Omstreeks 1860 werd in Sint-Truiden een spoorweg aangelegd. Iedere nacht schrokken de mensen wakker door een vreselijk lawaai. Op de sporen liep een weerwolf die een zware ketting achter zich aan trok. Toen men de weerwolf vroeg waarom hij zoveel herrie maakte, antwoordde het beest "Ik ben boos omdat ik door de aanleg van de spoorweg ben moeten verhuizen".
rond 1860 werd in een wijk van St.-Truiden een spoorweg gebouwd; en iedere nacht werden de mensen van de wijk afgeschrikt door een vreselijk lawaai; op een nacht gingen de mannen zien op de sporen liep een weerwolf die een zware ketel achter zich trok; hij liep ook zo langs de straten; ze namen hem gevangen en vroegen waarom hij de mensen zo bang maakte; hij zei dat hij moest verhuizen omdat de spoorweg z’n gebied doorkruiste en dat hij daarom boos was en de mensen afschrikte.
Opgetekend door A. Abeels, Leuven, 1965 in Sint-Truiden
In de oudheid werden in oorlog of jacht veroverde trofeeën aan een stok opgehangen. Dit motief ging een eigen leven leiden als allegorische decoratie. Kalksnijders modelleerden in het nog vochtige stucwerk voorwerpen tussen bloemenslingers aan linten opgehangen.
In het stadhuis op de Grote Markt op het 'schoon verdiep' zijn in de hoge vestibule de vier kunsten en twee speciale thema's uitgewerkt, de zeevaart en het landleven. Die laatste werken dateren waarschijnlijk uit de Hollandse periode (1815-1830) onder burgemeester J.A.N. Van den Berck. Scheepvaart en de Nederlandse vertaling van Vergilius wijzen daarop.
