Kasteel Spinveld met bijgebouwen

19de-eeuws kasteeldomein met hoeve en bijgebouwen gelegen ten noordwesten van het domein Nonnemielen waarvan het een afsplitsing is. Het domein is genoemd naar een oude veldnaam. Gelegen in een park in landschappelijke stijl uit het derde kwart van de 19de eeuw.

Het 19de-eeuwse domein is nog gaaf bewaard met een eclectisch kasteel uit halverwege de 19de eeuw en relicten van de eraan verbonden agrarische en industriële functie als bietenstokerij onder de vorm van bijgebouwen, waaronder een weegbrug.

Het domein is gelegen tussen de Melsterbeek (ten westen) en de oude weg naar Rummen (ten oosten). Ten noorden aan de Metsterenweg hoevegebouwen op de locatie van de oorspronkelijke stokerij, ten westen tegen de Rummenweg een dienstwoning (oorspronkelijk twee "zomerhuisjes"), centraal in het park ten zuiden het kasteel met ten westen hiervan de ommuurde moestuin tegen de Rummenweg. De gebouwen zijn gelegen in een landschappelijk park met toegang ten noordoosten aan de hoeve. Deze toegang vertrekt vanuit de dreef die ook naar het domein Nonnemielen leidt.

Historiek

In het oostelijke deel van het voormalige kloosterdomein van Nonnemielen werd midden 19de eeuw een nieuw kasteeldomein opgericht door de familie Delpier. De bouw van dit nieuwe kasteel hangt samen met de opstart van een bietenalcoholstokerij. Van deze industriële activiteit zijn de bascule of weegbrug en de folie met gietijzeren schouw een overblijfsel.

Een eerste wijziging werd kadastraal geregistreerd in 1850 toen er een nieuw gebouw werd opgericht in de meest noordoostelijke hoek tegen de Metsterenweg bij de toegang tot het domein. Dit gebouw stond geregistreerd als "huis" met als eigenaar Lambert Delpier. Mogelijk ging het hier nog om een dienstwoning van het kasteel Nonnemielen. Eind 1855 krijgt Lambert Delpier, de toelating tot het oprichten van een fabriek voor de productie van alcohol uit bieten. In hetzelfde jaar werd de eerste stokerij kadastraal geregistreerd op de locatie van de huidige open hangar van de hoeve. Kort hierna werd het kasteel gebouwd centraal in het domein (geregistreerd in 1857). Volgens de literatuur was Joseph Gérard de architect hiervan. De stoomstokerij werd vergroot. Deze vergroting ging waarschijnlijk samen met de in 1857 geïnstalleerde tweede stoomketel. Dit betekende een hoogtepunt voor de stokerij. In 1866 was de productie al sterk gestegen en kreeg Delpier net als de Sint-Truidense suikerfabrieken een bijdrage opgelegd in de onderhoudskosten van de wegen. Een volgende uitbreiding van de gebouwen werd kadastraal geregistreerd in 1865 als "stoombranderij van wijgeest en jenevers". Na het overlijden van Lambert in 1868, zette zijn broer Edouard de stokerij verder.

De volgende uitbreidingen van de hoeve met stokerij geregistreerd op het kadaster dateren uit 1872, onder andere met het bijgebouw Metsterenweg nummers 113-115. Ook het gebouw met de weegbrug verschijnt dat jaar voor het eerst en ten westen tegen de Rummenweg verschijnen twee zomerhuisjes (vandaag één dienstwoning, Metsterenweg 101). Deze woning diende volgens de literatuur als portierswoning, want de hoofdtoegang tot het domein Spinveld lag aan de Rummenweg in het begin.

In 1875 werd er op het domein bij de stokerij een vogelkooi opgericht (gesloopt in de jaren 1940) en ten westen van het kasteel enkele bijgebouwen.

Na het overlijden van Edouard Delpier stopt het bedrijf in 1884. Hetzelfde jaar worden de gebouwen verkocht aan Xaverus Lejeune. Aan de stokerij worden het koetshuis en de stallen gedeeltelijke afgebroken en ingericht als "huis" (geregistreerd in 1887). Waarschijnlijk werd de stokerij toen ook ontmanteld en gedeeltelijk afgebroken. De bijgebouwen ten westen van het kasteel werden op dat ogenblik geïntegreerd in een omsloten tuin met serre tegen de noordermuur. De volgende jaren werd de stokerij waarschijnlijk verder ontmanteld onder de familie Lejeune de Schiervel en afgebroken en werden de gebouwen omgevormd tot hun huidig uitzicht als hoeve (mutatieschets 1892).

