Weeshuis en school in art-decostijl

Het oorspronkelijke Sint-Lutgardisgesticht, bestaande uit een weeshuis en school, werd opgericht tijdens het interbellum in art-decostijl naar een ontwerp van stadsingenieur Guillaume Govaerts.

Historiek

De zwartzusters-augustinessen beheerden sinds 1842 het weeshuis in Sint-Truiden in het 216469. In 1929 werd er door de Commissie van Openbare Onderstand beslist een nieuw weeshuis te bouwen langs de Gorsemweg op een terrein dat verworven was van de Samenwerkende Maatschappij Nieuw Sint-Truiden. De plannen voor het nieuwe Sint-Lutgardisgesticht werden opgemaakt door stadsingenieur Guillaume Govaerts en de werken werden uitgevoerd tussen 1930 en 1933. In 1934 werd het gebouw in gebruik genomen, het werd kadastraal geregistreerd in 1935. De zusters openden in hetzelfde jaar ook de Sint-Ritaschool met kleuterafdeling en lagere meisjesschool in de linkse vleugel. Ook niet-wezen waren er welkom en de inwoners van de nieuw opgerichte tuinwijk, Nieuw Sint-Truiden, maakten graag gebruik van deze mogelijkheid. Het weeshuis sloot in 1976, waarna het O.C.M.W het gebouw overdroeg aan de stad. Sinds 1980 is er de Stedelijke (nu Haspengouwse) Academie voor Beeldende Kunsten gevestigd. De school is nog steeds in gebruik als Sint-Ritaschool.

Beschrijving

Beeldbepalend complex waarbij het hoofdgedeelte schuin is ingeplant ten opzichte van de Gorsemweg; ten zuiden aansluitende kapel, ten noorden aansluitend de klassenvleugel van de Sint-Ritaschool. Het geheel is onderkelderd en opgetrokken uit baksteen; het telt twee bouwlagen onder een mansardedak. Het hoofdvolume wordt gemarkeerd door een sterk art-deco-uitgewerkte, centrale inkomtravee, aan weerszijden geflankeerd door negen, per drie gekoppelde traveeën; de koppeling wordt bekomen door het aanwenden van pilasters die doorlopen in de bedaking. Het geheel wordt bijkomend verticaal geritmeerd door gevelhoge pilasters waartussen de rechthoekige vensters die gevat zijn in een over de verdieping doorlopende omlijsting en voorzien van een decoratief uitgewerkte borstwering; het oorspronkelijke schrijnwerk van de guillotineramen met kleine roedeverdeling en diverse tinten glas bleef bewaard. Op de borstweringen aan weerszijden van de inkomtravee vermelding van voorzitter A. Duchateau, burgemeester P. Cartuyvels en ingenieur-bouwkundige G. Govaerts.

De centrale inkom wordt geflankeerd door twee torenvormige en sterk opengewerkte traveeën onder witgeschilderde achtzijdige bekroningen met lichtgleuven. Boven het rondbogig uitgewerkte portaal is de gevel nagenoeg volledig opengewerkt met in hoogte en breedte gekoppelde vensters met kleine rechthoekige roedeverdeling en ook hier het gebruik van diverse tinten glas; stijlen in simili. Boven het portaal beeld van de Heilige Lutgardis, patrones van de instelling.

De kapel heeft een Grieks kruis als plattegrond en is overdekt door elkaar kruisende zadeldaken met klokkentorentje op de kruising. Rechthoekige vensters met tussenstijlen in simili zorgen voor de verlichting.

Soberder uitgewerkte achtergevels, eveneens geritmeerd door hoger oplopende pilasters; eenvoudige rechthoekige vensters. Ook hier wordt het centrale deurrisaliet geaccentueerd door een hoger oplopende en meer uitgewerkte gevelpartij onder gebogen kroonlijst.

Interieur: bewaarde granitovloeren en indelingen. Centraal de trappenhal met trappen bekleed met granito en voorzien van ijzeren leuningen. De kapel kreeg een sobere uitwerking (bakstenen bogen) en de vloer werd vernieuwd.

