Bessemans, (Jozef Frans Antoon) Albert, hoogleraar

ST 16.02.1888 – Oostende hosp. 18.03.1973, x Marie Jeanne Wiot

Zoon van Joseph, brouwer, landmeter en secretaris C.O.O.,en Marie Joséphine Elisabeth Stevens. Primus perpetuus en ereprijs KleinSeminarie 1905. Muziekacademie ST. Doctor geneeskunde te Leuven 1907-1912 metgrootste onderscheiding. Laureaat van diverse reisbeurzen en prijzen. Bacteriologischonderzoek. Hoofdgezondheidsinspecteur van de staat in Limburg 1913, oprichterLimburgse provinciale ontledingsdienst. Gerechtsdeskundige en bataljonsdokter13de of 15de en 19de Linie WO I. Artikels oversoldatenhygiëne in frontblaadje ’t Nieuwsvan St Truiden. Oprichter Vlaamse Kring 1916 als mild flamingant. Auteurfrontrevue Est-ce qu’on spiye? Pianisten/of violist en organisator zang en toneel.. Mutatie wegens vlaamsgezindheid. Studiereizenin opdracht Binnenlandse zaken. Politiek gevangene WO II. Hoogleraar 1924,dekaan 1928 en compromisrector 1933-1936 en 1938 R.U. Gent . Lesgever aandiverse scholen. 600-tal publicaties over microbiologie, immuniteit, serologie,criminalistiek en occultisme. Corresponderend 1933, effectief 1959 en erelid1962 Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België. Lid van diverseinternationale verenigingen in medische en criminologische sfeer. Eredoctor vandiverse universiteiten. Promotor antityfusvaccinatie en specialist syfilis.Navorser en scepticus paranormale verschijnselen o.a. in tijdschrift Nouvelles brèves. Medestichter Limburg, tijdschrift lokale geschiedenis1929, en onderzoeker ouderdom handschriften. Emeritaat 1954. Begraven inSint-Pieters-Woluwe. Karikaturen in PourqoiPas?, door Jasques Ochs, 13.10.1933 en Reinaert,door JOOST, 16.09.1933.













ONTDEKKING VAN DE DAG

Een weerwolf in Melveren

Een weerwolf in Melveren

In Melveren , een gehucht van Sint-Truiden, woonde een zekere X. Op zekere dag ging X met zijn vriendin naar de kermis in Kortenbos. Deze man had echter een pact gesloten met de duivel, wat betekende dat hij regelmatig enkele uren als weerwolf moest rondlopen. Omdat X op de kermis plots voelde dat dat moment was aangebroken, zei hij tegen zijn vriendin: "Als je een hond zou tegenkomen, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil. Op die manier zal het beest je geen kwaad doen." 

Omdat een weerwolf geen kruis kan oversteken, moet hij de draadjes van de zakdoek één voor één uitrafelen vooraleer hij verder kan. 

Het meisje antwoordde: "Neen, blijf maar bij mij!", waarop haar vriend: "Neen, ik moet dringend even een boodschap doen." 

Toen X weg was, kwam er een lelijke zwarte hond naar het meisje toe. Ze deed onmiddellijk wat haar vriend had gezegd, waarop de hond de zakdoek in stukken scheurde. Een kwartier later kwam X terug. Zijn vriendin vertelde hem dat ze doodsangsten had uitgestaan terwijl hij weg was. Wat verderop ging het tweetal iets drinken in een café. Het meisje bekeek haar vriend eens goed, en riep geschokt: "Jij smeerlap, je bent het zelf geweest, want de vezels van de zakdoek hangen nog tussen je tanden!" 

X zei dat ze het zich maar inbeeldde, maar het meisje wilde hem toch nooit meer zien.


Opgetekend door F. Beckers in 1947.
Bron: volksverhalenbank.be