten.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Sint-Truiden

ONTDEKKING VAN DE DAG

Coenegrachts, Herman, aalmoezenier

Millen 28.10.1823  - Morelia (Mex.) 06.11.1865  

Molenaarszoon Wintershoven. Priester 1851, jongere broer van pastoor Hendrik Coenegrachts van Wilderen-Duras. Kapelaan hoofdkerk en eerste rector van Sint-Marten 1855, woonde op het huidige Sint-Maartenplein  tegen het vroegere kerkhof. Leraar middelbare school. Geesteszorg voor soldaten van nabijgelegen kazerne. 

Werd na tussenkomst van Mgr. De Ram, rector Leuven, aalmoezenier van Belgisch expeditiekorps als steun voor Maximiliaan, keizer van Mexico en schoonzoon van Leopold I in 1864. Scheepsreis met ‘Tampico’ van Saint-Nazaire naar Vera Cruz jaarwisseling 1864-1865 met het derde detachement. Nederlaag in Tacambaro 1865. 

Richtte met enkele geneesheren militair hospitaal op in Morelia. Bij tyfusepidemie zelf bezweken in huis van notabele. Wegens verdiensten uitzonderlijk begraven in koor van Sint-Antoniuskapel nabij OLV-kerk van Morelia. Kelk geschonken door parochianen van Sint-Marten in 1864 werd in 1866 terugbezorgd aan de Sint-Maartenkerk  ST


Morelia (Mex.), kathedraal


Info: Danny Gennez, Jan Vanaudenaerde, Albert Daerden en Ludo Melard.
Lit.: G.A. ADRIAENS, Biographie de M. Herman Coenegrachts, aumônier des Belges au Mexique, Brussel: de Cock, 1870, uit: LOISEAU; J. MUYLDERMANS, Een Limburgsch legeraalmoezenier, Herman Coenegrachts, in Limburg, 9, 1927-1928, p. 27-31; Albert DUCHESNE, L’expédition des volontaires belges au Mexique 1864-1867, (Bijdragen Centrum voor Militaire Geschiedenis, 3), Brussel, 1967-1968, p. 53, 209, 220, 225 en 434; Achille THIJS, Historie rond een oude kelk uit de St.-Maartenkerk te St.-Truiden, in HBVL, 19/20.08.1972; Monique LEFEBVRE, Het Belgische Vrijwilligerskorps in Mexico 1864-1867, in Tijdschrift van het Museum van het kamp van Beverlo, 31, april-mei-juni 2003, p. 12-16; BEKTRUI, 1, 2004, p. 1; Jos VERHEYDEN, Aalmoezenier Herman Coenegrachts. Een bekende Truienaar, in BINK, 8, 3de kwartaal 2005, p. 14-16; Laurent COENEGRACHTS en Ludo MELARD, E.H. Coenegrachts, priester van het bisdom Luik, legeraamoezenier (1823-1865), in GOGRI-tijdschrift, jg. 9, extra nr., november 2012, p. 17-20.