Zakdoek-motief

Zakdoek-motief

Een verloofd paar ging wandelen in het veld. Om middernacht moest de jongen even weg. Voor hij vertrok, sprak hij tot zijn vriendin "Hier is een rode zakdoek met witte bolletjes. Als je een beest zou zien, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil". Even later werd de zakdoek van het meisje verscheurd door een wolf. Toen de jongen na een tijdje lachend terugkwam, zag het meisje dat hij de vezels van de zakdoek nog tussen zijn tanden had.

2 verloufde gingen es wandelen in ’t veld; da was rond 12 oere; iniens moest de joengen es it doen; en hem gaf zene zakdoek on ’t maske en zei huir da ze dee moes smête as z’een biest zou zien; en da was ne roeie zakdoek mê witte bollekes; en hem was mo just weg en dô komt ne wolfhond af; ze smêt hem de zakdoek en hem verschuirt hem zoe een ur; as hem wag is, komt de verloufde trug; zê vertelt hem wat er gebuird is en hem begint te lache; en terwêl hem lacht, ziet ze de veizels van de roeie zakdoek tusse z’n tân hange.

Opgetekend door A. Abeels, Leuven, 1965 in Sint-Truiden

ONTDEKKING VAN DE DAG

Goyens, "Maternus" Guillaume Modest, minderbroeder

Sint-Truiden 29.10.1848 Gent 08.12.1905 

Zoon van graanhandelaar Arnold en Marie Clementine Vandereycken. Broer van minderbroeder ‘Hiëronymus’. 

Minderbroeder Tielt 1868, priester  1874. Gardiaan Sint-Truiden 1877-1878. Vicaris Rekem 1880-1883, Gent 1886-1892. Gardiaan Antwerpen 1895-1896. Vicaris Gent 1902-1905. Daar overleden bloedopdrang. Artikels in Le messager de Saint-François en De bode van den H. Franciscus van Assisië. Devotieboekjes o.a. over de H. Antonius van Padua, handboekje voor dienstmeiden en enkele historische werkjes o.a. over Grauwzusters. Bijnaam ‘de Paus’ binnen familie.

Publ.: De deugdzame dienstmeid in hare plichten onderwezen, Mechelen: Sint-Franciscusdrukkerij, 1901.
Lit.: Le Messager de Saint-François d’Assise, 31, 1905, p. 256-257; BERLO, p. 363, 369, 467 en 473; VAN MECHELEN, p. C15; JORISSEN; Lucianus CEYSSENS, Jeroom Goyens, onze eerste provincie-archivaris (1864-1942), in Franciscana, 50, 1995, p. 7.