Abdij van Terbeek en Sint-Niklaashoeve

Resten van de voormalige abdij van Terbeek, met abdijhoeve, de zogenaamde "Sint-Niklaashoeve ", gelegen aan de Melsterbeek . De oorspronkelijke stichting van dit cisterciënzerinnenklooster was het klooster Sint-Trudodal , gelegen in het gehucht Straten, in de 12de eeuw. In de eerste helft van de 13de eeuw (mogelijk in 1221) vestigde de orde zich in Terbeek. In 1707 werd een groot gedeelte der gebouwen door brand vernield. In 1796 werden de goederen in beslag genomen en verkocht aan G. Siaens.

Van de abdijgebouwen bleef een vleugel van het oorspronkelijke kwadraatvormige klooster bewaard (nummer 76), namelijk het abdisverblijf met gastenverblijf, de hoeve (nummer 78), en de kapel, die in 1959 naar het Openluchtmuseum van Bokrijk werd overgebracht, en voorheen stroomopwaarts op de linker oever der Melsterbeek gelegen was; de kerk, aansluitend op de cellen, en het washuis over de beek werden voor kort gesloopt. Het geheel ligt in een gave, landelijke omgeving, met aan de noordoostzijde de straat, en aan de zuidwestzijde de Melsterbeek; velden en weilanden omringen het complex aan alle zijden. De gebouwen zijn opgetrokken rondom een gekasseide binnenplaats, thans door een muur in twee verdeeld.

Ten zuidoosten, kloostervleugel, bereikbaar langs een poortgebouw ten oosten van de binnenplaats, voorzien van een schilddakje (kunstleien); rondboogpoort in een verankerde, kalkstenen omlijsting.

L-vormig, alleenstaand gebouw van twaalf + zes traveeën en twee bouwlagen onder steil, mank zadeldak (kunstleien en golfplaten), met dakkapellen en een klokkenruitertje met gesmeed ijzeren windvaan. Datering 1627 op de windvaan en 1684 door middel van muurankers op de zuidoostgevel; de datering A 1707 (muurankers) op de noordwestgevel verwijst naar de wederopbouw na de brand in hetzelfde jaar; de zuidwestgevel behield de aanzet van een datering door middel van muurankers: A 1, het overige gedeelte van het gebouw is verdwenen. Aan de noordoostzijde sloot het gebouw aan bij de kerk, die thans eveneens verdwenen is. De bouwnaad, rechts, duidt de oorspronkelijke lengte van de noordwestvleugel aan.

Bakstenen gebouw waarvan de noordwestgevel voorzien is van een bakstenen plint met zandstenen afzaat; gesmeed ijzeren muurankers; dakrand op uitgesneden houten modillons. Oorspronkelijk mergelstenen kruiskozijnen, waaruit thans het kruis is verdwenen; posten met kwarthol profiel en negblokken; de benedenvensters hebben vrijwel allemaal hun mergelstenen latei bewaard; dubbele ontlastingsboogjes van een rollaag en een platte laag. De linkse deur is een vergroot venster; de middendeur (tweede helft 18de eeuw) schijnt samengesteld te zijn uit hergebruikte kalksteenblokken; de rechtse deur (18de eeuw) heeft een geblokte, kalkstenen omlijsting, en een gecementeerd bovenlicht onder houten latei. De achtergevel heeft gewijzigde muuropeningen onder houten lateien, met de oorspronkelijke ontlastingsboog van een brede rollaag en een platte laag. De noordoostelijke zijgevel behield de bakstenen korfboogpoort die toegang gaf tot de aansluitende kerk.

De zuidwestvleugel heeft aangepaste muuropeningen, grotendeels onder houten lateien. Oculi en gesmeed ijzeren muurankers in de zuidoostelijke zijgevel.

Zogenaamde "Sint-Niklaashoeve", hoeve met losstaande bestanddelen, in kern opklimmend tot de 17de eeuw (?), (poortgebouw), en met delen uit de eerste helft van de 18de eeuw (schuur) en de tweede helft van de 18de eeuw (stallen). Bakstenen gebouwen onder zadeldaken (Vlaamse pannen). Een korte, gekasseide oprit verbindt de inrijpoort met de straat.

Ten noordoosten, poortgebouw met kern uit de 17de eeuw (?), (muurankers en muuropeningen der zuidwestgevel), aangepast in de eerste helft van de 18de eeuw (poorten). Vijf traveeën en twee bouwlagen; witgekalkt gebouw op een gepikte plint; gesmeed ijzeren muurankers; dakrand op gesculpteerde houten modillons. Monumentaal opgevatte poorttravee, licht uitspringend, en geplaatst in een bovenaan ingezwenkte, kalkstenen omlijsting; kalkstenen rondboogpoort waarvan de booglijst afgewerkt is met op regelmatige afstanden geplaatste negblokken; boven een geprofileerde waterlijst verheft zich de ingezwenkte top; hierin een kalkstenen rondboognis, geflankeerd door voluten en afgewerkt met imposten en een geprofileerde druiplijst met gestrekte uiteinden; bolbekroning; in de nis een gepolychromeerd Sint-Niklaasbeeld; een zware geprofileerde druiplijst ter hoogte van de dakrand bekroont het geheel; hierboven een gebogen fronton in een kalkstenen omlijsting, waarbinnen het wapenschild van abdis Jeanne Dawans (1679-1717), en de initialen I D.

