19de-eeuwse hoeve met losse bestanddelen als aanhorigheid van het 300715. De hoeve werd net als de andere aanhorigheden van het kasteel Nieuwenhoven opgetrokken rond 1850, kadastraal geregistreerd in 1853 als eigendom van baron Whettnall. Nadien onderging de hoeve verschillende vergrotingen onder andere rond 1880.
Vandaag zijn de hoevegebouwen grotendeels bewaard maar volledig gerenoveerd en aangepast. Belangrijk bij deze hoeve is de bewaarde noordelijke schermgevel van de schuur of stalling die zichtbaar is vanuit het park Nieuwenhoven, meer bepaald vanuit het kasteel en vanop de nieuwe toegangsweg uit het laatste kwart van de 19de eeuw. De gevel kreeg een zelfde maar vereenvoudigde uitwerking met neogotische reminiscenties als de zuidelijke schermgevels van de hoeve van het kasteel die ook zichtbaar zijn vanop de nieuwe toegangsweg tot het kasteel.
Ten oosten T-vormig volume waarin zich het woonhuis bevindt, tot voor de renovatie bestonden delen hiervan uit vakwerkbouw. Ten zuiden hiervan een voormalige stalling of schuur (?). De volumes werden grotendeels bewaard evenals de belangrijke elementen zoals de zware omlijstingen in natuursteen (Maastrichtersteen en blauwe kalksteen). Ten westen haaks op de straat groot stal- of schuurvolume onder overkragend pannen zadeldak. Deze stal is het gaafst bewaard en is belangrijk omwille van zijn verzorgd uitgewerkte noordelijke gevel zichtbaar vanuit het kasteeldomein Nieuwenhoven. De zuidelijke gevel hiervan is veel eenvoudiger uitgewerkt. Rondboogvormige muuropeningen waarvan de deuren met een omlijsting van zware blauwe kalksteen. Noordelijke puntgevel met rondboogvormige spaarvelden en boogfries. Interieur met bewaarde bakstenen troggewelven tussen I-profielen.
Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Nieuwenhovenwinning [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/300715 Geraadpleegd op 12-11-2019
De Zondag-middag is héél ingetogen.
De luchten, klaar van winterkilte, beven
met teeder rood van lage zon doorweven;
de luchten, waar geen vogel komt gevlogen...
De middagrust mag gééne stoornis doogen.
Al wil somwijlen vluchtig óverzweven
een verre galm van joelend kinderleven :
dra weegt de klare rust weer onbewogen.
Is het in sneeuw – die dezen nacht zoo zacht
de stille stede zwachtelde in heur vacht –
dat doezel-vaag verdooven nu geluiden?
O vrome middagvrede van Sint-Truiden,
dat om te ontwaken uit zijn sluimer, wacht
tot plotse kloosterklokken vespers luiden !

