Ontmoeting met heksen

Ontmoeting met heksen

Een man die omstreeks middernacht naar huis kwam, zag in een veld enkele vrouwen dansen. Eén van de vrouwen gaf de man een beker en drukte hem op het hart aan niemand te vertellen wat hij had gezien. De man was nog maar net terug thuis, of er klopte iemand aan om de beker terug te vragen. De vrouw sprak "Als je ooit aan iemand vertelt wat je hebt gezien, dan zal je veel ongeluk krijgen!"

de groeutvôder van nonk Hâry kam ’s nachs es rond 12 oere thâs; en hemkam in e veld en zag dô vrâve danse; en sô was er ien di er kende; en di kam no hem en gaf hem nen beiker en zei hem van niks te vertelle teige niemand; mo hem was mo pas thâs of ze klopten al op z’n duir en vroeg huiren beiker trug; hem gaf hem trug, en ze zei "As ge oeut on iemand vertelt wa ge hê gezien hêt, zult ge wel zien waveir ongelukke ge zult krêge"; en di heite Jeanneke; en hem heit het noeut verteld.

Opgetekend door A. Abeels, Leuven, 1965 in Sint-Truiden

ONTDEKKING VAN DE DAG

Koningin Astrid, lieveling van het publiek

Verongelukte vorsten herdacht

De Zweedse prinses Astrid (°1909) werd in 1929 gemalin van onze Belgische vorst Leopold III. Ze verloor het leven bij een auto-ongeval in Zwitserland op 29 augustus 1935. De gemeenteraad hernoemde de Tentoonstellingsstraat al eind september in ‘Koningin Astridstraat’. In november 1937 organiseerde een comité van de Nationale Strijdersbond in het stadhuis een tentoonstelling van zandtapijt met de overleden Astrid op haar praalbed, om fondsen te werven voor een gedenkteken. Dat werd in de vorm van een postuum staatsieportret aangeboden aan het stadsbestuur tijdens de augustuskermis van 1939. Door de mobilisatie en de opeisingen ging deze plechtigheid met tentoonstelling verloren in het oorlogsnieuws.

De vermaarde Hasseltse portretschilder Jos Damien en zijn leerlinge-assistente Anne Rutten signeerden het schilderij.

Koningin Astrid wordt levensgroot en ten voeten uit afgebeeld in een paleisdecor en houdt een waaier van struisvogelveren vast. Ze draagt een witte galajurk met korte sleep en nonchalant gedragen losse mouwen. Oorhangers, armband en hanger met kruis tonen een groene smaragdkleur. De stralende vorstin draagt het zogenaamde ‘Diadeem der negen provinciën’. Dit kleinood, een verlovingscadeau van de Belgische bevolking uit februari 1925, bestaat uit een band met Griekse meandermotieven en werd door juwelier Van Bever vervaardigd. In de later herwerkte versie met ruiten zijn de elf briljanten ingewerkt als symbool van de toen negen provincies, plus België met vorstenhuis, plus Belgisch Congo.




In 1934 was in de inkomhal van het stadhuis al een gedenkteken opgericht voor vorst Albert I, na zijn tragisch klimongeval.