De zuidwestgevel heeft een verankerde, kalkstenen rondboogpoort met negblokken aan de posten; datering 1738 op de sluitsteen. Mergelstenen kruiskozijnen en kloosterkozijnen, waarvan alleen (op een kruiskozijn na) de omlijsting bewaard bleef; kwarthol profiel en negblokken; bewaard kruiskozijn boven de poort, met geprofileerd kruis. De noordwestelijke zijgevel met drie gedichte, mergelstenen kozijntjes met negblokken en sponningbeloop.

Tussen de beide poortgebouwen bevindt zich een laag gebouw, thans samen met het poortgebouw als woonhuis ingericht. Drie traveeën en één bouwlaag onder wolvedak (mechanische pannen), uit eind 18de-, begin 19de eeuw. Vergroting onder lessenaarsdak naar de noordoostzijde toe. De zuidwestgevel heeft gesmeed ijzeren muurankers en een tandlijst met dropmotief onder de kroonlijst; een rechthoekig venster in vlakke kalkstenen omlijsting, waarschijnlijk van hergebruikt materiaal; een venster onder houten latei; kalkstenen rondboogdeur met negblokken, en de initialen I D met kromstaf in de sluitsteen; aangebouwde gevelvoorsprong in de eerste travee.

In het verlengde van het poortgebouw, stal van dertien traveeën, uit 1792 (datering op de sluitstenen der deuren). Het dak is voorzien van laadvensters met kalkstenen onderdorpels, onder lessenaarsdakjes; gesmeed ijzeren muurankers; kleine, rechthoekige vensters van kalksteen; vijf rondboogdeuren in een kalkstenen omlijsting met neuten, aanzet- en sluitsteen. Witgekalkte noordoostgevel met gepikte plint; asemgaten.

Haaks aansluitend op dit gedeelte, ten noordwesten, langsschuur van drie traveeën. Aanbouwsels onder lessenaarsdak tegen beide gevels. De noordoostelijke zijgevel is voorzien van aandak, muurvlechtingen en uilengaten in de top; verankerde, kalkstenen rondboogpoort met op regelmatige afstand geplaatste negblokken; ontlastingsboog van een rollaag en een platte laag; boven de poort, gevelsteen met wapenschild van een abdis, jaartal 1727 en leus DEO FORTITUDO MEA . Aangebouwd karrenhuis onder lessenaarsdak tegen dezelfde gevel. De zuidwestelijke zijgevel heeft zijn aandak verloren. Aangepaste (?) rechthoekige poort met houten latei en kalkstenen posten; boven de poort, gevelsteen met ingekrast wapenschild van een abdis en initialen M (?) L.

In het verlengde van de schuur, kleinere dwarsschuur en stal; drie traveeën. De voorgevel heeft een verankerde, kalkstenen rondboogpoort met op regelmatige afstanden geplaatste negblokken en een ontlastingsboog van een rollaag; gelijkaardige deur rechts, doch zonder negblokken aan de posten. Zuidwestelijke zijgevel met aandak en vlechtingen. De overige gebouwen zijn minder belangrijke, recentere dienstgebouwen.


Bron: Schlusmans F. met medewerking van Gyselinck J., Linters A., Wissels R., Buyle M. & De Graeve M.-Ch. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 6N2 (He-Z), Brussel - Gent.
Auteurs :  Schlusmans, Frieda
Datum  : 1981

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Abdij van Terbeek en Sint-Niklaashoeve [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/23061 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

De bibliotheek van de professoren

In de Abtsvleugel, boven de Keizerszaal, kan je de bibliotheek bezoeken van de leerkrachten van het Klein Seminarie en de Normaalschool. Er is geen band met de bibliotheek van de vroegere Benedictijnenabdij (gedrukte werken vanaf +-1450) of met het Klein-Seminarie (1589) uit het Ancien Régime, beiden verspreid geraakt na 1794 bij de Franse bezetting. Uitzonderlijk zijn een drietal abdijboeken opnieuw in de Seminariebibliotheek terechtgekomen. 

In 1831 werd het Klein Seminarie van het bisdom Luik heropend in Rolduc. De bibliotheek was samengesteld uit boeken afgestaan door het Groot Seminarie te Luik, vooral de collectie van kanunnik Ernst. Later vooral (testamentaire) schenkingen van priesters en leerkrachten. Soms ook aankopen vb. de bibliotheek van professor-provisor Jozef Schoofs in 1943. Rond 1900 een vijftigtal tijdschriften.

Door de scheiding van de beide Limburgen in 1839 zocht de Luikse bisschop Van Bommel een nieuwe vestiging voor zijn Klein-Seminarie aan de Belgische kant van de nieuwe grens. Het werd de oude abdijstad Sint-Truiden, waar op de grondvesten van de grotendeels afgebroken Benedictijnenabdij vanaf de jaren 1844 een nieuwbouw naar ontwerp van de Gentse architect Louis Roelandt verscheen. 

