Parochiekerk Salvator Mundi met kerkhof

Eerste kerk reeds vermeld in het eerste kwart van de 10de eeuw; pas in 1249 vermeld als afhankelijkheid van de abdij van Sint-Truiden. Oorspronkelijk toegewijd aan de Heilige Drievuldigheid, vanaf 1513 Salvator Mundi. Huidige kerk gebouwd in 1761 onder abt Jozef van Herck, op initiatief van pastoor Gisbert Snievaerts; van 1905 tot 1906 uitgebreid met twee zijbeuken onder leiding van architect H. Martens.

Classicistische kerk, gelegen in het midden van het kerkhof, aan de straatzijde door een haag afgesloten. Een gevelsteen met wapenschild op de voorgevel vermeldt: AN 1761 NO/ SIC LACE DOMINO.

De plattegrond beschrijft een driebeukige kerk van vier traveeën, met zuidoostelijk gerichte voorgevel en ingebouwde toren, een koor van een rechte travee met vlakke sluiting, een sacristie aangebouwd achter het koor. Bakstenen gebouw met verwerking van kalksteen voor de plint, hoekbanden, steigergaten en omlijstingen.

Zuidoostelijke gevel met kalkstenen rondboogportaal, voorzien van imposten en sluitsteen, een kalkstenen oculus en een getoogd, kalkstenen venster met vlakke sluitsteen. De vierkante toren is op elke zijde voorzien van een getoogd galmgat met sluitsteen; ingesnoerde naaldspits (leien).

Het middenschip - onder zadeldak (leien) - gaat volledig schuil achter de architectonisch zelfstandig opgevatte zijbeuken onder zadeldaken, aan de noordwestzijde van rechthoekige absiden voorzien; getoogde vensters in een vlakke omlijsting met sluitsteen en twee negblokken in het midden der posten. Zijgevels van midden- en zijbeuken zijn voorzien van aandaken en kalkstenen schouderstukken. Het rechthoekige koor is voorzien van twee gelijkaardige vensters. De sacristie heeft getoogde vensters in een vlakke omlijsting met sluitsteen, en in de noordwestelijke geveltop twee rechthoekige venstertjes; laatst genoemde gevel is voorzien van een aandak en kalkstenen schouderstukken.

Volledig bepleisterd interieur met sobere Lodewijk XV-stucversiering. Rechthoekige pijlers, die rondboogarcaden dragen, scheiden de middenbeuk van de zijbeuken; Korinthische kapitelen van stuc. Gedrukt kruisribgewelf met brede ribben en rondboogvormige gordelbogen. Gelijkaardige overwelving der zijbeuken en der rechte koortravee. Straalgewelf op brede ribben over de absis, die aan de binnenzijde driezijdig is; medaillons in stuc aan weerszij - Maria en Sint-Jozef -, en een nis met de verrezen Christus achter het altaar.

Mobilair: Sint-Rochus, gepolychromeerd hout (17de eeuw): Sint-Sebastiaan (17de eeuw); eiken calvarie (19de eeuw). Hoofdaltaar (tweede helft 18de eeuw); twee rococo-zijaltaren (tweede helft 18de eeuw); twee rococo-biechtstoelen (tweede helft 18de eeuw); eiken doksaal, rococo (vierde kwart 18de eeuw).


Bron     : Schlusmans F. met medewerking van Gyselinck J., Linters A., Wissels R., Buyle M. & De Graeve M.-Ch. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 6N2 (He-Z), Brussel - Gent.
Auteurs :  Schlusmans, Frieda
Datum  : 1981

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Parochiekerk Salvator Mundi met kerkhof [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/23010 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Een marmeren buste voor de oud-burgemeester

Clement Cartuyvels  was de zoon van een zeepfabrikant op de Grote Markt en neefje van burgemeester Guillaume Vanvinckenroy . Hij droeg zelf de sjerp tussen 1899 en 1921. Op zijn CV lezen we: advocaat, bankier, provincieraadslid, gedeputeerde, vrederechter, gemeenteraadslid, volksvertegenwoordiger, senator, voorzitter Sint-Vincentiusgenootschap, derdeordeling en katholiek. Hij maakte de Belle Epoque in zijn stad mee: vernederlandsing van het bestuur, aanleg tramlijnen, riolering, waterleiding, bouw slachthuis, provinciale 'expositie' in 1907. Maar Clément moest ook de schok van de Duitse inval meemaken. Zijn zoon Paul, majoor van de Burgerwacht, verdween een jaar in Duitse kampen en hijzelf werd het laatste jaar van de oorlog uit zijn ambt ontheven. Clément woonde in de Capucijnenstraat in een herenhuis, later omgebouwd tot Sint-Annakliniek. 



De bank Cartuyvels:



Clément stierf op zijn kasteeltje in Verlaine en kreeg, behalve een straatnaam (de vroegere Capucijnen- en Coemansstraat) in 1921, ook een marmeren borstbeeld. Toen zijn zoon notaris Paul Cartuyvels  in 1927 zelf burgemeester werd, kreeg hij van zijn makkers oud-burgerwachten een ontwerptekening voor een borstbeeld van zijn papa cadeau. De ontwerper was niemand minder van Victor de Haen uit het Brusselse, die ook de wedstrijd had gewonnen voor het monument voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog op Sint-Marten. Op kosten van het stadsbestuur werd de buste in marmer uitgevoerd en prijkte voortaan in het stadhuis. Momenteel in erfgoeddepot bij de Zusters Ursulinen. Vermits het beeld postuum werd getekend, herken je duidelijk de pose op het bidprentje van Clément Cartuyvels. Op zijn linkerschouder liet de beeldhouwer van het witte marmer zijn naam in sierlijke letters na. 







Lees: 
Wie was wie in Sint-Truiden?, Sint-Truiden: Stedelijke openbare bibliotheek, 2011, p. 39 en 43-45.