Engelmanshoven kent men van de neogotische kerk met pastorie, hoog en prominent langs de Luikersteenweg gebouwd. De Sint-Jan-de-Doperkerk oogt somber van buiten maar prachtig van binnen. Het oude dorp en het gehucht Vrijheers liggen noordelijker. In de jaren 1950 ontdekte een opmerkzame archeoloog er een Merovingisch grafveld. Door de pas samengevoegde gemeenteschool wint Engelmanshoven aan belang in deze zuidoosthoek van Sint-Truiden. Engelmanshoven heeft ongeveer 450 inwoners. Daarmee is Engelmanshoven, na Halmaal het kleinste kerkdorp in Sint-Truiden.

De oudste vermelding Engilmundeshoven dateert van ca. 950. Het omschreef een deel van het grafelijk domein Loon en de schepenbank Gelinden. Door ruil kwam abdij Sint-Truiden in bezit van de kerk en was voor tweederde tiendheffer. Hulpparochie in 1843.

De vooral binnenin charmante kerk werd gebouwd in de periode 1905-1908. Ze verving de oudere parochiekerk, een romaans kerkje of herbouwing 1587 door abt Sint-Truiden. in de Sint-Jansstraat. Initieel had men het idee om het bestaande kerkje te vergroten. Het aantal inwoners van de parochie was in de loop van de tweede helft van de 19de eeuw immers sterk gestegen waardoor de bestaande kerk te klein geworden was. Vermoedelijk werd gekozen voor een meer centrale locatie. Dubbelproject: nieuwe pastorij gebouwd naast de kerk. Na de voltooiing van de nieuwe kerk werd het oude kerkje afgebroken, enkel grafsteen rest nog van pastoor J. B. Vossius die oorspronkelijk in het kerkkoor lag en bij afbraak van de kerk verplaatst is en ingemetseld in de kerkhofmuur. De oude pastorij werd verkocht. De Sint-Jan Baptistkerk is ontworpen door architecten H. Martens (1847-1919) en V. Lenertz (1864-1914) in neogotische stijl. Deze architecten bouwden verschillende neogotische kerken in de omgeving.

In Sint-Truiden werkten zij samen eveneens aan de Sint-Martinuskerk in Velm en architect Martens aan de Salvator Mundi kerk in Melveren. Op het moment dat de kerk gebouwd werd stonden er amper woningen langs de Luikersteenweg. Deze locatie werd echter strategisch gekozen omdat ze gelegen was tussen de twee woonkernen van de parochie: Engelsmanshoven en Vrijheers.
Het interieur is volledig bepleisterd en beschilderd met neogotische decoratieve patronen met vruchten en florale motieven. Het houtwerk van de gewelven is gepolychromeerd in neogotische stijl. Op de muur tussen de middenbeuk en het koor fresco (Lou Asperslag 1945): zittende Christus, omringd door kerkstichter Sint-Lambertus, kerkpatroon Johannes de Doper, bejubeld door twee engelen.
Kruisbeeld, eik (16de eeuw). Sint-Petrus, gepolychromeerd, eik (17de eeuw). Sint-Rochus, gepolychromeerd, eik (17de eeuw). Sint-Jan-de-Doper, gepolychromeerd, eik (18de eeuw). Mariabeeld, eik, gekleed (18de eeuw). Polychrome stenen beelden in de zijbeuken: H. Hart van Jezus; Sint-Antonius met Jezuskind; H. Theresa; Onze-Lieve-Vrouw; Sint-Jozef; H. Lucia met zwaard; Onze-LieveVrouw van Banneux. Twee zijaltaren, laat barok (eind 17de eeuw). Twee expositietronen, gemarmerd hout (tweede helft 17de eeuw). Biechtstoel en preekstoel, eik, Luikse Lodewijk XV-stijl (midden 18de eeuw). Reeks van zes kerkbanken, eik (eerste helft 18de eeuw), geplaatst in de transeptarmen. Arduinen doopvont (1752), met messing deksel (20ste eeuw). Retabelaltaar, neogotisch (1908), afkomstig uit de oude kerk.
