Muurresten rondom het begijnhof

Het begijnhof te Sint-Truiden werd opgericht op een terrein dat in 1265 door de abdij ter beschikking werd gesteld van de mulieres religiosae. Het perceel is vrij uitgestrekt en gunstig gelegen aan de Cicindriabeek. De bebouwing is geconcentreerd in de zuidelijke hoek van het perceel, de zone die zich het dichtst bij de stad bevindt. Het noordwestelijk en noordoostelijk deel bleef onder de begijnen onbebouwd, alsook de stroken langsheen de huidige Speelhoflaan en Schurhoven, zodat een soort buffer rond de bewoningskern werd gevormd. De onbebouwde terreinen werden gebruikt als tuinen, boomgaard en bleekweide. Bovenop de ommuring was deze structuur een garantie voor het isolement van de gemeenschap.

De muurgedeelten aan noordoostelijke en noordwestelijke zijde van het begijnhofterrein bleven relatief intact bewaard. In het noordoosten is de muur eenvoudig in baksteen opgetrokken (onder meer met een rondboognis aan de binnenzijde) op de perceelsgrens, in het noordwesten volgt ze het tracé van de Cicindriabeek die intra muros stroomt en extra muros door het voetpad naar Melveren wordt gevolgd; ook in het noordwestelijke deel is de muur in baksteen, maar hij wordt aan de buitenzijde voor een flink stuk door steunberen ondersteund.


Bron     : Beschermingdossier DL002393
Auteurs :  Agentschap Onroerend Erfgoed

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Muurresten rondom het begijnhof [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/200397 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

De trap des aanstoots

De Luikse architect Etienne Fayn slaagde erin om een mooi stadhuis in Luikse classicisme te ontwerpen rond de oude halle en de belforttoren. De stadsmagistraat betrok zijn nieuwe symmetrische bouw in juli 1759 onder begeleiding van drie kanonsalvo's. De interieurafwerking, vooral door de modieuze Luikse vakmensen, moest toen nog beginnen.
Maar... die saaie horizontale kroonlijst wou de stad als bouwheer toch verbeteren. Kijkend naar Brabant en Antwerpen liet ze in 1766 zwierige frontons met klokgevel, curven en tegencurven plaatsen aan de hoofdgevel. Pater minderbroeder Johannes Bolgrez bracht een plan mee uit Antwerpen. Ook kwam er een dubbele puitrap naar de verdieping, om de begane grond te kunnen verhuren. Enkele jaren later verdween deze blijkbaar té bombastische ingreep terug. 

Eigentijds kroniekschrijver Debruyn is genadeloos voor zoveel pretentie en tekent - met veel lekenfantasie - dit on-Luikse gedrocht. Hij schrijft ook hoe men half juni 1766 bouwt aan "eene nieuwe blauw steene balcon, ende het frontispicium wierd verciert met nieuwe crollen, oock met eenen nieuwen noijt in dese landen geinventeerde blauw steenen trap dienende tot spot der borgers ende vreemdelingen hier passerende om het onnodigh ende verquist geldt". 

Van deze verbeteringsoperatie getuigt nog een jaartalsteen met stadswapen boven het balkon. 






Lees: Christine VANTHILLO, Het stadhuis van Sint-Truiden, van binnen uit bekeken, in Sint-Truiden in de 18de eeuw, tentoonstellingscataloog, Sint-Truiden: Sint-Truiden 1300 vzw., 1993, p. 109-117; Fernand DUCHATEAU, Het boek van Debruyn. Een kroniek van de achttiende eeuw in Sint-Truiden, in idem, p. 168 en 209-267 en Sint-Truiden 1693-1793, in idem, p. 7-26; Het stadhuis van Sint-Truiden. Hart van de democratie, Sint-Truiden: stadsbestuur, 2018, p. 131-133.