Kasteeldomein van Duras en omgeving

Het kasteeldomein van Duras is een uitgestrekt landgoed van circa 134 hectare in het zachtglooiende vochtig-Haspengouw ten noordwesten van Sint-Truiden. Door zijn ontstaan, evolutie en bestanddelen is het uitzonderlijk en bepalend voor de inrichting en organisatie van het landschap.

Het kasteel is in oorsprong een feodale burchtsite, zetel van de graven van Loon, later de graven van Duras. De burcht werd eind 18de eeuw gesloopt en vervangen door een 135125, opgevat als een zogenaamde 'villa rustica' naar Palladiaans model en onderdeel van een echte ferme ornée, een toentertijd vooruitstrevend en in Vlaanderen zeldzaam concept. De overgang van ferme ornée naar kasteelpark in vroege landschappelijke stijl gebeurde rond 1820. Naast het park ten noordoosten van het kasteel werd toen ook een nieuwe moestuin aangelegd. Het voorplein werd een statige erekoer, opgevat als een rechthoekig symmetrisch erf tussen de drie kasteelvleugels. De gekasseide oprit loopt rond een centrale graspartij met achthoekig waterbekken en fontein. In de loop van de 19de eeuw werd het kasteeldomein verder uitgebreid, sedert 1864 met een vrijstaande boerderij.

De topografische kaart opgenomen in 1871 toont de toestand van het kasteeldomein zoals het ook grotendeels is bewaard. De toegangen tot het landgoed zijn naar datering en belangrijkheid gedifferentieerd in vormgeving en materiaalgebruik. De hoofdtoegang ligt op een vijfsprong van dreven en is aangelegd als een ovaal plein, rondom beplant met lindenbomen en afgebakend met kettingen tussen hardstenen kettingpalen, later geassembleerd met een smeedijzeren hek. De oorspronkelijke, rechte oprijlaan vertrekt vanaf een classicistisch toegangshek als een gekasseide bosdreef, maar is nu in onbruik geraakt. Enkel het gedeelte vanaf de vijfsprong wordt thans als oprit benut. De tweede, afbuigende oprijlaan naar het kasteel wordt eveneens afgesloten door een classicistisch toegangshek. Het ereplein is bereikbaar via een dubbelbogige brug over de ringgracht. Op de aansluitende keermuur staat een fraaie, monumentale afsluiting in empirestijl met een centrale hoofdpoort en twee haaks ingeplante zijpoorten. Van vier nagenoeg identieke, eenvoudige poorthekken tenslotte staat er één aan de Gorsemdorpstraat, een tweede in de Herestraat als toegang tot het parkbos, één ertegenover naar het Zwartaardebos en een vierde leidt naar de boswachterswoning.

Naar het voorbeeld van de klassieke ganzenvoet heeft het landschapspark drie uitwaaierende assen met uitzicht op het achterliggend landschap, begeleid door zorgvuldig gepositioneerde solitaire bomen en bomengroepen of -gordels in de weilanden langs de Molenbeek. De zichtlijnen zijn verstoord door uitbreiding van de begroeiing. De watergordel rond de haast cirkelvormige kasteelsite fungeert als vijver en is de verlandschappelijkte buitenste ringgracht van de oude castrale motte. Hij wordt gevoed door de Langebeek, een aftakking van de Molenbeek, en ontspringt ten noordwesten uit een kunstmatige met varens begroeide cascade van gestapelde kalkrots en veldstenen. In de verbreding ten noordoosten liggen vier schilderachtige eilandjes. Een witgepleisterd tuinpaviljoentje staat aan de rand van het meest oostelijke eiland. Een rondweg en afbuigende wandelpaden, waarin ook de toegangen zijn opgenomen, ontsluiten het park. Het huidig padenpatroon gaat terug tot de periode van aanleg maar is vereenvoudigd en bovendien grotendeels dichtgegroeid. Het vijverpad ten noorden van het kasteel loopt over een brugje met eenvoudige maar fraaie brugleuning. De paden lopen door in het noordwestelijke parkbos en aan de overkant van de Herestraat in het omheinde Zwartaardebos. Daar heeft het slingerend bospad een verbinding met de Zwartaardeweg richting Kluiskapel in Zoutleeuw. Het reliëf, aan de rand van het valleigebied van de Gete, is er steiler, met kunstmatige taluds die akkers en resterende fruitweiden begrenzen.

Het zuidelijk deel van het kasteeldomein bestaat uit beboomde gedeelten en grote hoogstamboomgaarden aan weerszijden van de oprijlaan. De monumentale, noord-zuid geëxposeerde en ommuurde moestuin ligt ten westen van het kasteel en is nog slechts beperkt in gebruik. De hoofdingang ervan, met hoog, smeedijzeren hek, ligt in de korte zuidermuur. Leifruit groeit tegen de muur of vrijstaand langs het meesterspad. Van de oude, symmetrisch opgestelde serres blijven er nog een viertal goed bewaard over. De oranjerie aan de noordzijde werd eind 20ste eeuw tot woning ingericht. De boomkwekerij erachter heeft een ommuring met afgeronde hoeken en is toegankelijk langs twee identieke hekken op halve hoogte. Nu is het een grasveld met een centraal waterbekken. Achter de boomkwekerij en leunend tegen de hoge bakstenen ommuring, ligt nog een dienstgebouw met open stelplaatsen. Ten westen staat een architecturaal verzorgd en pittoresk tuinmanshuis uit 1865.