Het orgel is samengesteld uit verschillende andere orgels. Niet beschermd, maar het pijpwerk is waardevol. Limburgse orgelbouwer Beckers 1931. Momenteel in slechte staat.
De Sint-Jan Baptistkerk is niet zoals de meeste landelijk gelegen parochiekerken gelegen in de dorpskern, maar wel op een ‘strategische’ locatie tussen de twee dorpskernen van de parochie (Engelmanshoven en Vrijheers). Oorspronkelijk lagen de beide dorpskernen verder uit elkaar maar door de aanleg van de steenweg tussen Sint-Truiden en Luik (N3) ontwikkelden beide dorpen zich in de richting van deze nieuwe verbindingsweg. Momenteel is de afstand tussen beide dorpskernen ongeveer 1 km. De bebouwing langs de N3 is gekenmerkt door lintbebouwing. De Sint-Jan Baptistkerk is echter niet omgeven door andere bebouwing. De N3 wordt gekruist door een brede strook open ruimte die de ruimtelijke scheiding vormt tussen de bebouwing van Engelmanshoven en Gelinden. Omdat de Sint-Jan Baptistkerk bijna volledig vrij staat in de open ruimte is ze vanop afstand duidelijk herkenbaar. Er is wel een groot niveauverschil tussen het wegdek en het aangrenzende maaiveld. Zowel ten noorden als ten zuiden van de kerk is er aan beide zijden van de weg een zeer mooi uitzicht naar het reliëfrijke landschap met weilanden, akkers en fruitbomen. Verschillende fietsroutes lopen door het landschap en langs de Sint-Jan Baptistkerk. Omdat deze open ruimte verbinding vanuit visueel-landschappelijk oogpunt één van de meest waardevolle in de gemeente is, is het open houden van het uitzicht naar de open ruimte vanaf N3, prioritair. Bebouwing van de vrije percelen in landelijk woongebied dient op een transparante manier te gebeuren, zodat het karakter van de vrijstaande kerk gehandhaafd blijft en de kernen van Engelmanshoven en Gelinden niet evolueren naar een aaneengesloten lint langs N3. Het gebied wordt opgenomen in het R.U.P., deels voor ordening van de woonbebouwing, deels voor ordening van de landbouwbedrijfsgebouwen (Stad Sint-Truiden, 2006). Tegenover de kerk is de pastorij gelegen, parallel aan de N3. Naast de pastorij, aangebouwd tegen de zijgevel, is de parochiezaal gelegen. De tuin van de pastorij bestond oorspronkelijk waarschijnlijk uit een boomgaard. Nadat de pastorij niet meer bewoond werd door de pastoor werd deze particulier verhuurd. Tegenwoordig is de pastorij herbestemd tot lokale feestzaal. In de voormalige tuin van de pastorij is een petanquepiste aangelegd voor de lokale petanqueclub.

Zepperen is één van de Drie Gezustersdorpen, samen met Brustem en Rijkel. In Zepperen wordt de Heilige Genoveva van Parijs vereerd, in Brustem de Heilige Bertillia en in Rijkel de Heilige Eutropia. Het waren helemaal geen zussen: Eutropia leefde rond 400, Genoveva van 422 tot 502 en Bertillia in de 7de eeuw. Zij moesten het oude geloof in de drie patronessen verchristelijken. Eén ding hadden ze gemeen: een waterput. Bedevaarders lieten stukjes stof in het water vallen, als het stukje bleef drijven, kwam alles in orde, als het zonk moest je de bedevaart voortzetten. Hun officiële feestdag is 3 januari, maar de bedevaart wordt op pinkstermaandag gehouden. Dat gebeurt in Zepperen tot op vandaag met een processie waaraan heel wat volk meewerkt en nog meer naar komt kijken.

