Plagerijen a) lichamelijke plagerijen

Plagerijen a) lichamelijke plagerijen

Toen twee vrouwen in Velm waren, zagen ze een man tot wie één van de vrouwen sprak "Jij zal ons wel meenemen". Daarop antwoordde de man "Dat had je gedacht!" De vrouw reageerde heftig "Ik wens dat je je nek breekt!" Wat verderop viel de man van zijn wagen.

mam Fin en ich, we wôren es in Velm; en we zôgen ene man; en man Fin zei "Djee zult oos wel mineime". "Da denkdje", zeit er. "Wel, ich wens da g’oere nek kapot valt", zei mam Fin; en hem was mo e bitche vedder, dô valt hem van zene wôge; en hem hei mônde lang gebrekkig gelege.

Opgetekend door A. Abeels, Leuven, 1965 in Sint-Truiden