De aansluitende omgeving wordt gekenmerkt door bossen en landerijen met akkers en weilanden. De zogenaamde 135125 is gesitueerd ten oosten langs de Molenbeek te Gorsem. Deze graanwatermolen dateert wellicht van einde 18de eeuw, maar werd verschillende keren verbouwd. Dichtbij is de omvangrijke gesloten 135125 gelegen. Verder behoren ook de éénschepige 135125 en de parochiekerk 135125 van Gorsem tot de ankerplaats. Langs de kerk leidt een onverharde weg naar een stenen brugje over de Molenbeek. Op historische kaarten is te zien dat deze weg oorspronkelijk ook toegang gaf tot een omgrachte kasteelsite, op de kaart van Villaret aangeduid als 'Château Ruiné'. De weg leidde langs de site verder naar de Molenbeek en vormde ook een toegangsweg vanuit het dorp tot de Gorsem beemden. In het zuiden wordt de ankerplaats begrensd door de Grasweg die de administratieve grens tussen de Limburgse gemeenten Duras en Wilderen en het Vlaams-Brabantse Zoutleeuw volgt. Oorspronkelijk liep deze weg door naar het oosten, langs het nu verdwenen kruispunt met de Belkens Boom Kapel, over de Molenbeek tot aan de Grevensmolen. Deze weg maakt deel uit van het historisch netwerk van veldwegen dat de dorpskouters van Duras en Wilderen doorkruiste en aansluiting bood naar de vier windrichtingen. In de kaartenatlas van de Abdij van Herkenrode uit 1669-1685 wordt deze weg reeds weergegeven vertrekkend bij de 'Keesseleiren Linde' aan het kruispunt met de Kasteellaan.


Bron     : Ankerplaats 'Kasteeldomein van Duras'. Landschapsatlas, A27002, Agentschap Onroerend Erfgoed, Brussel.
Auteurs :  Agentschap Onroerend Erfgoed
Datum  : 2001

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Kasteeldomein van Duras en omgeving [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/135125 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Expo 1907

De ‘Expositie’

De ‘Expositie’ in 1907 was hét supermoment voor Sint-Truiden. Sinds 1860 had het de eerste plaats in Limburg moeten afgeven aan Hasselt. Maar de provinciegouverneur kwam uit Sint-Truiden en een ambitieus team wilde hier de Luikse tentoonstelling van 1905 overdoen. 




In 1907 volgde Sint-Truiden het Luikse voorbeeld van 1905 en hield een provinciale tentoonstelling op een lange strook van de braakterreinen bij het spoorwegstation tot en met het stadspark. Een brug leidde de bezoekers over de Diestersteenweg. De volkswijk De Hel had plaats gemaakt voor het ‘klein stadspark’. Bij de paviljoenen vielen vooral het Paleis de Mijnen en het bouwsel van de steenkoolmijnen van Dahlbush op. De steengroeven van de Ourthe lieten een gedenkzuil oprichten en de oude Parkschool herbergde veilig de tentoonstelling van Oude Kunst.

Een stadsgenoot, baron Henri de Pitteurs-Hiegaerts was sinds 1894 provinciegouverneur en in augustus 1901 werd in Limburg steenkool ontdekt, waar dezelfde familie belangen had. Dokterszoon en bankier Leon Debruyn nam het voortouw. Zijn zwager was notaris Nagels. Ook de ondernemers Baltus, koloniale waren, en Claes-Lekens, bouwpromotor, waren ambitieus. Het organisatiecomité bood een model arbeiderswoning aan het Bureel van Weldadigheid (OCMW), die nog steeds bestaat in de Spoorwegstraat.




Op 28 juli 1907 kon de breedgebaarde, al oudere koning Leopold II met zijn dochter prinses Clémentine vanop de tribune de trekpaarden van Clément Peten uit Velm bewonderen. Ook prins Albert bezocht de tentoonstelling. Op 22 december was het hoogfeest van de belle époque en van de durvende ondernemers in Sint-Truiden voorbij. Meer dan een half miljoen bezoekers en ‘speelreizigers’ – de toenmalige benaming voor toeristen - bezochten expo en stad. De bebouwing in de al geplande nieuwe stationswijk kon starten. Van de expo restte later enkel nog de prestigieuze Prins-Albertlaan en de Expositiestraat, in 1930 vervangen door ‘Astrid’straat. Een gedenksteen staat ingemetseld in een hekpaviljoen van het stadspark. 

Van deze ‘wereldtentoonstelling’ voor de Truienaar bleven talrijke prentbriefkaarten en een pas in 1910 rijkelijk uitgegeven ‘Guldenboek’ bewaard. Uitzonderlijk ook persoonlijke toegangskaarten met portretfoto.


Gedenksteen als herinnering aan de Expo, gemetseld in één van de ingangspaviljoentjes van het stadspark



Kathleen DIGNEF, De provinciale tentoonstelling van 1907 te Sint-Truiden: de ‘Wereldtentoonstelling’ voor de Truienaar, in: Historische bijdragen over Sint-Truiden en omgeving, Sint-Truiden: GOKSint-Truiden. 2006, p. 115-126.