Klooster Hiëronymusdal

Voormalig klooster, gesticht in 1396; de vrouwelijke religieuzen die het klooster bewoonden volgden geen bepaalde regel; later sloot de orde zich aan bij de augustinessen van Sint-Luciëndal, gesticht in 1614. In 1796 werd de orde opgeheven en het goed verkocht aan H. Kenens van Halen. In 1832 vestigden de redemptoristen zich in het klooster. In 1836, bouw van de thans gesloopte kapel in neoclassicistische stijl, op de puinen van de oorspronkelijke kapel, en uitbreiding van het klooster. Thans maakt het goed deel uit van het Sint-Anna-ziekenhuis.

Van het oorspronkelijke complex blijft alleen een L-vormige vleugel over uit de tweede helft van de 18de eeuw, opgetrokken in classicistische stijl.

Westvleugel van drie bouwlagen onder zadeldak (kunstleien). Bakstenen gebouw op een lage, kalkstenen plint; gesmeed ijzeren muurankers. Beschilderde oostgevel van zes traveeën, westgevel van acht traveeën met een verhoogde begane grond. Getoogde vensters in een kalkstenen omlijsting met sluitsteen met korte druiplijst. Gelijkaardige deur in de oostgevel.

Noordvleugel met eveneens drie bouwlagen onder zadeldak, met klokkenruitertje; op de oostzijde slechts vijf traveeën zichtbaar, noordgevel van vijftien traveeën; de oorspronkelijke hoogte van het gebouw (twee bouwlagen) wordt waarschijnlijk aangegeven door de eerste zes traveeën, gelegen tegen de noordelijke zijgevel der westvleugel, onder steil zadeldak met dakkapellen. Gelijkaardige afwerking als voor de westelijke vleugel; de bovenvensters (derde bouwlaag) hebben echter een gecementeerde omlijsting.

De overige gebouwen, daterend van de uitbreiding door de redemptoristen (tweede helft 19de eeuw), zijn minder belangrijk. Uit deze periode dateert de neogotische kapel in de zuidvleugel, en het gedeelte dat zich westwaarts aan Stenaartberg uitstrekt.


Bron     : Schlusmans F. met medewerking van Gyselinck J., Linters A., Wissels R., Buyle M. & De Graeve M.-Ch. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 6N2 (He-Z), Brussel - Gent.
Auteurs :  Schlusmans, Frieda
Datum  : 1981

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Klooster Hiëronymusdal [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/22944 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Beiaardklanken en biggengeschreeuw

Aldous Huxley.

Hij durfde ooit te schrijven over ons, Truienaren: Sommigen maken laken, sommigen suiker. Enkelen hebben cultuur, de rest helemaal niet!
Als bewijs van het tegendeel hangt aan een gevel op de Grote Markt sinds 1968 zijn naam in bronzen letters: Aldous Huxley.

Een aardige Belgische.

Huxley was een telg uit een Brits geslacht van beroemde en bijzonder knappe koppen. Hij studeerde letterkunde in Eton en Oxford. Op een feestje met Kerst 1915 in Engeland viel hem de frèle Maria Nijs op, een Belgische oorlogsvluchtelinge met grote, groenblauwe ogen. Ik heb tenslotte ook een aardige Belgische ontdekt, de wonderen zijn de wereld nog niet uit, meende de slungelachtige, bijziende romanschrijver. Maria’s vader was een Kortrijkse textielbaron, maar moeder Marguerite Baltus stamde uit Sint-Truiden. De rijke koopmansfamilie Baltus woonde in het huis In de Roos op de Grote Markt. Van het een kwam het ander en na de Grote Oorlog trouwde Aldous met Maria. Rond die tijd verbleef de Brit bij oom Baltus in Sint-Truiden.

De inspiratie voor zijn novelle Uncle Spencer uit 1924 deed hij toen op. Het verzonnen Longres uit de novelle is Sint-Truiden, afgebeeld als zedig provinciestadje met een aardige burgerij. Ons interesseren natuurlijk de herkenningspunten : de onontkoombare beiaarddeuntjes, het stille begijnhof, het stadhuis in zachtgele pleister, de kermisattracties met de Dikke Madam die haar gezicht kon wassen met haar tiekes… De diervriendelijke Duitse bezetter beboette iedereen die nog varkens aan oren en staart over de zaterdagmarkt sleurde. Geen enkele verordening zat de boeren meer dwars dan deze.

Een citaat in de originele taal, waarin Huxley beschrijft hoe de Truienaren weerwraak namen op de arme biggen na het vertrek van de Duitsers eind november 1918: The first Saturday after the departure of the German troops was a bad morning fort he pigs. To carry a pig by the tail was an outward and visible symbol of revovered liberty; and the squeals of the porkers mingled with the cheers of the population and the trills and clashing harmonies of the bells awakened by the carilloneur from their four years’ silence. By ten o’clock the market was over. 

Het Minderbroedersplein heette 'varkensmarkt' in de volksmond


Globetrotter Huxley werd in 1932 wereldberoemd door zijn bittere toekomstroman Brave New World en in 1954 met The Doors of Perception, een verslag van zijn experimenten met de druk mescaline. Maria stierf in 1955 en Aldous in 1963 te Los Angeles, net op de dag waarop president Kennedy werd vermoord.



Huxley-vorser
Leraar Roger Collart (+1996) was wel de hardnekkigste Huxley-vorser in onze stad. Zijn vaak gevraagde vertaling van Uncle Spencer wacht nog altijd op een uitgever! Ook Louis Sterken, Guido Wulms, Frank Decat, Danny Gennez en Jean-Pierre Rondas schreven over Aldous in Sint-Truiden. Huxley houdt de aandacht levend: in Munster (D.) is een heus studiecentrum gehuisvest. De Antwerpse sensatiejournalist en latere crimi-auteur Stan Lauryssens bracht een boek uit over Maria Nijs en haar stormachtige liefdesleven.