In het 'Hooghuis' woonde een bokkenrijder die misdienaar was en altijd zowel vóór als na de mis een kruisweg deed. Toen de jongen op één van zijn rooftochten werd opgepakt, belandde hij in de gevangenis. De pastoor kwam hem opzoeken en zei "Dat had ik toch niet van jou gedacht", waarop de jongen antwoordde "Je hebt er al begraven die nog veel slechter waren dan ik!"
In het "Hoeghoes" dao haet eine bokkeriejer in gewoend. Dat waas Hermke de Snieder. Hiej kaam de pestoer riègelmaotig en Hermke dae gaeng altied de mès dene, nao het lof en vuer het lof deeg er gewoenlik nog ene kruuswièg, en nao de mès deeg er ouch nog eine, dat ederein good kosj zeen dat er katheliek waas. Wie er gevange waor ging hem de pestoer in Mezeik bezeuke. "Dat hauw ich toch neet van dich gedach" zag de pestoer. Dow zag Hermke "Ja, de höbster al begrave die nog väöl slechter wuoren as ich".
Opgetekend door J. Venken, Leuven, 1968 in Sint-Truiden
Sint-Truiden 24.11.1866 Sint-Truiden 21.02.1953 Marie Barbe Leontine Joris
Zoon van bakker Pierre en Victorine Robie . Onderwijzer normaalschool Sint-Truiden 1886, leraar basisschool Broeders van Liefde. Hoofdonderwijzer, organist hoofdkerk, dirigent, componist. Tongersesteenweg. Schoonvader van schoolhoofd Malcorps . Stichter zang- en toneelvereniging ‘De Vreugdegalm’ 1897 . Muziek voor een 20-tal zangspelen , meestal op tekst van Arie Entbroukx. Ook muziek voor werken van Jerôme Van Crayeveld, Jan Wellens en Oscar Festraets .