We starten onze wandeling op het kerkplein van Zepperen aan de Sint-Genovevakerk. Deze kerk werd gebouwd in de 12de eeuw, waarschijnlijk ter vervanging van een ouder gebedshuis want we weten dat de jonge Trudo hier regelmatig kwam bidden en bisschop Remaclus om raad kwam vragen. In de 15de en 16de eeuw werd het romaanse kerkschip vervangen door een nieuwbouw in Demergotiek, een variant van laatgotiek, gekenmerkt door kapiteelloze zuilen. Eind 19de en begin 20ste eeuw werd ze grondig gerestaureerd. Toen werden de doopkapel, het traptorentje en de sacristie bijgebouwd, de luchtbogen werden heraangebracht en de huidige toegang tot de kerk kwam tot stand. (Daarvoor was er een deur in een bijgebouwtje in de zijgevel.)
In het interieur zijn de muurschilderingen in het zuidelijke deel van de dwarsbeuk het bijzonderst. Ze dateren uit de 16de eeuw (1509) en hebben verschillende onderwerpen. Het meest in het oog springend is het Laatste Oordeel. Het toont ons hoe op het einde der tijden de mensen zullen geoordeeld worden door een strenge God: de rechtvaardigen mogen naar de hemel, hier voorgesteld als een veilige burcht of stad; de zondaars staan erge kwellingen te wachten, duivels slepen hen naar brandende vuren, prikken hen met rieken, steken hun ogen uit, de muil van een reusachtig monster staat ver open om hen op te slokken. Engelen blazen op bazuinen om de doden op te wekken, graven gaan open. De aartsengel Michaël weegt de zielen, een duivel hangt aan de weegschaal om het oordeel te vervalsen, hij wordt weggeduwd door de kruisvormige staf van de engel. De geredden staan links in een ordelijke groep, zij spreken ten beste voor de zielen. Rechts is er een chaos van verdoemden, handenwringend en wanhopig. Onder hen, heel wat geestelijken, er is zelfs een paus bij. Dit is niet zo verwonderlijk, verschillende kunstenaars uit die tijd hadden heel wat kritiek op de geestelijkheid.
Aan de overkant is het leven van de Heilige Genoveva van Parijs uitgebeeld als een soort stripverhaal: in aparte vakjes wordt telkens een gebeurtenis uit haar leven afgebeeld. Hier is ook een levensgrote afbeelding van de Heilige Christoffel geschilderd. Hij is de patroonheilige voor een goede dood: als je een beeltenis van hem zag, zou je die dag niet schielijk overlijden. Probeer hier maar eens naast te kijken …
We werpen nog even een blik op de andere kunstschatten die hier tentoongesteld worden en op de verschillende schilderijen daterend uit de 17de en 18de eeuw.
Wanneer we de kerk verlaten, kijken we even naar de kapelanij rechts op het kerkhof. Ze is in 1907 gebouwd om onderdak te geven aan de hulppastoor. Het is een ontwerp van architect Emile De Hennin. Verschillende kapelaans hebben hier gewoond, maar de laatste jaren wordt het huis verhuurd.
Door de poort met rondboog (1765) keren we terug naar het plein, aangelegd in 1989. Rechts staat de pastorie, gebouwd in 1779 ter vervanging van het lemen kapittelhuis. (Zepperen behoorde toen toe aan het Sint-Servaaskapittel.) In de voortuin van deze pastorie bevindt zich een grafsteen van de families Roberti-Coemans uit 1823.
Naast de pastorie hebben wij het huis van Jozef Renaerts, beter bekend als het ‘Kaamesterke’. Deze autodidactveearts en kruidendokter genoot wijdverbreide faam, van heinde en verre kwam men bij hem om hulp voor dier en mens. Al waren zijn remedies soms wat vreemd, ze hielpen wel.
Aan de overkant zien we een ‘versteend’ vakwerkhuis: de leem is hier vervangen door baksteen, het houten skelet is nog aanwezig (Taverne Haspengouw).
Op de brug over de Melsterbeek zien we rechts een boerderij liggen. Op die plaats stond een watermolen, eigendom van het Sint-Servaaskapittel. Het was een zogenaamde banmolen. De inwoners van Zepperen waren verplicht om hun graan hier te laten malen. Na de Franse overheersing werd hij eigendom van de familie de Pietteurs-Hiegaerts. In 1976 werd de beek gedeeltelijk verlegd en in 1984 brandde de molen af.