De oude Abtsvleugel werd gebouwd vanaf 1751 en kende opeenvolgende herinrichtingen. Deze vleugel werd gespaard bij de afbraakwoede in de Franse tijd. De bibliotheek met de houten wandrekken dateert uit de historiciserende neo-classicistische verbouwingsperiode 1839-1843. De staande rekken zijn van latere datum. De functie van deze ruimte voor 1839 is niet gekend. Rond de bibliotheek lagen westelijk het fysicalokaal, de liftkoker en een bergplaats, noordelijk het kabinet natuurlijke historie en het lokaaltje van de bibliothecaris. Oostelijk bij de traphal was het leeskabinet.

Deze bibliotheek had een afgesloten karakter, vertrouwend op de kleine groep gebruikers. De bibliothecaris was een cumulfunctie voor een professor. Het Klein Seminarie bestond uit een humaniora en uit de twee eerste opleidingsjaren voor het priesterschap met vooral filosofie. Vakken in de bibliotheek : theologie, filosofie, klassieke talen, Frans en geschiedenis. Ook kerkelijk recht, Duits, Nederlands en wetenschappen.

In totaal 25.000 drukken, waarbij een 8.500 gedrukt voor 1840, en ook een 80-tal handschriften. Het archief van het voormalig Klein Seminarie wordt er ook bewaard.

Voor de leerlingen waren er per leerjaar of vereniging – literair of religieus - kleine bibliotheekjes opgebouwd.



De teloorgang begon na de eerste wereldoorlog, toen het Klein Seminarie de nadruk legde op de middelbare opleiding in plaats van het hoger onderwijs. Na het vertrek van de filosofiejaren in 1966 was de bibliotheek ten dode opgeschreven. De brand in 1975 spaarde gelukkig de abtsvleugel. In 1985 nam de Provincie Limburg deze vleugel in erfpacht van het Bestuurscollege van het Bisschoppelijk Seminarie van Hasselt en bracht er het Provinciaal Documentatiecentrum Cultureel Erfgoed of Abdij Sint-Truiden onder, in al 1979 uitgebreid met de bruikleen van het Fonds Govaerts, een 10.000-tal boeken. Het fonds Govaerts is de persoonlijke bibliotheek van priester Emiel Govaerts (1869-1946) en van zijn broer priester Jan Govaerts (1896-1971). Deze laatste was archivaris van het bisdom Luik en liet de bibliotheek na aan de vzw. Vrienden van het Begijnhof te Sint-Truiden.

In 1993 nam de Stad Sint-Truiden deze erfpacht over. Bij het terugtrekken van de Provincie Limburg uit de vroegere Abdij werden het Fonds Govaerts, bij testamentaire beschikking verplicht binnen Sint-Truiden te bewaren, en de Seminariebibliotheek overgelaten aan het Stadsbestuur van Sint-Truiden. De al begrote plannen van de Provincie om in de bibliotheek een documentatiecentrum te vestigen na verbouwing en vervanging van de rekken raakten in de koelkast. Momenteel beheert de stadsarchivaris deze verzamelingen in situ. In 1997 verscheen een catalogus van de 16de-eeuwse drukken bewaard in Limburgse bibliotheken. Hierbij waren 204 edities uit de Seminariebibliotheek en 3 uit het Fonds Govaerts. Vanaf 1978 werd een voorlopige inventaris van het Fonds Govaerts opgesteld. Ongeveer de helft van de boeken hebben oude kunst als onderwerp.


R(af) VAN LAERE, Het Fonds Govaerts, in : Historische bijdragen ter nagedachtenis van G. Heynen, (Historische bijdragen over Sint-Truiden, 4), Sint-Truiden : Geschiedkundige Kring, 1984, p. 343-352; Karel VERHELST, Het interieur van de abtsvleugel van de voormalige abdij van Sint-Truiden, in : M&L, jg. 9, nr. 1, 1990, p. …..R(af). VAN LAERE, Het Klein Seminarie vanaf het ontstaan tot 1940, in : Omzien in dankbaarheid. 150 jaar katholiek onderwijs in de abdij van Sint-Truiden. Heilig-Hartschool. Klein Seminarie. College, Sint-Truiden, 1992, p. 12-56; Karel VERHELST, De bibliotheek van het voormalig Klein Seminarie van Sint-Truiden, in : Sint-Truiden 1300, Sint-Truiden : Appel, 1993, p. 28 ; Karel VERHELSint-Truiden m.m.v. Raf VAN LAERE, Catalogus van de 16de-eeuwse drukken bewaard in Limburgse bibliotheken, (Archief- en Bibliotheekwezen in België, extranummer 54), Brussel, 1997; Franz AUMANN, Onderzoek naar de bibliotheek van de benedictijnenabdij van Sint-Truiden in de tweede helft van de 18de eeuw. Nieuwbouw, verwervingen, teloorgang en verspreiding, in: Historische bijdragen over Sint-Truiden en omgeving, Sint-Truiden: GOKSint-Truiden. 2006, p. 27-60.