Voormalige hospitaalkapel Sint-Augustinus. Thans postkantoor. Voor de aanleg van het Sint-Maartenplein (1910) liep de straat naast de Sint-Maartenkerk door; hier bevonden zich de gebouwen van het "Stadtssieckenhuys". Het hospitaal was oorspronkelijk een stichting van de abdij, om bedevaarders naar het graf van Sint-Trudo te verzorgen; dit eerste gebouw, vermeld in 1139, bevond zich aan het begin van de Plankstraat. Later werden er ook de burgers van de stad verpleegd. In 1239 wordt een nieuw hospitaal opgericht, op de hoger vermelde plaats naast de Sint-Maartenkerk. In 1788 verliest het hospitaal zijn functie, en in 1910 wordt het complex, op de kapel na, afgebroken. Enkele jaren later wordt de kapel als postkantoor in gebruik genomen, en worden de postgebouwen toegevoegd.
Eénbeukige zaalkerk uit de 17de eeuw, aanleunend bij een vroeg-gotisch koor. Het gebouw is thans volledig ingebouwd, zodat alleen de voorgevel van de straat uit nog zichtbaar is. Bakstenen gebouw met mergelstenen banden onder zadeldak (kunstleien), met zeszijdige dakruiter boven de eerste travee.
Barokke westgevel: verhoogde halsgevel met bekronend driehoekig fronton. Twee ordonnerende, bakstenen, kolossale pilasters voorzien van een kapiteel met gegroefde mergelstenen voluutversiering onder het gekornist, mergelstenen entablement. Pilasters doorgetrokken in de geveltop als postamenten met siervaas, aan weerszij geflankeerd door voluten; verhoogde hals, afgelijnd met riemprofiel uitlopend op spiralen; blind rondboogvenster in een mergelstenen omlijsting met imposten; de geprofileerde druiplijst, die de verhoogde hals aflijnt, volgt de boogrug van het venster; driehoekig fronton met mergelstenen lijst. Rondboogpoortje in een rechthoekige, kalkstenen omlijsting, met kwarthol profiel, met ingediepte panelen versierde posten op neuten, geprofileerde imposten, een bewerkte sluitsteen en een zware, geprofileerde druiplijst; fraai, oorspronkelijk houtwerk. Hierboven, bakstenen rondboognis, voorzien van een uitspringende booglijst met gekrulde uiteinden. Mergelstenen rondboogvenster in het midden der gevel, met geprofileerd beloop en een booglijst als aan de nis.
In de noordelijke zijgevel werd een gelijkaardige geveltop in neobarokstijl opgetrokken (tweede helft 19de eeuw).
Het interieur werd volledig verbouwd en ingericht voor de nieuwe functie.
Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Hospitaalkapel Sint-Augustinus [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/22960 Geraadpleegd op 12-11-2019

In Melveren , een gehucht van Sint-Truiden, woonde een zekere X. Op zekere dag ging X met zijn vriendin naar de kermis in Kortenbos. Deze man had echter een pact gesloten met de duivel, wat betekende dat hij regelmatig enkele uren als weerwolf moest rondlopen. Omdat X op de kermis plots voelde dat dat moment was aangebroken, zei hij tegen zijn vriendin: "Als je een hond zou tegenkomen, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil. Op die manier zal het beest je geen kwaad doen."
Omdat een weerwolf geen kruis kan oversteken, moet hij de draadjes van de zakdoek één voor één uitrafelen vooraleer hij verder kan.
Het meisje antwoordde: "Neen, blijf maar bij mij!", waarop haar vriend: "Neen, ik moet dringend even een boodschap doen."
Toen X weg was, kwam er een lelijke zwarte hond naar het meisje toe. Ze deed onmiddellijk wat haar vriend had gezegd, waarop de hond de zakdoek in stukken scheurde. Een kwartier later kwam X terug. Zijn vriendin vertelde hem dat ze doodsangsten had uitgestaan terwijl hij weg was. Wat verderop ging het tweetal iets drinken in een café. Het meisje bekeek haar vriend eens goed, en riep geschokt: "Jij smeerlap, je bent het zelf geweest, want de vezels van de zakdoek hangen nog tussen je tanden!"
X zei dat ze het zich maar inbeeldde, maar het meisje wilde hem toch nooit meer zien.
Opgetekend door F. Beckers in 1947.
Bron: volksverhalenbank.be