Een man was stiekem in iemands fruitboom gekropen om enkele vruchten op te eten. Toen de man weer naar beneden kwam, stond er iemand op hem te wachten, die zei "Jij hebt gestolen. Maar je zal niet gestraft worden als je mij je lichaam en ziel geeft. In ruil daarvoor zal ik je vijfentwintig jaar geluk geven". De man aanvaardde het voorstel en was vijfentwintig jaar lang gelukkig. Op een dag had de man een vrouw in het bos geholpen. In ruil voor zijn hulp had de man een stukje hout gekregen, waarmee hij moest slaan als hij in nood was. Toen de duivel na vijfentwintig jaar zijn slachtoffer kwam halen, wilde de man eerst nog eens goed eten. De man kroop in de fruitboom en de duivel ging met hem mee. Toen de man naar beneden kwam, sloeg hij met het stokje tegen de boom. Het volgende ogenblik werd de duivel door de takken van de boom vastgegrepen. In ruil voor de bevrijding van de duivel, vroeg de man zijn eigen vrijheid terug.
een man zat in een fruitboom en at de vruchten op; toen hij afkwam, stond er iemand op hem te wachten "Gij hebt hier gestolen maar ge zult niet gestraft worden als gij mij uw hele persoonlijkheid met ziel en lichaam geeft; daarvoor zal ik je 25 jaar geluk geven; nadien zal je van mij zijn"; de man was akkoord en gedurende 25 jaar was hij rijk en gelukkig; eens had hij een vrouw in een bos geholpen; ze had hem een stukje hout gegeven om op een voorwerp te slaan als hij in nood was; na 25 jaar kwam de duivel hem halen; de man vroeg nog eens goed te mogen eten; de duivel ging met hem in de boom; toen kwam de man er van af en hij sloeg met zijn hout op de boom; de duivel werd dadelijk in de takken gevangen genomen; toen vroeg de man hem z’n vrijheid voor die van de duivel; deze aanvaardde en de man was vrij.
Opgetekend door A. Abeels, Leuven, 1965 in Sint-Truiden
De ‘Expositie’ in 1907 was hét supermoment voor Sint-Truiden. Sinds 1860 had het de eerste plaats in Limburg moeten afgeven aan Hasselt. Maar de provinciegouverneur kwam uit Sint-Truiden en een ambitieus team wilde hier de Luikse tentoonstelling van 1905 overdoen.

In 1907 volgde Sint-Truiden het Luikse voorbeeld van 1905 en hield een provinciale tentoonstelling op een lange strook van de braakterreinen bij het spoorwegstation tot en met het stadspark. Een brug leidde de bezoekers over de Diestersteenweg. De volkswijk De Hel had plaats gemaakt voor het ‘klein stadspark’. Bij de paviljoenen vielen vooral het Paleis de Mijnen en het bouwsel van de steenkoolmijnen van Dahlbush op. De steengroeven van de Ourthe lieten een gedenkzuil oprichten en de oude Parkschool herbergde veilig de tentoonstelling van Oude Kunst.
Een stadsgenoot, baron Henri de Pitteurs-Hiegaerts was sinds 1894 provinciegouverneur en in augustus 1901 werd in Limburg steenkool ontdekt, waar dezelfde familie belangen had. Dokterszoon en bankier Leon Debruyn nam het voortouw. Zijn zwager was notaris Nagels. Ook de ondernemers Baltus, koloniale waren, en Claes-Lekens, bouwpromotor, waren ambitieus. Het organisatiecomité bood een model arbeiderswoning aan het Bureel van Weldadigheid (OCMW), die nog steeds bestaat in de Spoorwegstraat.

Op 28 juli 1907 kon de breedgebaarde, al oudere koning Leopold II met zijn dochter prinses Clémentine vanop de tribune de trekpaarden van Clément Peten uit Velm bewonderen. Ook prins Albert bezocht de tentoonstelling. Op 22 december was het hoogfeest van de belle époque en van de durvende ondernemers in Sint-Truiden voorbij. Meer dan een half miljoen bezoekers en ‘speelreizigers’ – de toenmalige benaming voor toeristen - bezochten expo en stad. De bebouwing in de al geplande nieuwe stationswijk kon starten. Van de expo restte later enkel nog de prestigieuze Prins-Albertlaan en de Expositiestraat, in 1930 vervangen door ‘Astrid’straat. Een gedenksteen staat ingemetseld in een hekpaviljoen van het stadspark.
Van deze ‘wereldtentoonstelling’ voor de Truienaar bleven talrijke prentbriefkaarten en een pas in 1910 rijkelijk uitgegeven ‘Guldenboek’ bewaard. Uitzonderlijk ook persoonlijke toegangskaarten met portretfoto.
