Commanderij van Bernissem

Voormalige Commanderij van Bernissem, thans omgevormd tot landbouwuitbating, omringd door landerijen; ten noordoosten, recente woonwijk. Eertijds Commanderij van de Duitse Orde, afhangende van de Hoofdcommanderij van Alden Biesen, waarschijnlijk reeds gesticht voor 1254. Van het imposante gebouwencomplex zoals het wordt afgebeeld door Remacle Leloup bleef buiten de kern van het poortgebouw met pachterswoning niets bewaard, aangezien de Commanderij tijdens de 18de eeuw classicistisch verbouwd werd. Toen verdwenen blijkbaar de vroegere stallen en schuur van het neerhof, de kapel en het verblijf der ordebroeders met zijn zes torens (vermoedelijk uit de 16de eeuw), en het paviljoen der commandeur van 1660.

De huidige gebouwen omvatten naast de semi-gesloten hoeve, een wachthuis ten zuidoosten en een kapel ten noordoosten, bij de hoeve. Classicistische gebouwen, daterend uit de 18de eeuw met verbouwingen uit 19de en 20ste eeuw. Baksteenbouw met verwerking van kalksteen en mergelsteen.

Ten zuidoosten van het complex, geïsoleerd wachthuis van drie traveeën onder wolvedak (leien) met hogere nok boven de middelste travee. Gebouwd in 1736. Zuidoostelijke voorgevel met centrale kalkstenen rondboogpoort met negblokken; links en rechts, verbouwde, rechthoekige vensters. Noordwestelijke achtergevel met rechthoekige poort onder houten latei.

Ten noordwesten van het wachthuis, ruime, semi-gesloten hoeve met gebouwen rond een gekasseid vierkant erf: zuidoostelijke vleugel met pachterswoning, inrijpoort en stalling; ten zuidwesten en ten noordoosten van het erf de stallen; ten noordwesten de dwarsschuur. Uitzicht uit de tweede helft van de 18de eeuw, doch oudere kern in de zuidoostvleugel: twintig traveeën en twee bouwlagen onder zadeldaken (leien), met aandaken tussen stalling, poortgebouw en woonhuis. In de zuidoostelijke voorgevel kalkstenen rondboogpoort met negblokken en erboven drie ongeïdentificeerde wapenschilden van commandeurs; verbouwde, rechthoekige muuropeningen. In de noordwestgevel, aan de erfzijde, gesmeed ijzeren muurankers en rechthoekige, kalkstenen muuropeningen. Ten zuidwesten en ten noordoosten, stallen van elf traveeën en twee bouwlagen onder zadeldaken (leien). Rechthoekige, kalkstenen muuropeningen. Ten noordwesten van het erf, indrukwekkende dwarsschuur onder wolvedak (leien). Middenrisaliet afgezet met kalkstenen hoekbanden en bekroond door een driehoekig fronton met van links naar rechts de blazoenen van de Hoensbroeck, van Amstenraedt en de Borghgrave; kalkstenen rondboogpoorten met negblokken.

Ten noordoosten van de hoeve, voormalige kapel, thans omgebouwd tot woonhuis, en tijdens de 19de eeuw uitgebreid met een ten noordwesten haakse vleugel. Kapel met rechthoekige plattegrond, uitlopend op een driezijdig koor. In de lange zijden, vier traveeën, gescheiden door bakstenen lisenen, afgezet met natuurstenen hoekbanden en bekroond met natuurstenen kapitelen die de zware natuurstenen kroonlijst schragen; lisenen eveneens op de hoeken van het koor aanwezig; blazoen in de koorsluiting verborgen achter klimop. Afgewolfd schilddak (kunstleien). Verbouwde rechthoekige vensters met kalkstenen lekdrempel en afgedekte kalkstenen deur op neuten.


Bron     : Schlusmans F. met medewerking van Gyselinck J., Linters A., Wissels R., Buyle M. & De Graeve M.-Ch. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 6N2 (He-Z), Brussel - Gent.
Auteurs :  Schlusmans, Frieda
Datum  : 1981

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Commanderij van Bernissem [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/22984 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Adalbero, abt

Sint-Truiden 964 

Ardeens gravenzoon. Bisschop van Metz 929. Invloedrijk als verwant van de keizer. Diverse stichtingen en heroprichting abdij Gorze. Zette abt Renier Sint-Truiden af en nam zijn plaats in. Abt Sint-Truiden 944-964. Strengere naleving orderegel. Uitbreiding abdijdomein o.a. met eigen goederen in Pommeren (Moezel). Bouwde en wijdde Ottoonse abdijkerk in 945, na de invallen van de Noormannen, en voegde crypte toe. Begraven in Sint-Truiden. Herbegraven in Gorze en Metz.
Eretitel: pater monachorum, vader van de monniken. Neefje en naamgenoot Adalberon werd aartsbisschop van Reims.

Foto: Kathedraal Metz

Abdijcrypte, grafnis 2004 in dodengang, opschrift Adalbero abbas episcopus mettensis ibi translatus 964  door Jos Geusens 2005.

Adalbero was de zoon van paltsgraaf Wigerik van Lotharingen en van Kunigunde van de Ardennen en was de broer van Siegfried I van Luxemburg. In 929 werd hij omwille van zijn adellijke afkomst unaniem verkozen tot bisschop van Metz. Hij deed de abdijen, die afhingen van het bisdom en die in verval waren, terug heropleven. Hiervoor kreeg hij de bijnaam vader van de monniken. Adalbero liet de vervallen gebouwen herstellen en breidde de bezittingen van de abdijen verder uit. In 933 was hij de drijvende kracht achter de heropleving van de abdij van Gorze en in 944 zette hij zich in voor de heropleving van de abdij van Sint-Truiden die eveneens afhing van het bisdom Metz.

Lees: P.F.X. DE RAM, in BIONAT, 1, 1866, kol. 30-32; RECUEIL, p. 5-6; MONBEL, p. 29-30, KRONIEK, passim; CRYPTE, p. 45 en 47.

lees ook op

lees ook opGa hier verder.. 

Onderschrift bij deze foto