Geven macht

Geven macht

Een man die voorbij een huis in Sint-Gangelhof kwam, liep weg toen hij een koe met bloedrode ogen zag. Toen de man later op de dag met enkele anderen terugkwam, lag op die plaats een vrouw halfdood op de grond. De echtgenoot van de vrouw was een dronkaard, die door zijn zonde in de macht van de duivel was gekomen. In de gedaante van een koe kwam de man elke nacht zijn vrouw bezoeken. Nadat men voor de man had gebeden, genas hij.

een man kwam voorbij een huis; aan de boven halfdeur zag hij de kop van een koe met bloedrode ogen; hij vluchtte eerst maar kwam later met andere mensen terug; ze vonden er een vrouw die half dood lag; haar man was een dronkaard, zei ze, en zo was hij in de macht van de duivel geraakt; deze gaf hem ook een bepaalde macht; elke nacht kwam hij haar in de gedaante van een koe bezoeke; ze hebben voor hem gebeden en de man genas. Dat was bij St.-Gangelhof.

Opgetekend door A. Abeels, Leuven, 1965 in Sint-Truiden

ONTDEKKING VAN DE DAG

Een weerwolf in Melveren

Een weerwolf in Melveren

In Melveren , een gehucht van Sint-Truiden, woonde een zekere X. Op zekere dag ging X met zijn vriendin naar de kermis in Kortenbos. Deze man had echter een pact gesloten met de duivel, wat betekende dat hij regelmatig enkele uren als weerwolf moest rondlopen. Omdat X op de kermis plots voelde dat dat moment was aangebroken, zei hij tegen zijn vriendin: "Als je een hond zou tegenkomen, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil. Op die manier zal het beest je geen kwaad doen." 

Omdat een weerwolf geen kruis kan oversteken, moet hij de draadjes van de zakdoek één voor één uitrafelen vooraleer hij verder kan. 

Het meisje antwoordde: "Neen, blijf maar bij mij!", waarop haar vriend: "Neen, ik moet dringend even een boodschap doen." 

Toen X weg was, kwam er een lelijke zwarte hond naar het meisje toe. Ze deed onmiddellijk wat haar vriend had gezegd, waarop de hond de zakdoek in stukken scheurde. Een kwartier later kwam X terug. Zijn vriendin vertelde hem dat ze doodsangsten had uitgestaan terwijl hij weg was. Wat verderop ging het tweetal iets drinken in een café. Het meisje bekeek haar vriend eens goed, en riep geschokt: "Jij smeerlap, je bent het zelf geweest, want de vezels van de zakdoek hangen nog tussen je tanden!" 

X zei dat ze het zich maar inbeeldde, maar het meisje wilde hem toch nooit meer zien.


Opgetekend door F. Beckers in 1947.
Bron: volksverhalenbank.be