De aansluitende Sint-Ritaschool telt zeven traveeën en twee bouwlagen onder plat dak; de gevels zijn op een gelijkaardige manier geritmeerd doch eenvoudiger uitgewerkt.


Bron     : -
Auteurs :  Kennes, Hilde, Verwinnen, Katrien
Datum  : 2014

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Weeshuis en school in art-decostijl [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/216469 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

De Tongersesteenweg (1817), ruggengraat van Limburgs-Haspengouw


De Tongersesteenweg (1817), ruggengraat van Limburgs-Haspengouw


Het efficiënte romeinse weggennet, zoals de ‘kassei’ Tongeren-Tienen, verviel in de vroege middeleeuwen. Waar geen bevaarbare waterlopen waren, was men opnieuw aangewezen op lokale onverharde verbindingen met diverse alternatieven naargelang de seizoensmodder. Terwijl het Luikerland in de 18de eeuw steenwegen aanlegde voor economische ontsluiting zoals de weg Luik-Sint-Truiden(-Brussel) in 1715-1740, was de Franse bezetter rond 1800 vooral militair gemotiveerd voor snelle, rechtlijnige verbindingen. De ‘Route Napoleon’ of het deel Maastricht-Tongeren van de verbinding Keulen-Duinkerken werd in 1804-1813 afgewerkt.

Vandermaelenkaart ca. 1850 met de steenweg als rechtlijnige verbinding. Bareel en kilometerpalen of ‘bornes’


Het was wachten op de Hollanders en hun Waterstaat-ingenieur De Sermoise om op 9 december 1817 de eerste steen te laten leggen aan de Sint-Truiderpoort in Tongeren door de provinciegouverneur. Het tracé dwars door de velden en weiden trok al snel handel en bewoning van de opzij liggende dorpskernen aan, getuige de jaartallen op vele gevels en de verbindingen zoals de dreef te Ordingen. De oude ‘Truierbaan’ in Rijkel verviel tot veldweg. Een tolbarreel aan het kruispunt met de Houtstraat Brustem deed dienst tot in 1867 deze gebruikersbijdrage werd opgeheven.

De weg naar Tongeren startte aan de oude Brustempoort. De beginkilometers waren gekend voor het omtuinde Casino (1862), het huis Moreau (1872), de arbeidershuisjes en het koetsenatelier Vanslype op de Pinberg en later voor de Veiling Haspengouw (1939-2017) en toegangen tot de Industriezone Schurhoven.

Na deze steenweg voltooide men vanuit de stad Sint-Truiden de kasseiwegen naar Hasselt (1838), Diest (1844) en Namen (1855).


In augustus 1914 kon de Duitse ruiterij haar opmars van Tongeren naar Sint-Truiden (en Orsmaal) ongestoord uitvoeren. Ze staken huizen in brand op de Pinberg, maar ter compensatie kwamen er nog voor het oorlogseinde enkele ‘Pruisenhuisjes’ of modelwoningen langs de Tongersesteenweg.

Drie rotondes in Ordingen, Borgloon en Tongeren moeten de verkeersstroom, vaak ‘gehinderd’ door traag landbouwverkeer, op deze N79 veiliger later verlopen. De lengte van deze gewestweg Sin-Truiden bedraagt tot aan de landgrens in Vroenhoven 34,6 kilometers. In Tongeren sluit ze aan op de autosnelweg Antwerpen-Luik E313.

De spoorlijn Tienen-Tongeren iets ten noorden van de steenweg was tussen 1876 en 1957 actief voor personenvervoer en biedt nu op haar tracé een recreatieve en toeristische fietsweg. 



Lees: Frank MULLENERS, ‘De eerstesteenlegging van de steenweg Tongeren-Sint-Truiden (1817)’, in ‘Historische bijdragen ter nagedachtenis van G. Heynen’, Sint-Truiden: Geschiedkundige kring van Sint-Truiden, 1984, p. 227-230; ‘Sint-Truiden ingekaderd 1830-1914’, tentoonstellingscatalogus, Sint-Truiden: vzw. Sint-Truiden 1300, 1998, p. 110-123.