Domeingrens rond het domein Nieuwenhoven

Op 5 km ten noorden van Sint-Truiden ligt een voormalig domein van de Sint-Trudoabdij: 135421, het vroegere zomerverblijf van de abt. Het domein heeft een middeleeuwse oorsprong. De kern ervan -bestaande uit het verblijfsgebouw van de abt, een pachthoeve, vijvers, fruitweiden en een akker- was aan alle zijden omgeven door een dreef, die de begrenzing van de domeinkern visueel afbakende. Daarbuiten lagen nog meer abdijbezittingen met een nutsfunctie, vooral bos, beemden en akkers.

Een 17de-eeuwse kaart geeft het trapeziumvormige patroon van de domeingrens goed weer, maar alleen op het terrein wordt het duidelijk waaruit deze grens bestond. Wie het 2,9 km lange tracé af stapt, treft op verschillende plaatsen een weg aan, met aan de buitenzijde een houtkant en een gracht. Aan de westzijde grensde het abdijdomein aan de historische dreef 135421, die nu nog als een verharde weg met nieuw aangeplante bomen of houtkanten bestaat. Noord en oost omgrensde een dreef of pad het domein. Die dreef bestond uit een onverhard pad, een gracht en een houtkant van opgaande beuken of hakhout uit haagbeuk. Aan de zuidkant vormt de gekanaliseerde Kelsbeek de grens tussen abdijdomein en andere bezittingen. In de zuidwestelijke hoek van de domeingrens ligt tussen de weg Engelbamp en de kasteelvijver een pad, dat omgeven is door restanten van een taxushaag. De taxussen vormen stammetjes tot op ongeveer 1m en waaieren dan breed uit. Ongeveer 100m is van het pad met hagen bewaard gebleven. Dit pad scheidde het abdijdomein van de weg af, maar moet toch een zicht op het vijvercomplex en de abdijgebouwen van Nieuwenhoven hebben gegeven. Hier lag zeker al sinds de 17de eeuw een pad met begroeiing. Tot in 1870 was het taxuspad mee opgenomen in de parkaanleg rond het 135421.

Nadat het het domein in de loop van de 19de eeuw door zijn nieuwe eigenaar tot 135421 werd omgevormd, vervaagden de strakke domeingrens van het vroegere abdijdomein. De strakke vormgeving werd op meerdere plaatsen doorbroken en aan de oostzijde kwam de dreef door toenemende bebossing te midden het bos te liggen. Hoewel op sommige plaatsen vervaagd, is deze structuur toch nog goed herkenbaar. Het best aan de noordzijde.


Bron     : -
Auteurs :  Verboven, Hilde
Datum  : 2014

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Domeingrens rond het domein Nieuwenhoven [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/135421 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Expo 1907

De ‘Expositie’

De ‘Expositie’ in 1907 was hét supermoment voor Sint-Truiden. Sinds 1860 had het de eerste plaats in Limburg moeten afgeven aan Hasselt. Maar de provinciegouverneur kwam uit Sint-Truiden en een ambitieus team wilde hier de Luikse tentoonstelling van 1905 overdoen. 




In 1907 volgde Sint-Truiden het Luikse voorbeeld van 1905 en hield een provinciale tentoonstelling op een lange strook van de braakterreinen bij het spoorwegstation tot en met het stadspark. Een brug leidde de bezoekers over de Diestersteenweg. De volkswijk De Hel had plaats gemaakt voor het ‘klein stadspark’. Bij de paviljoenen vielen vooral het Paleis de Mijnen en het bouwsel van de steenkoolmijnen van Dahlbush op. De steengroeven van de Ourthe lieten een gedenkzuil oprichten en de oude Parkschool herbergde veilig de tentoonstelling van Oude Kunst.

Een stadsgenoot, baron Henri de Pitteurs-Hiegaerts was sinds 1894 provinciegouverneur en in augustus 1901 werd in Limburg steenkool ontdekt, waar dezelfde familie belangen had. Dokterszoon en bankier Leon Debruyn nam het voortouw. Zijn zwager was notaris Nagels. Ook de ondernemers Baltus, koloniale waren, en Claes-Lekens, bouwpromotor, waren ambitieus. Het organisatiecomité bood een model arbeiderswoning aan het Bureel van Weldadigheid (OCMW), die nog steeds bestaat in de Spoorwegstraat.




Op 28 juli 1907 kon de breedgebaarde, al oudere koning Leopold II met zijn dochter prinses Clémentine vanop de tribune de trekpaarden van Clément Peten uit Velm bewonderen. Ook prins Albert bezocht de tentoonstelling. Op 22 december was het hoogfeest van de belle époque en van de durvende ondernemers in Sint-Truiden voorbij. Meer dan een half miljoen bezoekers en ‘speelreizigers’ – de toenmalige benaming voor toeristen - bezochten expo en stad. De bebouwing in de al geplande nieuwe stationswijk kon starten. Van de expo restte later enkel nog de prestigieuze Prins-Albertlaan en de Expositiestraat, in 1930 vervangen door ‘Astrid’straat. Een gedenksteen staat ingemetseld in een hekpaviljoen van het stadspark. 

Van deze ‘wereldtentoonstelling’ voor de Truienaar bleven talrijke prentbriefkaarten en een pas in 1910 rijkelijk uitgegeven ‘Guldenboek’ bewaard. Uitzonderlijk ook persoonlijke toegangskaarten met portretfoto.


Gedenksteen als herinnering aan de Expo, gemetseld in één van de ingangspaviljoentjes van het stadspark



Kathleen DIGNEF, De provinciale tentoonstelling van 1907 te Sint-Truiden: de ‘Wereldtentoonstelling’ voor de Truienaar, in: Historische bijdragen over Sint-Truiden en omgeving, Sint-Truiden: GOKSint-Truiden. 2006, p. 115-126.