Festraetsstudio

Festraetsstudio Begijnhof

Julien Louis Camille (Kamiel) Festraets geboren in Sint-Truiden op 17 februari 1904 was een Belgisch uurwerkmaker en een echte Truienaar. Festraets was de zoon van een horlogemaker en werkte al snel in de zaak van zijn ouders, maar studeerde ook wiskunde en mechanica. 

Onderschrift bij deze foto

Hij bouwde enkele salonklokken met astronomische toevoegingen (maanstanden). Met zijn eerste exemplaar won hij op de wereldtentoonstelling van 1935 in Brussel een gouden medaille. In 1937 herstelde Festraets het Belfortuurwerk van het stadhuis en voorzag het van een elektrisch opwindsysteem met kettingen, destijds een heel nieuwe methode. 

Van 1937 tot 1942 werkt Festraets in de Begijnhofkerk onafgebroken aan de kern van van een astronomisch uurwerk. 1 november 1942 werd de klok plechtig geopend in de Begijnhofkerk. In datzelfde jaar startte bij met een schip als getijdensimulator. Acht jaar later realiseerde hij de slinger van Foucault en de omwenteling van de aarde rond de zon (Hemelkaart). 

Onderschrift bij deze foto

Bussen vol toeristen bezochten de eerste Limburgse toeristische attractie. 

Onderschrift bij deze foto

In 1968 werden zijn 4 creaties overgebracht naar de nieuwe studio op het begijnhof en op amper 2 maanden gemonteerd.  Vanaf toen sprak men over Festraetsstudio en bekende Vlamingen zoals Armand Pien bezochten Festraetsstudio.

Onderschrift bij deze foto


In 1973 tekende Festraets het contract met de stad Sint-Truiden voor de overname van de Festraets Studio. 

Pas in 1990 werd de stad eigenaar en kocht het geboorte huisje van Kamiel Festraets, naast de Studio. 

Kamiel Festraets speelde orgel in de kerk. Hij dirigeerde het kerkkoor van de Sint-Maartenparochie en trad op als hoofdacteur in het gezongen toneelstuk 'De Klokken van Corneville'. Daarnaast was hij ook bekommerd om het voortbestaan van de uurwerkmakersstiel. Hij leidde in zijn atelier meerder jongeren op met een leercontract, en stichtte ook een school in Leuven. 

Festraets is overleden op 24 mei 1974. 

Hendrik Prijs schreef over zijn vriend het volgende: "uitvinders zijn per slot van rekening zonderling mensen. Zij bouwen voort op wat iedereen weet, om dingen te vinden die niemand weet".


...


ONTDEKKING VAN DE DAG

Brandende bokkenrijders

Brandende Bokkerijders

Blauwe steen

Achter het piramidekerkje van Bautershoven  houdt een blauwe steen zich recht in de graskant. Gelukkig heeft iemand er een boompje naast geplant, anders rij je er zo voorbij.

Hendrik Prijs, onze Limburgse Elsschot, schreef het trieste verhaal van Suske de Poup  en het Voorvelleke . Dat deden later ook historieschrijver Achille Thijs, de dialectkring Het Neigemenneke en historicus Frank Decat.

Die twee bejaarde vagebonden werden volgens de ingekapte tekst op de steen hier levend verbrand begin oktober 1784. Ze hadden de Gebrande winning  in de fik gestoken, verderop richting stad.

Nu laait het vuur daar alleen nog op onder het fornuis om de restaurantbezoekers te verwennen met een zakenlunch. In de zijgevel boven een poortje lees je het jaartal 1785 en de initialen van pachter Van den Hove op de sluitsteen.

Onderschrift bij deze foto

Beruchte Bokkenrijders

De bokkenrijders liggen nog in ons gezamenlijk geheugen, al was het maar door een album van Suske en Wiske. Maar of de twee brandstichters bij zo'n bende hoorden? In elk geval biechtten ze op dat op de heide 't Dekket in Zepperen  een duivelse eed van zwijgplicht was afgelegd. Aanstokers waren vier Walen, maar die zijn nooit gesnapt. Criminelen in de jaren 1700 probeerden wel meer bij de rijke boeren geld af te persen. Ze dreigden met brandstichting in een anonieme brief, vastgebonden aan de ring van de poort. De lemen boerderijen onder strodak waren een weerloze prooi.

Petit en Martens voerden hun dreigement uit maar vielen al snel in handen van de schout, zowat de sheriff of politiecommissaris in die tijd. Ze werden gefolterd bij hun verhoor en terechtgesteld aan het Gebrand Lindeken, richting Zepperen. In de stoet ging het van de stad naar de bewuste plek. Suske (Martens) en het Voorvelleke  (Petit) werden iets voor de middag op twee passen van elkaar aan een balk geketend. Ze leefden volgens het executieverslag nog drie tot vier minuten in het vuur, maar waren na twee uren nog slechts een hoopje asse.

Het Voorvelleke

Dat was de bijnaam van een Franse deserteur, Petit die altijd een lederen smidsvel droeg. Hij huysde, hoetelde en boddelde   met de buurvrouw van Suske en met twee Walen. Zijn veertienjarige zoon kreeg wroeging en praatte zijn vader na één week al aan de brandstapel. Truienaar Suske of Fransciscus Martens was een strodekker en leemplakker uit de Hel , een volkswijk nabij de Diestsepoort. Hij was ooit getrouwd geweest met een ware 'poup' van een vrouw, die stierf op bedevaart naar Compostela. Sus hertrouwde later met de dievegge Anastasia Kaky . Die zorgde voor de vuurlonten. Anastasia was een taai wijf en doorstond eerst de tortuur van tenenrek, duimschroeven en 'Spaanse' spanlaarzen. De strappade of de katrol waarmee de beul haar armen achterwaarts optrok deed Kaky uiteindelijk bekennen. Ze werd als medeplichtige gewurgd en geroosterd op de Grote Markt. Haar verminkte lijk hing later als afschrikking in een gaffel op de gerechtsplek van de abt, nu op de kruising van Tramstraat en Halmaalweg .

Het Zwakke Verzet

Hendrik Prijs gaf zijn roman Het Zwakke Verzet uit in 1942. Hij las daarvoor de originele processtukken door. Een proefje van de woorden die hij Suske in de mond legt: De groote winning stond, lijk de oogst in het veld, van de geweldige hitte der laatste dagen poederdroog en als te wachten op ons vonkje vuur. Met vieren hebben we het hem gelapt. De twee Walen, het Voorvelleke en ik. Petit bracht zijn melkmuil van een zoon mee. Ik keef hem verdacht aan, de kerel had een te eerlijk gezicht om betrouwbaar te zijn en bood te veel tegenstand. 'Hij kan een handje bijsteken', sprak het Voorvelleke, 'hij moet meer man worden'. 'Zijn wij geen mans genoeg, Voorvelleke?' 'Muil, dicht en aan 't werk!'


Mijnheer Keyenberg

De rijke Lambert Keyenberg-Baltus had bij Bautershoven-Bernissem  tussen de twee oorlogen een eigen vliegveld en liet naar verluidt de boodschap op hout uit 1784 vastleggen in de huidige steen aan de wegkant.