Even verderop aan de overkant ligt de Coemanshoeve. Het woonhuis heeft een dak met een zeer steile helling, wat erop wijst dat het een oud gebouw is. Waarschijnlijk dateert het uit 1575. De poort met duiventil was oorspronkelijk ook in hout en leem. De schuur uit 1889 werd omgebouwd tot loods.
Een eind verderop ligt er een kasseistrook, een restje van de vroegere weg. Hier staat de ‘kapel van de Witte-Lieve-Heer’, een kapelletje gebouwd ter nagedachtenis van Edgard Dejongh, dokter en burgemeester van Sint-Truiden naar wie de Schepen Dejonghstraat is genoemd.
Wij volgen de veldweg die ons naar het ‘kasteel’ brengt, het huidige Sint-Aloysiusinstituut. Dit voormalig begaardenklooster werd in de 15de eeuw gebouwd op een afgelegen en waterrijke grond, geschonken door een inwoner van Zepperen. De begaarden verlaten hun klooster in de Diesterstraat in Sint-Truiden in 1425; het klooster in Zepperen wordt het hoofdklooster van de begaarden in het bisdom Luik. In de jaren 1740 tot 1780 wordt het verbouwd in classicistische stijl, maar in de Franse tijd wordt het opgeheven en verkocht aan de familie de Pitteurs die het verbouwde tot landhuis. Veel van toen is verdwenen, zoals de ijskelder en de vijver met eilandje. Het park, het koetshuis en enkele neerhofgebouwen zijn er wel nog.

In 1902 komen uit Frankrijk verdreven kartuizers zich hier vestigen, maar ze blijven niet lang. Al in 1905 komen de eveneens uit Frankrijk verdreven Assumptionisten hier toe. Zij richten hun ‘Aloysius Alumnaat’ op, later wordt dat het Sint-Aloysiusinstituut. Zij passen de gebouwen aan, aan hun nieuwe functies: klaslokalen, slaapzalen ... In 1955 komt er een vleugel bij en in de jaren ‘60 een schouwburg, een van de eerste culturele centra in onze streek. Allerlei toneelgezelschappen waren hier te gast: met bussen haalde men de liefhebbers uit de omgeving op.
Tegenover het instituut staat de begaardenhoeve. Op de gevel vind je het jaartal 1665, het jaar waarin de hoeve na een brand werd heropgebouwd. Ook de hoeve werd in de Franse tijd verkocht. In 1895 kwam Felix de Pitteurs-Hiegaerts hier wonen, hij verbouwde de hoeve tot woonhuis in neorenaisssancestijl. Schuin tegenover de woning liet hij een zagerij en stokerij bouwen, nu gebruikt als woning.
We keren terug en volgen de Kasteelstraat. Op nummer 4, juist in de bocht, staat een vakwerkhuisje in 1873 gebouwd voor de hovenier van Charles de Pitteurs-Hiegaerts. Let even op de wel heel bijzondere gevelversiering.
Aan de Dikke Linde staat het monument der gesneuvelden uit beide wereldoorlogen; ook de beenhouwers Gust Mommen en Tuur Lambrix die hier werden neergeschoten door het Veiligheidskorps Verbelen op 15 augustus 1944 worden vermeld.
Rechts van ons is de Ouwerxhoeve. In 1665 liet François Ouwerx, militair in Spaanse dienst en grootgrondbezitter een hoeve bouwen in Maasstijl, zijn naam vind je in de muurankers van de stal op de binnenkoer. Uit die periode is ook het poortgebouw met duiventil bewaard gebleven. Het woonhuis is jonger, het werd rond 1790 gebouwd door Van Hamont. Later werd het eigendom van Frans Coart en nu baat de familie Gilissen er een fruitteeltbedrijf uit.
Via een smal steegje keren we terug naar het kerkhof. Aan onze rechterkant hebben we de parochiezaal, de voormalige gemeenteschool, gebouwd in 1866 in opdracht van burgemeester Coart en getekend door architect Denis. In 1868 opende de school haar deuren voor de schoolgaande jeugd. In 1929 verhuisde de school naar de Eynestraat. Het huis werd bewoond door de familie Vaes en in de klaslokalen konden de kleuters van de zusterschool terecht.