Boden, (Jean Henri Libert) Jules, nijveraar

Klein-Gelmen 02.07.1899  Sint-Truiden 17.11.1989 , x Alice Marie Louage 

Zoon van Libert en Maria Elisabeth Celina Thewis.  

Oprichter en directeur pvba. Trudo-fabrieken Melveren  1934, officieel 1941, samen met Paul Nicolaï, Jozef Herbots en Michel Vanslype. Kocht bedrijf over in 1957 en bouwde dit verder uit met zijn vier zonen Jules, Hubert, Nestor en Lucien. Vanaf 1970 ciderproductie voor Smeets te Hasselt ‘Cidre Beaulieu’ en Looza te Hoepertingen. Cidermerken o.a. Grand Cidre Trudo, Clos de Oiseaux, Prince du Vallon en aperitief Bodini, naamsverwijzing. Schuimwijn Domaine de Terbissae  en goedkope witte wijn Clos St-Trudon . Stationsstraat. 

 Begraven in Klein-Gelmen .  

Info: Roger Duchateau.
 Lees: De Trudo-fabrieken te Sint-Truiden, in Economie in Limburg, 2, 1961, nr. 2, p. 49-54; Jacques COLLEN, Cider in ons traditioneel eetpatroon. Een inheems produkt, in Academie voor de streekgebonden gastronomie. Mededelingsblad en verzamelde opstellen, 2, nr. 3, april 1984, p. 34-105.


ONTDEKKING VAN DE DAG

Koningin Astrid, lieveling van het publiek

Verongelukte vorsten herdacht

De Zweedse prinses Astrid (°1909) werd in 1929 gemalin van onze Belgische vorst Leopold III. Ze verloor het leven bij een auto-ongeval in Zwitserland op 29 augustus 1935. De gemeenteraad hernoemde de Tentoonstellingsstraat al eind september in ‘Koningin Astridstraat’. In november 1937 organiseerde een comité van de Nationale Strijdersbond in het stadhuis een tentoonstelling van zandtapijt met de overleden Astrid op haar praalbed, om fondsen te werven voor een gedenkteken. Dat werd in de vorm van een postuum staatsieportret aangeboden aan het stadsbestuur tijdens de augustuskermis van 1939. Door de mobilisatie en de opeisingen ging deze plechtigheid met tentoonstelling verloren in het oorlogsnieuws.

De vermaarde Hasseltse portretschilder Jos Damien en zijn leerlinge-assistente Anne Rutten signeerden het schilderij.

Koningin Astrid wordt levensgroot en ten voeten uit afgebeeld in een paleisdecor en houdt een waaier van struisvogelveren vast. Ze draagt een witte galajurk met korte sleep en nonchalant gedragen losse mouwen. Oorhangers, armband en hanger met kruis tonen een groene smaragdkleur. De stralende vorstin draagt het zogenaamde ‘Diadeem der negen provinciën’. Dit kleinood, een verlovingscadeau van de Belgische bevolking uit februari 1925, bestaat uit een band met Griekse meandermotieven en werd door juwelier Van Bever vervaardigd. In de later herwerkte versie met ruiten zijn de elf briljanten ingewerkt als symbool van de toen negen provincies, plus België met vorstenhuis, plus Belgisch Congo.




In 1934 was in de inkomhal van het stadhuis al een gedenkteken opgericht voor vorst Albert I, na zijn tragisch klimongeval.