Bij een man kwam vaak een oud vrouwtje op bezoek, over wie men vertelde dat het een heks was. Toen de heks weer eens bij hem zat, legde de man snel heiligdom onder de deurmat. Hoewel de man al enkele keren had gezegd dat hij ging eten, wilde de heks maar niet vertrekken. Uiteindelijk zei de man "Verdomme, nu is het toch tijd dat je opstapt. Of moet ik je soms buitengooien?" Daarop antwoordde het vrouwtje "Ik zal weggaan als je dat ding onder de dorpel wegneemt. Je moet mij niet slaan, want ik zal toch niets voelen". Sinds die dag is de heks nooit meer bij die man op bezoek geweest.
dô was een â vrâ di elken dag be pa Koube ging; en ze zeide da da een heks was; en ne middag binst da ze binne was, plôtste pa Koube nen hêligendoeum onder de mat; en Marie ging ni weg; en pa Kouben hâ al een pôr kier gezegd da ze gingen ete, mo d’heks zei altêd mo "Seffes, Koube", en bleif zitte; êndelijk zei pa Koube "Nondedjus, Marie, na is het toch têd da ge weg gôt, zer, of moet ik ouch böte smête?" "Lösterd, Koube, zei d’heks dan, ik zal weggôn as ge da dô onder de zöl zult weggenoumen hebbe, wa ge dô onder gestouken hêt; en ge moet mich ni slôn, want ich zal toch niks vulu"; en z’is noeut nemie trug gegôn.
Opgetekend door A. Abeels, Leuven, 1965 in Sint-Truiden
Na een ongeval of moord plaatsen familie of kennissen vaak ter plekke een gedenkteken. Zogenaamde moordkruisen zijn al eeuwen bekend. Een bijzonder, zeldzaam kruis is een 'zoenkruis', opgericht door de partij van de moordenaar als verzoening met de familie van het slachtoffer. In Groot-Gelmen leunt er zo eentje nog tegen de kerkhofmuur:
Dit + staet ter memorie
van Jan Morbiers soon van
Leonard(us) Morbier(s) en Margareta
Bartole(yns) die van leve ter
doot bracht is deur Gysen
Vasoens, a(nno) 1643 ten 30 july
bidt voor
die ziele
In de zomer van 1643 werd Jan, de zoon van oud-schepen Leonard Morbiers, gedood door zijn dorpsgenoot Gijs Vasoens in Groot-Gelmen. De omstandigheden kennen we niet. Wel bleef een verslag bewaard van de bemiddelingsvergadering in herberg Het Klaverblad in Sint-Truiden. De twee broers van de moordenaar vroegen deze verzoening voor twee 'goede mannen', zijnde juristen-schepen van de stad. Notaris Van Nuyst stelde het contract op. Onder meer de vader van het slachtoffer, diens schoonzoon als secretaris van de rechtbank Gelinden en Christina Steukers, de moeder van de moordenaar, waren aanwezig. Die laatste nam de vergiffenis aan die vader Morbiers schonk aan moordenaar Gijs.

De moordenaar, zelf dus niet aanwezig, moest onmiddellijk 150 gulden laten betalen voor kosten van begrafenis en andere, en een jaarlijkse rente van 6 gulden voor een jaarmis, op een stuk akker. Gijs moest binnen het jaar een stenen kruis oprichten op het plaatselijke kerkhof van 3,5 voet boven de aarde en met daarin de naam van Jan en zijn sterfdatum gekapt. Aan de armen van Groot-Gelmen zou hij 8 vaten koren geven en gebakken brood. Het brood was uit te delen in de week van de Sint-Maartenkermis, patroon van de parochie. De moeder van de moordenaar kreeg van de vader van het slachtoffer 3 vaten koren. Waarschijnlijk was ze onbemiddeld?
Alle notaris- en verteerkosten in het Klaverblad zijn voor rekening van Gijs of Gijsbrecht voluit, die een contactverbod van drie jaar krijgt met de kinderen en bloedverwanten van de vermoorde Jan.
We schenken hier en nu nog altijd aandacht aan de vermoorde Jan. Wat bewijst dat deze eeuwenoude vorm van verzoening werkt.