Mogelijk was het kasteel begin 20ste eeuw in handen van de familie de Pitteurs, af te leiden uit een oude prentkaart waarop het kasteel staat afgebeeld.

Om meer zicht te krijgen op de functie als bietenstokerij is meer onderzoek nodig (onder andere het stads- en provinciaalarchief van de commodo en incommodo zouden meer gegevens over de stokerij kunnen bevatten).

Beschrijving

Het domein met kasteel kon niet bezocht worden. De beschrijving van de gebouwen gebeurde op basis van wat zichtbaar is vanop de openbare weg en op basis van foto’s in publicaties en luchtfoto’s.

Eclectisch kasteel (nummer 127) uit de jaren 1850 met neogotische reminiscenties van twee bouwlagen en een souterrain en drie traveeën op een rechthoekige plattegrond met ten oosten en ten westen aanbouw van één travee. Leien schilddak en zadeldaken op de uitstekende traveeën. De gevel was oorspronkelijk bekroond met kantelen, maar deze zijn nu niet meer zichtbaar. Maastrichtersteen (of mergelsteen) werd gebruikt voor de omlijstingen, de waterlijsten en de decoratieve elementen. Er is een verhoogde toegang te bereiken via een bordestrap.

Ten westen van het kasteel staan enkele bijgebouwen aansluitend bij de ommuring van de moestuin met serre.

Eclectische dienstwoning (Metsterenweg 101, gelegen aan de Rummenweg), voor het eerst geregistreerd op het kadaster in 1872 als twee zomerhuisjes en in 1931 pas vergroot tot één woning. Bakstenen gebouw van twee bouwlagen onder een vernieuwd leien zadeldak. Symmetrische opbouw met rondboogvormige muuropeningen en deuren. Bewaard schrijnwerk. Gebruik van gesinterde baksteen voor de plint, de waterlijsten, de borstwering, de fries en de spiegels. Aan beide zijden aangepast éénlaags bijgebouw onder schilddak.

Eind 19d-eeuwse hoevegebouwen aan de Metsterenweg (nummers 113-125). De hoevegebouwen bestaan uit een U-vormige geheel(nummer 125), ten westen in het verlengde een vleugel (nummer 117) en nog een bijgebouw ten westen haaks op de Metsterenweg (nummers 113-115). De verankerde bakstenen gebouwen hebben een grotendeels eind 19de-eeuws uitzicht en werden onder de Schiervel aangepast en deels heropgebouwd na de stopzetting van de stokerij. Aan de Metsterenweg zijn verschillende bouwsporen zichtbaar in de gevels.

Het U-vormig gedeelte bezit nog een verzorgde hoevearchitectuur. Centraal met mogelijk een koetshuis, zichtbaar aan de segmentbogen aan de erfzijde. Op een centrale zijgevel met aandak staat een dakruiter met windvaan met de initialen L.S., verwijzend naar Lejeune de Shiervel. Centraal op het boerenerf mestvaalt of opslagplaats voor bieten (?). Metsterenweg 113-115 was mogelijk het wagenhuis, zichtbaar aan de segmentbogen in de heden verbouwde gevel.

Bij de toegang voor het erf van de hoeve ligt een achthoekig paviljoen met weegbrug. Verankerd bakstenen paviljoen onder een leien tentdak en segmentboogvormige muuropeningen met bakstenen waterlijsten met gestrekt uiteinde. Eveneens ronde muuropeningen. Net als bij het kasteel werd Maastrichtersteen aangewend voor de decoratieve elementen.

Achter de weegbrug staat een grote gietijzeren schouw (?) op een rotspartij omgeven door een cirkelvormige vijver. Deze is hier mogelijk geplaatst na het stopzetten van de stokerij als herinnering aan deze activiteiten. De eerste fabrieken op stoomkracht werden in de eerste helft van de 19de eeuw aanvankelijk voorzien van gietijzeren fabrieksschouwen en pas later vervangen door bakstenen exemplaren. Dit doet vermoeden dat de schouw een relict is van de eerste fabriek.

