Hellewagen

Hellewagen

Wanneer men tijdens de maand november de wind in de schoorsteen hoorde gieren, zei men "Luister, de hellewagen is daar!"

wanneer de novemberwinden losbraken en door de schouw gierden, zei mijn vader altijd "Huurt, den hellewôge gi ât."

Opgetekend door A. Abeels, Leuven, 1965 in Sint-Truiden

ONTDEKKING VAN DE DAG

Jean Joseph Brialmont, ijzergieter

Vaux sous Chèvremont (L.) 21.09.1885  – 22.07.1958 , x Gertrude Schaps 

Jean Joseph Brialmont en zijn ijzergieterij

Jean Joseph Brialmont, zoon van Emile en Josephine Dumont, was van beroep ijzergieter. In 1912 huwde hij in Immersdorf (Duitsland). Twee jaar later, in 1914, kwam hij vanuit Ougrée naar Sint-Truiden, waar hij zich vestigde in de oude stroopfabriek.

Samen met Joseph Beauduin bouwde Brialmont een veelzijdig bedrijf uit. Aanvankelijk hield de onderneming zich bezig met de verkoop en herstelling van machines voor de nijverheid en de landbouw. Er werden onder meer ketels voor gemeentelijke soepkeukens en stroopstokerijen, persen en machines voor het verwerken van vlees en groenten vervaardigd en hersteld.

De ijzergieterij groeide uit tot een belangrijke producent van gietijzeren onderdelen. Er werden onderdelen gegoten voor treinen en schepen, maar ook voor dieselmotoren, boormachines en draaibanken. Daarnaast maakte het bedrijf grafkruisen en hield het zich bezig met staalconstructies, drijfriemen, brandkasten, ketels en de verkoop van olie en vetten.

De onderneming kreeg de naam N.V. Fonderies et Ateliers Emile Brialmont en leverde haar producten tot ver buiten de streek, zelfs internationaal. De economische crisis van het interbellum dwong het bedrijf echter om zijn activiteiten aan te passen. Brialmont legde zich steeds meer toe op de productie van robuuste, gebrevetteerde kachels. De zogenaamde ‘Brialmont’-kachel, uitgerust met acht luchtcirculaties, vond onder meer haar weg naar scholen, kerken en fabrieken. Ook het kacheltype ‘Belgische Staat’ werd geproduceerd.

Op zijn hoogtepunt stelde het bedrijf ongeveer 140 mensen tewerk. De onderneming speelde daarmee een belangrijke rol in de lokale industriële ontwikkeling van Sint-Truiden.

Emile Brialmont was de schoonvader van Albert Vanslype. Zijn zonen Albert Brialmont-Palms (1917-1986), burgerlijk ingenieur, en Gerard Brialmont (1921-1999) zetten de activiteiten later voort. Vanaf 1968 legden zij zich, samen met overnemer Dassel uit Duitsland, toe op het gieten van stoven en allerlei sier- en gebruikselementen. Tot het assortiment behoorden onder meer haardplaten, haardijzers, poorten, hekken, lantaarnpalen, brievenbussen, sierkanonnen en gietijzeren grafkruisen. Voor het vervaardigen van bepaalde gietstukken werden zelfs oude houten karrenwielen opgekocht en als model gebruikt.

Het voormalige bedrijfsterrein op Stayerveld kreeg uiteindelijk een nieuwe bestemming. In 1986 werd het verkocht aan de sociale huisvestingsmaatschappij Nieuw Sint-Truiden.

De aanwezigheid van de onderneming is op historische foto's nog terug te vinden op verschillende plaatsen in Sint-Truiden, onder meer in de Gazometerstraat (ca. 1918), de Houtstraat (ca. 1933) en aan Tramstraat 1 (ca. 1938).


 Lit.: R.V., Bewapeningswedloop in vredig Limburg?, in Ons Zondagsblad, 18.08.1968; SINT-TRUIDEN19de; Rombout NIJSSEN, Inventarissen van de archieven van de NV Ateliers et fonderies E. Brialmont en van de PVBA ALGE te Sint-Truiden, (Rijksarchief te Hasselt. Toegangen in beperkte oplage, 15), Brussel: ARA, 2000; Jaak NIJSSEN, Brialmont grafkruisen, in METAAL, p. 20-21.