Monumentaal hek aan de toegang met drie poorten uit eind 19de eeuw. Aansluitend bij de omheining van de hoeve. De hekken tussen vier bakstenen pijlers bestaande uit een plint van blauwe hardsteen en opgetrokken uit rode en gesinterde baksteen. Ze zijn voorzien van een deksteen en vuurpotten in terracotta versierd met ramskoppen en festoenen. De twee middelste pijlers werden tijdens de Tweede Wereldoorlog naar achteren geschoven om de toegang breder te maken voor militaire voertuigen.


Bron     : -
Auteurs :  Verwinnen, Katrien
Datum  : 2015

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Kasteel Spinveld met bijgebouwen [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/300705 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Govaerts, Guillaume, stadsarchitect ST

Sint-Truiden 14.01.1873 Sint-Truiden 18.11.1936 , x 1902 Maria Mevis  

Zoon van Jean en Hubertine Leemans, broer van Jan en halfbroer van Emiel .

Onderschrift bij deze fotoCollege Sint-Truiden. Universiteit Leuven 1898. Ingenieur-stadsarchitect  1902 en directeur Nijverheids- en tekenacademie 1903 te Nijvel. Restauratie kapel Broedersschool en nieuwbouw torenpartij H. Grafkerk aldaar. Stadsarchitect Sint-Truiden 1912. Leraar Nijverheidsschool 1912-1933 en Rijksmiddelbare school 1912-1918 Diesterstraat. Directeur en leraar bouwkundig tekenen Tekenacademie Abdijstraat 1912-1936. Elektriciteitsvoorziening. Werken in neo-Vlaamse renaissance en art décostijl. Sint-Lutgardisgesticht weeshuis met meisjesschool en zustersverblijf langs Gorsemweg 1930-1933, postgebouw Sint-Marten 1930 en electriciteitskabine Naamsevest 1930. Uitbreiding Ursulinenklooster 1927, minderbroedersklooster en kerk Bevingen. Restauraties o.m. refugiehuizen Averbode 1927 en Herckenrode, bisschoppelijk seminarie 16de-18de eeuw, gasthuiskapel Stapelstraat, kerk en torenhuisje Begijnhof en stadhuis 1930. Ontwerper perron, twee parktoegangen en Albert I-monument hal stadhuis 1934. Lid Provinciaal Comité Monumenten 1920. Restauratie muurschilderingen begijnhofkerk. Medestichter en secretaris Vrienden van het Begijnhof. Luikerstraat. 

Stierf aan embolie tijdens toezicht bestratingswerken Casinostraat. Album met schetsen van historische gebouwen en enkele artikels in Touring Club de Belgique. Straatnaam 1936, vroegere Poortstraat Begijnhof. Signeersteen als inv(entor) gevel weeshuis Gorsemweg.

Publ.: Oud Limburg. Penteekeningen en schetsen van oude landelijke en stedelijke gebouwen van Zuid- en West-Limburg, Hasselt: Provinciaal comité monumenten en landschappen, 1936.
Lit.: G. BOES, In memoriam Guillaume Govaerts, in Verzamelde opstellen, 13, 1937, p. 13-19; VAN MECHELEN, p. E-58-E62 en I19-I21; Auguste MEVIS, Généalogie de la famille de Mevis, originaire d’Alken, in Intermédiaire des Généalogistes, nr. 192, 1977, p. 385-406; Achille THIJS, in Koerier, 13.04.1977; Jo VAN MECHELEN, Huis Govaerts, 1: Jan 1834-1910 Govaerts, bijgenaamd Pitjens, en zijn huis, Sint-Truiden: eigen beheer, 1998, p. 41-48; Raymond HORBACH, L’architecte Guillaume Govaerts, in Annales de la Société royale d’archéologie, d’histoire et de folklore de Nivelles et du Brabant wallon, 28-29, 2003, p. 432-442; Benny BUNTINX, Guillaume Govaerts… of hoe een Sint-Truidens stadsingenieur omging met steen tijdens het interbellum, in STEEN, 2003, p. 76-83 en 104; Petra BOEKSTAL, Voormalig postkantoor en hospitaalkapel Sint-Agustinus, in MODERN, 2008, p. 41-47.